Herkenning

Print deze pagina

Herkenning van een vertraagde ontwikkeling is vaak lastig. Dit komt mede door de enorme variatie die er is tussen kinderen onderling en tussen ieder kind op zich. lang niet alle mijlpalen worden daarbij ook in hetzelfde tempo doorlopen. Er zijn veel kinderen, die het kruipen gewoon overslaan en meteen maar gaan lopen.

Echter er is wel enige houvast. Hieronder staan een aantal  kenmerken die als ze worden gevonden altijd abnormaal zijn. Verder staat er een lijst met tijdstippen waarop onderdelen van de motoriek of geestelijke ontwikkeling in ieder geval moeten zijn gehaald, zelfs als er een grote variatie in de ontwikkeling wordt geaccepteerd.

Onderstaande lichamelijke kenmerken zijn altijd abnormaal, zoals:

  • Een veel te lage spierspanning. Dit kan zich uiten in een onvermogen om armpjes of beentjes tegen de zwaartekracht in te bewegen. Die liggen daardoor plat naast de baby. Zodra de liggende baby bij de handjes wordt opgetrokken valt het hoofdje meteen naar achteren en blijven de armpjes in de ellebogen gestrekt, zonder tegenkracht te geven. Wordt de baby op de buik gehouden steunend op de hand, dan hangt de baby als een omgekeerde u met het hoofdje en de armpjes en beentjes omlaag.
  • Een veel te hoge spierspanning. Als de nog jonge liggende baby, aan de handjes wordt omhoog getrokken, komt hij meteen tot staan.
  • Er blijkt een verschil in beweging te zijn tussen links en rechts voor het eerste jaar. Zeker onder het eerste jaar hebben baby's nog geen voorkeur tussen links of rechts, zoals dat later wel voorkomt. Als zij op deze leeftijd daarom vooral steeds met één zelfde kant pakken is dat niet normaal.
  • Abnormale bewegingen, die niet passen bij het patroon wat baby's gewend zijn te doen. Kennis van de variatie in de bewegingen bij baby's is noodzakelijk om dit te kunnen beoordelen.

 

 

Op de hieronder staande leeftijden, die uitgaan van de uitgerekende datum, staan tijdstippen waarop een bepaalde ontwikkeling behoort te zijn gehaald, of waarbij de aanwezigheid ervan niet meer behoort te worden gevonden.

  • Op elke leeftijd het niet reageren op geluid;
  • Op de leeftijd van twee maanden nog niet hebben gelachen naar de ouders;
  • Bij twee maanden nog niet naar de eigen handjes hebben gekeken;
  • Op de leeftijd van drie maanden nog geen volgbeweging maken met de ogen;
  • Geen brabbelgeluiden maken bij vier maanden;
  • Ontbrekende hoofdbalans bij drie maanden;
  • Moro-reflex nog aanwezig bij vier maanden;
  • Nog geen stand maken op de beentjes bij vier maanden;
  • Grijpt bij vier maanden nog niet naar voorwerpen;
  • Bij vijf maanden nog geen poging om om te rollen;
  • Nog aanwezige nek-strek refelex bij vijf maanden;
  • Geen spontane lach bij vijf maanden;
  • Nog geen herkenbare woorden als papa, mama bij twaalf maanden;
  • Bij achttien maanden nog geen beschikking over twaalf woorden;
  • Kan nog niet loslopen bij twintig maanden;
  • Bij dertig maanden nog geen twee-woordzinnen.

 

© Mijn Kinderarts 2010