Slaapwandelen wordt ook wel parasomnie genoemd. Het is een vooral bij kinderen tussen de drie jaar en de puberteit voorkomende toestand.
Hoe ziet het uit? Meestal enkele uren na het in slaap vallen komt het kind zijn bed uit en loopt door de slaapkamer en het huis, zonder doel en zonder daarbij wakker te worden. Soms gaan ze op een andere plaats dan hun bed weer verder slapen. Het lopen is niet echt stabiel. De ogen zijn wel iets open maar er is een lege blik, zonder herkenning. De duur is wisselend van enkele minuten tot een haf uur of langer.
Wat is de oorzaak? Het slaapwandelen gebeurt in de diepe slaapfase (3en 4). Dus niet in de REM of droomfase van de slaap. Op de een of andere wijze is er wel een vorm van bewustzijn actief, maar wordt het kind er niet wakker van. Het is merkwaardig hoe het kind in diepe slaap kan zijn en toch rond kan lopen. Het lukt maar heel moeilijk om het kind wakker te maken. Er is duidelijke tegenzin en de slaapwandelaar zal afwerende gebaren maken. Het beste is het om het kind weer met enige takt naar bed te begeleiden.
Emotionele oorzaken overdag kunnen het slaapwandelen mogelijk uitlokken, net als slaaptekort en ziekte. Ook spelen erfelijke factoren er waarschijnlijk wel een rol bij.
Wat is eraan te doen? In ieder geval moet ervoor worden gezorgd, dat het kind geen ongelukken kan krijgen. Een traphekje, grendels op deuren naar balkon en ramen kunnen nodig zijn om ongelukken te voorkomen.
Slaaptekort moet worden voorkomen.
Verder kan men kijken of het mogelijk is om een bepaald patroon in het tijdstip waarop het slaapwandelen begint, te herkennen. Als dit zich voordoet is het mogelijk om het kind preventief wakker te maken om zo het uit bed komen en het slaapwandelen te voorkomen. Er moet hierbij wel worden opgelet of dit wakker maken weer niet een aanzet vormt om te gaan slaapwandelen.
Ouders en kind worden in ieder geval gerustgesteld over de aard van het slaapwandelen en de gunstige uiteindelijke prognose. Bijna alle kinderen stoppen er in de puberteit mee. Dit geeft ook aan dat het een relatie heeft met een onrijpheid van de hersenen.
© Mijn Kinderarts 2010