Het onderstaande verhaal is niet precies zo gebeurd en ook de namen zijn verzonnen, maar voor heel veel ouders die een probleem hebben met het huilen van hun baby zal er vast veel in te herkennen zijn.
De zwangerschap van Wilma is voorbeeldig verlopen. Behalve de gewone ongemakken is er nooit echt ergens een probleem mee geweest. Ook waren alle controles van de baby altijd prima. De weeën kondigden zich op tijd aan en behalve dat alles wel wat op zich liet wachten ging het eigenlijk allemaal goed. Er was gekozen voor een poliklinische bevalling in het ziekenhuis onder leiding van de verloskundige. Toen Daantje werd geboren verliep de bevalling heel voorspoedig. Hij had een heel mooi gewicht en bij het lichamelijk onderzoek na de geboorte werden er geen afwijkingen gevonden.
De volgende ochtend gingen Wilma en Johan in opperst geluk met Daantje naar huis toe. De kraamverzorgster kwam ook al snel en hielp met het installeren van moeder en kind. Daantje bleek al snel aan de borst een hele goede drinker te zijn. Hij trok krachtig en was een volmaakt tevreden baby.
Na het gebruikelijke gewichtsverlies van de eerste dagen, bleek hij ook al aardig in gewicht te gaan toenemen. Wel ging het opvallen dat Daantje na de voeding wat ontevreden bleef en niet meer zoals de eerste dagen het geval was na de voeding meteen in slaap viel. Ook kon hij soms in de nacht alweer snel komen en daarbij een flinke keel opzetten. Wilma had het idee dat hij misschien te weinig voeding kreeg en ging hem daarom maar vaker aanleggen. Even leek dit wel te helpen, maar de huilpartijen bleven maar doorgaan. Daantje maakte van de dag een nacht en kon ook hele nachten liggen huilen. Toen de verpleegkundige van het consultatiebureau vertelde dat veel baby's in deze periode huilen was Wilma hierover maar gedeeltelijk gerustgesteld, omdat ze het idee had dat er toch echt iets aan de hand moest zijn met haar kind.
Het huilen van Daantje was steeds meer een probleem geworden. Alle gebruikelijke middelen werden uitgeprobeerd. Met hem oplopen, een beetje wiegen, een fopspeentje geven of het bedje anders zetten bleken geen enkel effect te hebben. Beide ouders sliepen bijna niet meer en raakten eigenlijk steeds meer vermoeid. Op het consultatiebureau bleek dat Daantje wel heel goed gegroeid was. Hij had normale ontlasting, spuugde niet of alleen kleine beetjes. Hij had geen eczeem gekregen en ook geen andere huidverschijnselen, zoals galbulten.
Door alle onzekerheid had Wilma het idee dat de borstvoeding terugliep en eigenlijk wilde ze ook nu maar liever op een fles overgaan, zodat ze in ieder geval zeker wist dat Daan voldoende binnen kreeg. Ook kon ze dan vaste voedingstijden aanhouden en zou er hopelijk meer regelmaat in de dag en nacht komen. Als flesvoeding werd gekozen voor de gewone babyvoeding, maar toen dat niet hielp kreeg Daantje voeding voor een baby met krampjes en toen dat niet hielp werd gekozen voor hele speciale voeding waaruit de koemelkeiwitten waren verwijderd.
Omdat nu bij zes weken het huilen zo erg was geworden werd aan de ouders geadiviseerd om contact op te nemen met de huisarts zodat eventueel met medicijnen iets aan het huilen kon worden gedaan. De huisarts oordeelde dat het gezien alles beter zou zijn als Daantje werd verwezen naar de kinderarts. Na twee weken wachten was er een afspraak mogelijk op de polikliniek kindergeneeskunde van het eigen ziekenhuis.
De kinderarts vertelde eerst wanneer er sprake is van excessief huilen, welke medische oorzaken er zijn voor overmatig huilen en ook wat er aan kan worden gedaan. Ook gaf hij aan dat het mogelijk is om het huilen te laten stoppen met in verhouding eenvoudige maatregelen. De kinderarts vroeg zich wel af of gezien het vele huilen van Daantje en de slapeloze nachten Wilma en Johan het op deze manier nog wel allemaal konden opbrengen. Toen dat nog wel bleek te gaan werd er een aantal afspraken gemaakt voor de aanpak van het huilen. In de volgende hoofdstukken is er meer over die aanpak te lezen.