De eerste geluidjes die echt als klanken voor de communicatie worden geproduceerd beginnen bij ongeveer 3 maanden.
Gaandeweg komen er steeds meer verschillende klanken en geluiden bij waarvan we echter nog niets kunnen verstaan of begrijpen.
De spraakontwikkeling gaat tegen de acht maanden, met een verschijdenheid aan gebrabbel, al aardig vooruit. Het kind reageert soms al op het roepen van zijn naam. De taalontwikkeling komt straks in een daverend tempo op gang omdat de hersenen dan erg gevoelig zijn voor het aanleren van taal. De inprenting daarvoor is dan blijkbaar optimaal.
Later verliezen we die snelheid zoals we op school bij het leren van vreemde talen helaas zullen merken. Komt tegen acht maanden dat gebrabbel niet op gang en worden er geen geluiden geïmiteerd, dan kan er een gehoorprobleem zijn en is het verstandig dit met de huisarts of de jeugdarts op het consultatiebureau te bespreken.
De meeste gehoorproblemen komen voort uit een tijdelijk slecht functionerend trommelvlies en middenoor. Meestal zit er dan vocht achter. Kinderen kunnen daardoor ook frequente oorontstekingen hebben. De huisarts kan zien of het trommevlies normaal is. Bij twijfwel over het gehoor moet er verder onderzoek gedaan worden in gespecialiseerde centra.
Rond de tien maanden begint er in de taal wat herkenning te komen en het eerste woordje wat ze gaan zeggen is mamma of pappa of misschien iets wat op de naam van bijvoorbeeld de poes moet lijken.
De passieve taal, dus de herkenning van woorden, begint al wat te worden in deze periode. Eenvoudige zinnetjes worden door kinderen bij vijftien maanden al goed begrepen.
Na achttien maanden breekt een periode van veel papegaaien aan. De variatie in taal ontwikkeling is groot, maar toch kunnen de meeste kinderen nog voor ze twee jaar zijn twee tot drie losse woordjes in een kort zinnnetje zeggen.
Wanneer kinderen tussen twee-en een half en drie jaar jaar nog niet in twee woordzinnetjes praten is dat te laat en is het reden om verder onderzoek te doen. Of het afwijkend is moet blijken uit hoe de rest van de ontwikkeling verloopt.
© Mijn Kinderarts 2010