In Nederland komen jaarlijks 50-80 kinderen om het leven ten gevolge van kindermishandeling. Dit is gemiddeld één kind per week.
Per jaar zijn ongeveer 107.200 kinderen het slachtoffer van kindermishandeling. (Nationale Prevalentiestudie Kindermishandeling 2005). Het merendeel hiervan beterft gevallen van lichamelijke en emotionele verwaarlozing, of het onthouden van onderwijs.
Geschat wordt dat bij ongeveer 1 op de 10 kinderen die zich met letsel op de spoedeisende hulp presenteren het letsel ten gevolge van kindermishandeling is toegebracht. Dit zijn heel schokkende cijfers en voor veel professionals is het ook wel moeilijk te geloven dat het om zoveel kinderen gaat.
Om op de Spoedeisende Hulp alert te zijn op gevallen van kindermishandeling, wordt er bij ieder kind dat zich met welk letsel dan ook presenteert een checklist door de arts ingevuld. Wanneer er hierbij blijkt dat er mogelijk sprake is van een voor mishandeling verdachte zaak, dan wordt de kinderarts ingeschakeld om via een gesprek met de ouders de toedracht helder te krijgen. Voor ouders is het vaak heel ingrijpend wanneer zij voor een dergelijk gesprek worden uitgenodigd. Het laat een onuitwisbare indruk achter, ook al is er helemaal geen sprake van enige betrokkenheid bij kindermishandeling.
Uitgaande van deze cijfers blijkt er in iedere klas één kind te zitten dat de een of andere vorm van kindermishandeling ondergaat.
In het verleden blijkt het aantal kinderen dat een vorm van mishandeling ondervond te zijn onderschat. Lang hebben cijfers tussen de 50-80.000 gecirculeerd. Van de scholieren tussen 12 en 17 jaar geeft 30% op ooit onderworpen te zijn geweest aan een vorm van kindermishandeling.
Er is jaarlijks 40.000 keer contact met het Advies en Meldpunt Kindermishandeling, waarbij er 11.000 meldingen werden gedaan van kindermishandeling.
Het voorkomen van seksueel misbruik onder vrouwen in Europa wordt geschat op 10-20% en voor mannen op 3-10%
© Mijn Kinderarts 2010