Spelen

Print deze pagina

Speelgoed. Tegenwoordig is speelgoed aan hele strenge eisen van de overheid onderworpen. Het moet voldoen aan in de Warenwet vastgestelde richtlijnen. Het is nog wel belangrijk om te kijken of het speelgoed van uw kind wel voor de leeftijd geschikt is en of er geen losse onderdelen aan zijn komen te zitten.

Andere min of meer erbij te rekenen apparaten zijn de Babybouncer, het loopwagentje en de trampoline.

Een Babybouncer is een apparaat dat aan de deurpost of het plafond wordt bevestigd. De baby zit op een stoeltje dat aan een veersysteem zit. Hij kan net met de teentjes op de grond komen. Deze apparaten zijn geschikt voor oude zuigelingen en peuters, die wel voldoende hoofdbalans hebben en rechtop kunnen blijven zitten, maar nog niet loslopen. Ze zijn bedoeld om op een neer te bewegen, maar niet om ermee te schommelen. Er moeten om de veren goede beschermkokers zitten, zodat het kind niet met de vingers ertussen bekneld kan raken.

Een Babybouncer is er alleen tot een bepaald gewicht. Dat wil dan ook zeggen dat kinderen met een groter gewicht er niet in horen.

U moet er altijd bijblijven als uw kind in een Babybouncer zit, om als er zich iets vervelends voordoet meteen te kunnen ingrijpen. Gebruik een babybouncer niet om uw kind in te laten slapen en laat het niet meer dan een kwartier per dag ermee bezig zijn.

Loopstoeltjes zijn stoeltjes op wieltjes waarin een kind dat nog niet goed kan loslopen min of meer hangend zich door de kamers kan voortbewegen. Er gebeuren vaak ongelukken met loopstoeltjes, doordat het kind vooruit loopt en het stoeltje met de wieltjes niet verder wil. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren bij drempels of verandering van oppervlak. Kinderen kunnen daarbij voorover vallen en zich aan het gezicht of de nek bezeren. Ook kunnen ze ermee van een terras of van de trap vallen. Al lopend kunnen ze tegen een muur botsen of ermee omvallen.

Dat is de reden dat loopstoeltjes geen gunstige naam hebben. Het beste is het om erbij te blijven als uw kind in een loopstoeltje aan de gang is.

Trampoline. Momenteel zijn trampolines heel populair. Ze zijn er in verschillende maten, voor zowel de modellen boven de grond als de ingegraven typen.

Trampolines moeten goed stevig zijn en niet kunnen omvallen. Heel belangrijk is het om erop te letten dat de ruimte boven de trampoline vrij is van obstakels in de vorm van takken, waslijnen, elektrische draden enz.

Ongelukken komen met trampolines veel voor, doordat kinderen ervan afvallen. Bij de ingegraven modellen is dit natuurlijk niet van grote hoogte. Spring niet als de trampoline nat is. Je glijdt dan veel sneller uit en er komen gemakkelijker ongelukken voor.

De omgeving van een trampoline moet ook veilig zijn. Er moeten geen hekken, muren, of struiken omheen staan. Het beste is het als er een zachte ondergrond om de trampoline is aangelegd.

De trap naar de trampoline moet stevig staan en kunnen worden weggehaald als er kleine kinderen in de buurt ervan spelen.

Trampolines moeten maar door één kind tegelijk worden gebruikt. Als er meerdere kinderen op springen kan de trampoline het begeven, of kinderen vallen gemakkelijker op elkaar. Hierdoor kunnen er allerlei letsels van hoofd, nek, borst of buik ontstaan.

Ongelukken komen ook veel voor als kinderen van de trampoline afspringen. Laat ze er daarom via het trapje afkomen.

 

 

© Mijnkinderarts 2010