Kindfactoren
Kindfactoren, die een waarschijnlijke rol spelen bij wiegendood.
- Vroeggeboorte en laag geboortegewicht. Het blijkt dat bij vroeggeboorte, of prematuriteit, een toegenomen kans op wiegendood bestaat ten opzichte van optijd geboren kinderen. Dit geldt ook voor een te laag geboortegewicht ten opzichte van de zwangerschapsduur. Dit bevestigt het idee dat er factoren bij het kind zijn, waardoor er meer kans op wiegendood is. Ook bij de groep te vroeg geboren kinderen en de te lichte baby's is in de afgelopen jaren door de gegeven adviezen het aantal kinderen dat overleed door wiegendood op dezelfde wijze afgenomen.
- Meerlingen. Onder tweelingen is het overlijden ten gevolge van wiegendood hoger dan bij eenlingen. Hierbij speelt ook mee dat tweelingen over het algemeen eerder worden geboren.
- Geslacht. Het blijkt dat wiegendood bij jongetjes meer voorkomt dan bij meisjes.
- Geneesmiddelen. Een aantal geneesmiddelen is de laatste jaren in verband gebracht met wiegendood. Het betreft medicijnen, die vroeger relatief vaak ook aan jonge kinderen werden voorgeschreven. Het was toen niet bekend dat er een risico tussen bestond, met wiegendood. Medicijnen waar hierbij aan kan worden gedacht zijn, promethazine siroop, ketotifeen en cisapride. Dit laatste medicijn kan een afwijking in het hartritme geven, het zogenoemde verlengde QT syndroom.
- Borstvoeding. Borstvoeding lijkt te beschermen tegen wiegendood.
© Mijn kinderarts 2010
|