Slecht drinken bij een baby

Print deze pagina

Er zijn vele oorzaken waardoor het kan komen dat een baby slecht drinkt. We moeten er dan vanuit gaan dat dit slechte drinken er toe leidt dat het gewichtsbeloop niet meer goed is. Kinderen die naar ons idee slecht drinken, maar daaarbij wel voldoende aankomen en verder geen zieke indruk maken hebben mogelijk aan minder al genoeg of de voeding die zij krijgen bevat genoeg calorieën waardoor ze er tevreden mee zijn.

Wanneer kinderen slecht drinken en onvoldoende in gewicht aankomen is het zaak verder te gaan onderzoeken welke ondererliggende oorzaak ervoor is. Allereerst zal op het consultatiebureau het probleem worden herkend. Hier volgt men bij ieder bezoek het gewichtsbeloop van de baby. De arts op het consultatiebureau zal bij slecht drinken en onvoldoende in gewicht aankomen van uw baby, hem nauwkeurig gaan onderzoeken. Worden er bij het gebruikelijke lichamelijk onderzoek geen afwijkingen gevonden, dan zal er verder moeten worden geken. Meestal zal er daarom een verwijzing volgen naar uw huisarts of de kinderarts.

Mogelijke oorzaken van slecht drinken in willekeurige volgorde zijn:

  • Vooral als baby's op de grens van prematuriteit (vroeggeboorte) zijn geboren, kan het voorkomen dat de voeding hen nog veel moeite kost. Als ze twee weken verder zijn gaat het ze dan al veel beter af. De grens voor prematuriteit ligt welliswaar bij 37 weken, maar niet alle kinderen zijn op dat moment er al helemaal klaar voor om goed te kunnen drinken.
  • Kinderen die te licht zijn voor de zwangerschapsduur hebben ook wel in het begin moeite met de voedingen. Zeker als ze een geboortegewicht hebben dat ver onder de gewone grenzen ligt, kost het drinken veel energie. Als ze te moe worden van het drinken, gaan ze langer slapen, krijgen daardoor nog minder voeding en daarmee nog minder energie binnen. Hierdoor kunnen ze weer slechter drinken, zoadat er gemakkelijk een vicieuze cirkel ontstaat.
  • Als baby's geel worden in de eerste dagen, kunnen ze slechter gaan drinken doordat de geling hen slomer maakt. Als ze slecht drinken neemt de geling meer toe wat weer tot nog slechter drinken kan leiden. Het is in zulke gevallen belangrijk om bij borstvoeding de baby vaak aan te leggen en bij flesvoeding wat vaker kleine beetjes te geven.
  • Wordt er flesvoeding gegeven, dan kan er een probleem zijn met de speen en de dop op de fles. Wordt de dop heel vast aangedraaid, dan kan er door het drinken een vacuüm in de fles ontstaan en krijgt de baby er niets meer uit. De meeste kinderen drinken flesvoeding als die lauw is. Er zijn kinderen die liever een wat koelere temperatuur van de melk hebben.
  • Bij borstvoeding kan het voorkomen dat de baby moeite heeft om de borst goed te pakken. Mogelijk is er sprake van grote borsten en heeft uw baby te weinig mogelijkheid om de tepel goed in de mond te nemen. Voor dit soort problemen is het mogelijk de lactatiekundige te vragen hoe hier mee om te gaan.
  • Een te korte tongriem kan de oorzaak zijn van voedingsproblemen bij uw baby. De arts op het consultatiebureau kan constateren of dit het geval is. Mocht dit zo zijn, dan kan het tongriempje worden ingeknipt. Dit is een pijnloze ingreep. Het wordt door de Keel- Neus- Oorarts daarom zonder verdoving uitgevoerd.
  • Kinderen met een afwijking op neurologisch gebied zullen moeite kunnen hebben met spierkracht of de coördinatie tussen zuigen en slikken kan bij hen zijn verstoord. Het vergt uitgebreider onderzoek om te weten te komen wat precies de oorzaak is. In deze zelfde groep horen ook de kinderen met bepaalde syndromen thuis. Te denken valt bijvoorbeeld aan kinderen met het syndroom van Down, bij wie in de eerste maanden flinke voedingproblemen kunnen voorkomen. Ook bij het syndroom van Prader Willi zijn de eerste maanden gekenmerkt door enorme problemen met de voeding, waardoor veelal sondevoeding nodig is om ze voldoende binnen te laten krijgen.
  • Indien de doorgankelijkheid van het neusje te weinig is komt de baby bij het drinken in problemen. Een verstopte neus kan komen door een eenvoudige verkoudheid, of in heel zeldzame situaties door een aangeboren vernauwing. In de eerste maanden ademen baby's uitsluitend door hun neusje. Als daar snotjes zitten of korsten kunnen ze er al last van hebben. Goed druppelen met een zoutwateroplossing korte tijd voor de voeding lost dit probleem aardig op.
  • Baby's met een onderliggende infectie of andere ziekte zullen dit vooral laten zien door slecht te drinken. Het is dus altijd nodig als zich dit voordoet uitgebreid te onderzoeken of er geen infectie gaande is. De tekenen hiervan kunnen weinig opvallend zijn, maar urineweginfecties en oorontstekingen, kunnen worden gemist als je er niet speciaal naar zoekt. Een baby met een afwijkende temperatuur en slecht drinken, moet altijd door een arts worden onderzocht.
  • Tenslotte kunnen er interne oorzaken zijn, zoals hart- of longafwijkingen, waardoor de baby kortademig is geworden en het drinken hem last bezorgt.

 

© Mijn Kinderarts 2010