Ontwikkelingsfasen, zuigeling

Print deze pagina

ontwikkeling zuigelingDe eerste maanden worden gekenmerkt door de basale verzorging, aangezien een pasgeborene volledig afhankelijk is en aangewezen is op zorg van de omgeving. Een kind leert hierin echter wel hoe positief de rol van de ouders is. Het ervaart hoe, als er onlustgevoelens zijn door honger of een vieze luier, de ouder ervoor zorgt dat hij zich weer prettig voelt. De opvoeding begint als het ware met voeding en verzorging. Kinderen leren hoe hun ouders vervelende dingen voor ze op kunnen lossen en dat maakt de band naar u als ouders sterker. Van dat basisgevoel van veiligheid komt het allengs tot een prettig gevoel met ouders samen te zijn. Omdat het kind zich afhankelijk weet van deze zorg, zal het straks, wanneer bepaald gedrag wordt afgekeurd, geneigd zijn te gehoorzamen. Het wil de gunst van de ouder vanwege zijn afhankelijkheid niet kwijtraken.

Aan het eind van het eerste jaar zijn kinderen al behoorlijk mobiel geworden en gaan ze erop uit om de wereld te verkennen. Daarbij komen ze van alles tegen. De aspecten van veiligheid komen nu om de hoek kijken. Wanneer u merkt dat uw kleintje zich op gevaarlijk pad begeeft, is het niet nodig meteen heftig en geschrokken te reageren als het naar het stopcontact kruipt. U kunt ook rustig 'nee' zeggen en daarna zorgen dat de aandacht op iets anders wordt gericht. Het zal zich waarschijnlijk vaker herhalen en steeds is uw reactie hetzelfde. Bedenk dat kinderen op deze leeftijd nog geen goed geheugen hebben en u dus voortdurend uw reactie moet herhalen. Blijf echter wel consequent en blijf het verbieden. Een prima moment doet zich voor als u ziet dat hij weer naar het stopcontact kruipt, maar nu aarzelt om er aan te gaan zitten. Nu kunt u hem uitvoerig prijzen en knuffelen en laten merken hoe goed hij het heeft gedaan.

Op deze wijze leren we kinderen gewenst positief gedrag en zullen zij negatief gedrag afleren. Over het algemeen heeft belonen als het goed gaat veel meer effect dan straffen. U kunt echte vermaningen dan reserveren voor situaties waarin het kind zich in gevaar begeeft of als het waardevolle dingen dreigt stuk te maken. Over de manier waarop gedrag kan worden aangeleerd of afgeleerd gaat het tweede deel van dit hoofdstuk: Manieren waarop gedrag kan worden veranderd.

 

© Mijn Kinderarts 2010