Het is gebruikelijk om een geadopteerd kind binnen 14 dagen na aankomst in Nederland medisch te laten onderzoeken. Over het algemeen zal dit door een kinderarts gebeuren. Door de sectie Tropische Kindergeneeskunde van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde is een protocol opgesteld betreffende medisch onderzoek bij buitenlandse adoptiekinderen. Bij het onderzoek van uw kind volgt de kinderarts waarschijnlijk ook dit protocol. Hieronder is te zien welke onderzoeken in het protocol zijn beschreven.
Gegevens van het kind: Voorafgaande aan het onderzoek zullen gegevens worden gevraagd over de plaats waar uw kind vandaan kwam en wat uw indruk hiervan was. Er wordt navraag gedaan naar de indruk die het kind maakte op de adoptiefouders en hoe het de reis heeft ervaren.
De meegebrachte medische informatie over het kind wordt doorgenomen. Hierbij wordt er gekeken naar de geboortedatum en eventuele medische bijzonderheden. Bij een Special Needs kind is de hierbij opgegeven informatie van extra belang.
Ten aanzien van de vaccinatiestatus van uw kind is er vaak onduidelijkheid. Niet alle informatie hierover is betrouwbaar. Bij onduidelijkheid is het beter ervan uit te gaan dat er een onvolledige vaccinatie heeft plaatsgevonden. Via bloedonderzoek kan er worden gekeken naar antistoffen tegen tetanus, difterie en polio. Ook is het mogelijk opnieuw te vaccineren.
Lichamelijk onderzoek: Bij het lichamelijk onderzoek wordt naar het algemeen lichamelijk aspect van het kind gekeken. Hierbij wordt er gelet op de voedingstoestand, tekenen van syndromale afwijkingen, et cetera.
Voorts worden gewicht, lengte en schedelomtrek bepaald en vergeleken met de gemiddelde waarden voor het land van herkomst indien die aanwezig zijn.
De toestand en ontwikkeling van het gebit wordt onderzocht.
De huid wordt bekeken, waarbij met name wordt gelet op de aanwezigheid van scabies (schurft), luizen, huidschimmels, littekens en de plaats van een BCG vaccinatie.
Algemeen intern onderzoek vindt plaats door beluisteren van hart, longen, en voelen naar de lever en milt.
Ook de geestelijke en motorische ontwikkeling wordt beoordeeld.
Aanvullend onderzoek: Hierbij zal de aanvrager in gedachten houden welke ziekten kunnen voorkomen in het land van herkomst van het kind. In ieder geval vindt er screenend bloedonderzoek plaats naar:
- Bezinking en/of CRP, bloedgehalte (Hb en Ht), witte bloedcellen, en eventueel onderzoek naar Hb-analyse.
- Onderzoek naar calcium, fosfaat, alkalische fosfatase, aminotransferasen, γ-glutamyltransferase, albumine en kreatinine. (bij kinderen uit China altijd kreatinine)
- Onderzoek naar hepatitis B, hepatitis C, lues, HIV en onderzoek naar de MRSA bacterie.
- Urine onderzoek op eiwit, glucose, sediment (bij kinderen uit china onderzoek op kristallen)
- Onderzoek van de ontlasting op de Salmonella, Shigella bacterie en bij diarree Yersinia en enteropathogene Escherichia coli bacterie. Onderzoek op parasieten met PCR techniek en eventueel Rota virus.
- Röntgenonderzoek van de borst (verplicht voor GGD; bij aanwezigheid van BCG-litteken, anders Mantoux zetten). Eventueel bij vragen over geboortedatum of bij afwijkende lengte, een röntgenfoto van het polsskelet en de hand.
- Bij kinderen jonger dan 1 jaar screening op aangeboren te lage schildklierwerking en fenylketonurie (tot leeftijd van ½ jaar hielprik op CB).
- Bij kinderen uit China een echo-onderzoek van de nieren en blaas overwegen.
- Eventueel onnderzoek op malaria.
- Eventueel screening op gehoor (als het kind < 6 weken is kan dit op het consultatie bureau (CB) gebeuren; als het kind > 6 weken is, op indicatie bij een audiologisch centrum.
© Mijn Kinderarts 2010