Veel gestelde vragen over vaccinatie.

Print deze pagina

 

Kunnen we niet een aantal vaccinaties afschaffen? Veel van die ziektes komen toch helemaal niet meer voor!

Antwoord: Deze infectieziekten komen nu niet meer voor dankzij het vaccineren. Ouders die hun kinderen niet laten vaccineren kunnen dat doen omdat de rest van de bevolking het wèl laat doen. Als het aantal niet gevaccineerde kinderen weer stijgt, zullen er zeker weer uitbraken komen van een aantal heel vervelende ziektes. Als dat zou gebeuren zal het aantal gevaccineerde kinderen trouwens wel weer snel richting de 100% gaan. 

 

Mag mijn kind alle vaccinaties krijgen als hij een bewezen kippeneiwitallergie heeft?

Antwoord: De vaccinatie met het BMR vaccin kan worden gegeven, mits het een vaccin betreft dat in Nederland wordt verstrekt. De gewone griepprik en het vaccin tegen gele koorts, zie reizigervaccinatie, mogen bij een aangetoonde kippeneiwitallergie niet worden gegeven.

 

Wordt je immuunsysteem niet helemaal plat gelegd door al die vaccinaties?

Antwoord: We kunnen immuniteit opbouwen voor heel veel bacteriën en virussen. De hele dag komen we voortdurend in contact met allerlei ziekteverwekkers. Daartegen maakt ons lichaam ook antistoffen aan als het nodig is. Door vaccinatie wordt je immuunsysteem dus niet slechter. Het blijft gewoon doen wat het moet doen.

 

Waarom blijven de ziekten bestaan waartegen we vaccineren?

Antwoord: Veel bacteriën en virussen komen ook bij dieren voor. Varkens, kippen, schapen, koeien hebben ze bij zich. Door slacht of samenleven met besmette dieren komen we ermee in contact. Pokken kon uitgeroeid worden in de wereld omdat het een virus is dat alleen bij mensen voorkomt. Zulke virussen zijn er maar heel weinig. Polio of kinderverlamming is nog zo'n ziekte. Om te zien hoe het met het uitschakelen van het kinderverlammingvirus staat kan men kijken op Global polio eradication initiative

 

Waar komt het verhaal vandaan dat je van bepaalde vaccinaties autistisch wordt?

Antwoord: Het is op een gegeven moment door een paar mensen geroepen na een matig uitgevoerd onderzoek, dat vaccineren autisme veroorzaakt. Intussen is het gebleken dat het volstrekt nergens op berust. Deze verhalen zorgen er wel voor dat zoiets nog jaren rondzingt terwijl er voldoende bewijs is dat deze bewering nergens op is gebaseerd. Intussen heeft de onderzoeker die dit artikel destijds in het gezaghebbende Britse tijdschrift The Lancet publiceerde een tuchtrechtelijke berisping gekregen en heeft hij intussen afstand genomen van zijn eigen artikel. Ook is er geen enkel bewijs voor een verband tussen vaccineren met diabetes mellitus en de ziekte van Crohn.

 

Waarom beschermt het pneumokokken vaccin niet meer tegen middenoorontsteking?

Antwoord: Er is wel effect van het vaccin op oorontstekingen, die veroorzaakt worden door in het vaccin voorkomende stammen. Echter er zijn ettelijke andere die nu de kans krijgen om een infectie te veroorzaken. Vroeger werden zij "op afstand" gehouden door de bacteriën die thans in het vaccin zitten.

 

Is er verband tussen vaccineren en wiegendood?

Antwoord: Een verband tussen wiegendood en vaccinatie is nooit gevonden. Vaccineren is wat dit betreft ook absoluut veilig.

 

Wanneer wordt de vaccinatie uitgesteld?

Antwoord: Als een kind echt ziek is vinden we het beter om niet te vaccineren. Dit geldt niet voor een eenvoudige verkoudheid. Onnodig uitstellen van de vaccinatie verlaagt tijdelijk de effectiviteit ervan. Er zijn een aantal andere situaties waarbij de vaccinatie met de behandelend kinderarts wordt besproken. Dit is bijvoorbeeld het geval als uw kind bepaalde medicijnen krijgt of bij andere medische redenen waarbij de immuniteit is verminderd. Moet uw kind een ingreep onder narcose ondergeen, zoals bijvoorbeeld het plaatsen van trommelvliesbuisjes of het verwijderen van de keelamandelen, dan zijn daarvoor bepaalde regels ten aanzien van het moment van vaccineren. Voor de gedode vaccins, zoals in DKTP en pneumococcen, hepatitis en meningococ groep C vaccins geldt een periode van 48 uur tussen vaccinatie en narcose. Voor het levende vaccin van de BMR is dat twee weken.

 

Wat is er bekend over de risico's die hulpstoffen die in het vaccin zitten voor de gezondheid geven?

Antwoord: Bepaalde stoffen dienen als conserveermiddel, anderen als hulpstof om het vaccin effectiever te laten werken. Een veel gebruikte stof voor dit laatste zijn aluminiumzouten. Ze zijn ooit wel in verband gebracht met de ziekte van Alzheimer, maar bewijs voor een verband daarmee is nooit aangetoond. Ook bevatten vaccins wel squaleen. Dit middel werd in verband gebracht met het zogenoemde Gulf War Syndrome. Hiermee worden de klachten bedoeld die Amerikaanse militairen die terugkwamen uit de Golfstreek hadden. Er is echter geen enkel bewijs gevonden, dat squaleen hierbij een rol speelt.

 

© Mijn Kinderarts 2010