Een keuze

Print deze pagina

De keuze om wel of geen borstvoeding te geven wordt sterk beïnvloed door hoe hieromtrent de voorlichting aan toekomstige ouders verloopt. Er is in de jaren zeventig van de vorige eeuw een sterke voorkeur geweest voor het geven van kunstvoeding. Borstvoeding was op de een of andere manier uit de mode geraakt. Het is vreemd hoe zoiets kan gebeuren, maar toen was het een uitzondering geworden dat moeders borstvoeding gingen geven.

Intussen is er veel veranderd en is er ook zelfs van overheidswege een sterk ontmoedingsbeleid ten aanzien van kunstvoeding gekomen. Zo is het thans verboden om reclame te maken, artsen te informeren en aanbiedingen in supermarkten te plaatsen voor kunstvoeding voor kinderen onder de 6 maanden.

De voordelen van moedermelk boven kunstvoeding zijn heel duidelijk. Zij liggen vooral op medisch en ook wel op psychologisch gebied. Vanwege die voordelen wordt aan de aanstaande moeder borstvoeding geadviseerd. De meeste moeders volgen dat advies op en zodoende begint een grote groep inderdaad met het geven van borstvoeding. Gaandeweg blijkt het toch niet altijd gemakkelijk om het geven van uitsluitend moedermelk voort te zetten.

Uit de meest recente gegevens (2010) blijkt dat 75% van de moeders na de bevalling met borstvoeding begint. De grootste groep moeders die borstvoeding geeeft stopt daarmee als zij drie maanden na de bevalling weer gaan werken. In tegenstelling tot veel landen om ons heen is het in Nederland niet vanzelfsprekend dat er op het werk wordt gevoed of afgekolfd. Hierdoor komt het dat rond de drie maanden nog maar 30% van de baby's de borst krijgt en het merendeel dus is overgegaan op kunstvoeding. Deze cijfers zijn ten opzichte van een aantal jeren geleden niet veranderd. Dat in bijvoorbeeld de Scandinavische landen kinderen zolang borstvoeding krijgen hangt samen met de duur van het betaald zwangerschapsverlof dat daar een jaar of meer is.

Om borstvoeding tot minstens 6 maanden te blijven geven moet er daarom moeite voor worden gedaan. Moeders ondervinden dus een tegenstroom op het werk, mogelijk thuis en misschien gaan ze er ook wel vanuit dat het na drie maanden welletjes is geweest. Met flesvoeding ben je minder gebonden en tenslotte heeft de baby er dan toch mooi drie maanden van kunnen profiteren, wordt gedacht. Het zijn wel begrijpelijke argumenten, maar nog een paar maanden volhouden is beter.

Opgeven is een optie, maar er is ook een bewuste keus mogelijk om door te gaan. Dit is een keuze die ieder goed afgewogen moet maken. Op de andere pagina's in dit hoofdstuk staan argumenten om door te gaan en oorzaken waarom er wordt gestopt.

Zo is het ook voor een aantal moeders een keuze om geen borstvoeding te geven, maar al meteen flesvoeding te geven. Ieders keuze wordt gerespecteerd als er maar genoeg gelegenheid is geweest om alle voor- en nadelen af te kunnen wegen.

 

© Mijn Kinderarts 2010