Adoptieprocedure

Print deze pagina

adoptieBij een adoptie komt er heel wat kijken. Er zijn een aantal stappen te nemen, die in de procedure zijn geregeld. Al deze stappen liggen vast in een wettelijk kader. Hierbuiten is het niet toegestaan om een legale adoptie tot stand te laten komen. 

In grote lijnen verloopt de procedure in negen stappen.  

1.De adoptieprocedure begint met een aanvraag in te dienen voor een zogenoemde beginseltoestemming. Dit is een formulier dat u kunt aanvragen bij de Stichting Adoptievoorzieningen (SAV).

Hieronder vindt u enkele van de voorwaarden zoals die in ieder geval gesteld zullen worden bij adoptie. Deze voorwaarden zijn vastgelegd in de Wet Opneming Buitenlandse Kinderen ter Adoptie (WOBKA).

  • Leeftijd. De leeftijd waarop u en uw partner een aanvraag voor een beginselverklaring kunnen indienen bedraagt maximaal 42 jaar. Hierboven wordt alleen onder zeer speciale voorwaarden een beginselverklaring afgegeven. Verder mag het leeftijdsverschil tussen de oudste ouder en het kind niet meer bedragen dan 40 jaar op het moment dat de aanvraag wordt ingediend. Bij kinderen met een handicap wordt er soms van deze regeling afgeweken. U dient bereid te zijn om alle medische noodzakelijke zorg en vaccinaties die het kind behoeft te geven.
  • Voor adoptie komen in aanmerking, gehuwden, samenwonenden en alleenstaanden. Vanaf 1-1-2009 is het ook mogelijk dat twee partners van hetzelfde geslacht een kind adopteren, mits het land van waaruit het kind wordt geadopteerd hiervoor toestemming verleent.
  • Er dient een medisch keuring van beide partners plaats te vinden, welke ter inzage is aan de medewerker van de Raad voor de Kinderbescherming.
  • Aanvrager en zijn of haar partner dienen toestemming te verlenen tot inzage in het justitieel documentatieregister.
  • U dient garant te staan voor alle kosten van de verzorging van het kind.

2. U wordt toegelaten tot de procedure als u volgens de Stichting Adoptievoorzieningen voldoet aan de voorwaarden.

3. Vervolgens vinden er zes voorlichtingsbijeenkomsten plaats waarin aspirant ouders uitvoerig worden geïnformeerd over alle aspecten van een adoptie. Deze bijeenkomsten hebben tot doel om de toekomstige ouders van een adoptiekind weloverwogen een beslissing te laten nemen.

4. Er vindt een gezinsonderzoek plaats door de Raad voor de Kinderbescherming.

5. Wanneer een positief advies van de Raad voor de Kinderbescherming is uitgebracht, krijgt u een Beginseltoestemming van het Ministerie van Justitie. Deze is vier jaar geldig indien afgegeven na 1-1-2009 en drie jaar indien afgegeven voor deze datum.

6. Hierna volgt de bemiddelingsfase waarbij er contact wordt gelegd tussen de ouders en bevoegde instanties in het buitenland. In Nederland zijn er vijf vergunninghouders die mogen bemiddelen. Dit zijn: Vereniging Wereldkinderen, Nederlandse adoptie stichting, Stichting Afrika, Stichting Meiling en Stichting Kind en Toekomst.

De vergunninghouders hebben van het ministerie van Justitie toestemming gekregen om te bemiddelen tussen voor adoptie aangeboden kinderen en aspirant ouders.

7. Wanneer de Nederlandse vergunninghouder en de instantie in het land van herkomst van het kind tot de conclusie zijn gekomen dat er een match mogelijk is tussen deze ouders en het kind, wordt het kind aan de ouders voorgesteld. Hierbij worden de leeftijd, geslacht en de medische achtergrond van het kind genoemd. De ouders krijgen hierna bedenktijd.

8.Accepteren de ouders het voorstel, dan wordt nogmaals gecontroleerd of alle papieren van het kind in orde zijn. Wanneer de ouders hun kind gaan ophalen in het buitenland is, wanneer het betrokken land het Haags adoptie verdrag heeft ondertekend, het kind bij aankomst meteen Nederlander. Slechts een enkele keer komt het kind zelf naar Nederland. Bijna altijd wordt het door zijn toekomstige ouders opgehaald.

9. Als een buitenlands adoptiekind in Nederland aankomt moeten er nog heel wat officiële verplichtingen worden vervuld.

Onder andere wordt het kind uitgebreid medisch onderzocht door een kinderarts. Veel gemeenten verlangen daarnaast een verklaring dat het kind geen tuberculoze heeft.

 

© Mijn Kinderarts 2010