Er is een lange tijd geweest dat kinderen werden beschouwd als kleine volwassenen. Dat het kind eigenschappen had die helemaal los staan van volwassenen was nog geen algemeen goed. Kinderen waren vaak als uiting van deze gedachte ook net zo gekleed als volwassenen. Hoewel ze naar een school gingen werkten veel kinderen ook op het land en later in fabrieken. Het heeft nog tot in de vorige eeuw geduurd tot kinderarbeid door het kinderwetje van van Houten werd verboden.
De Engelse filosoof John Locke uit de 17e eeuw, die veel invloed heeft gehad op het denken van de volgende eeuwen beschrijft dat een kind zonder enige ervaring als een onbeschreven blad, een tabula rasa ter wereld komt. Alle indrukken komen uitsluitend via de zintuigen. Alleen via de zintuigen komt alle kennis bij ons binnen.
Theorieën over opvoeding en de ontwikkeling van een kind kwamen er ook tijdens de Verlichting. In de achttiende eeuw schreef de in Zwitserland geboren Jean Jacques Rousseau zijn beroemde boek `Emile, of over de opvoeding`. Hierin geeft hij aan dat een kind zich zoveel mogelijk vrij moet kunnen ontwikkelen en niet wordt gebonden door zoals hij het noemde: "De ketenen van de beschaving". Kinderen moesten opgroeien door ervaring en niet door regels of straf. Niet met het verstand maar met het hart moet een kind worden opgevoed.
In de 20e eeuw zijn er belangrijke denkers geweest over de vraag hoe kennis ontwikkeling van kinderen verloopt. Een voorbeeld daarvan is Jean Piaget (1896-1980) geweest, die zijn hele leven geprobeerd heeft te onderzoeken hoe kinderen nou precies leren.
© Mijn Kinderarts 2010