Twee methodes

Print deze pagina

Bij het gehooronderzoek van de baby na de geboorte maakt men gebruik van twee methodes: de OAE (oto Akoestische Emissies) en de AABR (Automated Auditory Brainstem Response). De eerste twee testen worden met de OAE methode gedaan, de derde test wordt uitgevoerd met de AABR methode.

Bij de Oto Akoestische Emissies (OAE) methode maakt men gebruik van het gegeven, dat als een geluidsignaal aan het binnenoor wordt aangeboden, de haarcellen dit signaal versterken en uitzenden. Door een geluid aan te bieden in de gehoorgang en te kijken hoe daarop het geluid terug komt kan men zien of het gehoor voldoende is.

De testuitslag wordt als voldoende of onvoldoende beoordeeld. Lichte gehoorstoornissen in het gebied tussen 25 en 40 dB worden niet als onvoldoende gerekend. Er wordt dus een test gedaan tot en met het binnenoor. Als er een stoornis zit tussen het binnenoor en de hersenschors, wordt dit niet herkend. Het gaat hierbij overigens wel om zeldzame afwijkingen.

Bij de Automated Auditory Brainstem Response (AABR) methode wordt een geluid aangeboden in de gehoorgang en vervolgens wordt er gekeken of er een electrisch signaal op hersenstam niveau kan worden geregistreerd. De baby krijgt hierbij een koptelefoontje op het oor en er wordt een elektrode op het voorhoofdje geplakt. Dit onderzoek is niet pijnlijk. De uitslag van het onderzoek is eveneens direct bekend.

 

© Mijn Kinderarts 2010