Hoe moet extra ondersteuning worden geregeld?

Print deze pagina

De bekendste ondersteuning voor kinderen, die naar het basisonderwijs of het voortgezet onderwijs gaan is het rugzakje oftewel de Leerlinggebonden financiering. Daarnaast kan het zijn dat er bepaalde voorzieningen nodig zijn voor uw kind. Zulke extra hulp verloopt meestal via de AWBZ en kan zijn geregeld via een Persoons Gebonden Budget (PGB). Andere hulp is bijvoorbeeld nodig als er aanpassingen nodig zijn van het schoolgebouw of wanneer er speciale voor het kind benodigde hulpmiddelen moeten worden geregeld.

Soms wanneer uw kind enige tijd op school is blijkt misschien dat er andere hulp nodig is. Uw kind is in dergelijke situaties gebaat bij een school waar men goed de veranderingen kan bijhouden en tijdig kan ingrijpen waar dat nodig is.

Het rugzakje, of Leerlinggebonden financiering en wat er mee kan worden gedaan is elders beschreven.

In het kort gezegd moet u uw kind aanmelden bij het Regionaal Expertisecentrum(REC), voor de cluster waarin uw kind valt. Er zijn vier verschillende clusters. Het is belangrijk dat u het juiste cluster kiest voor het schooltype waarin de beperking van uw kind valt. Ook moeten alle benodigde papieren zo volledig mogelijk worden aangeleverd. Het REC of MEE kan u hierbij helpen. In dit dossier zitten alle schoolonderzoeken, eventuele psychologische onderzoeken en ook medische verklaringen die er over uw kind bekend zijn.

Ieder REC heeft een onafhankelijke Commissie voor de Indicatiestelling (CVI), die beslist over de toekenning van een rugzakje voor uw kind.

Het komt voor dat er een rugzakje wordt aangevraagd voor meerdere kinderen. Het voordeel hiervan is dat er een groter budget beschikbaar komt, waardoor er extra onderwijsondersteuning kan worden aangevraagd, of de klas kan worden verkleind. Hiervan hebben alle kinderen voordeel, ook degene die geen beperking hebben. Voor de acceptatie van kinderen met een beperking kan het positief werken, wanneer andere ouders deze voordelen zien.

Extra zorg en begeleiding. Wanneer er behalve onderwijskundige ondersteuning voor uw kind met een beperking andere voorzieningen nodig zijn, zoals bijvoorbeeld medische verzorging, dan moet dit uit de AWBZ worden gefinancierd. In deze situatie kan er worden gekozen voor zorg in natura of voor een Persoonsgebonden Budget (PGB).

Men kent binnen de AWBZ drie soorten zorg:

  1. Persoonlijke verzorging. Hierbij gaat het om ondersteuning van de zogenoemde algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL). Hulp bij en aanleren van zelfredzaamheid voor het kind vallen hieronder.
  2. Verpleging. Hiermee wordt bekostiging geregeld van zogenoemd verpleegkundig handelen. Hierbij doet de verpleegkundige medische handelingen en ondersteunt het kind met zijn handicap. Ook wordt daarbij instructie, voorlichting en advies aan school gegeven.
  3. Begeleiding. Na 2009 zijn de mogelijkheden hiervoor beperkt. Het is thans nog onduidelijk hoe dit verder zal gaan lopen.

Voor kinderen met een beperking zijn er op de reguliere basisschool mogelijk aanpassingen nodig aan het gebouw. Te denken valt aan een betere toegankelijkheid, voorzieningen in de klas, doordat er andere tafels en stoelen nodig zijn of aanpassingen bij de toiletten. Soms zijn er ook bepaalde hulpmiddelen nodig, zoals aanpassingen aan een auto, oprijgoten bij de trappen, aanpassingen aan de fiets of is nodig een laptop aan te aanschaffen.  

Kinderen kunnen een dyslexieverklaring krijgen van een psycholoog of orthopedagoog. Hiermee kan voorde leerling extra examentijd worden verkregen tot ten hoogste een half uur. Op school zijn er met een dyslexieverklaring op zak extra ondersteuningen te verkrijgen.

Met een dyscalculieverklaring ligt het wat anders omdat deze op dit moment nog niet op dezelfde wijze wordt beoordeeld als de dyslexie verklaring. Individueel past de school bepaalde zaken wel aan, zoals met een dyscalculie pasje. Het blijft echter een kwestie van onderling overleg hoe ermee wordt omgegaan.

Deze informatie is ontleend aan de folder: Natuurlijk welkom op school, een uitgave van de Chronisch zieken en gehandicapten Raad Nederland.

 

© Mijn Kinderarts 2010