Welk onderwijs wordt er gegeven?

Print deze pagina

Doel van het onderwijs is om de leerling zoveel mogelijk individueel te stimuleren in zijn vaardigheden, waarbij wordt toegewerkt naar een op oudere leeftijd zo optimaal mogelijk functioneren in de maatschappij. Naar dit doel wordt toegewerkt door een veelheid aan voor de leerling tijdens zijn verblijf op school gegeven vormen van onderwijs en praktische vorming.

Voor de jonge leerlingen wordt het dagschema weergegeven in picto's zodat de leerling weet hoe de dag gaat verlopen en welke vakken en bezigheden er die dag op het programma staan. Met picto's wordt een symbolische aanduiding van een activiteit bedoeld, zoals een trommel met stokken voor muziekonderwijs, een bordje met mes en vork voor eten, of een foto van de logopediste voor het logopedie-onderwijs.

In grote lijnen wordt er voor de jongere kinderen gewerkt aan vakken als: lezen, schrijven, rekenen, taal en wereldoriëntatie.

  • Lezen. Er zijn verschillende leesmethoden, voor klassikaal onderwijs of voor individuele leerlingen met een specifiek probleem, waaruit kan worden gekozen.
  • Leerlingen krijgen voor het schrijven in eerste instantie voorbereidende oefeningen. Later wordt meer met het echte schrijven begonnen. Kinderen die motorische problemen hebben zullen vaak hulp van de ergotherapeute of de fysiotherapeute van de school krijgen.
  • Rekenen is voor de leerlingen een onderdeel van het totale onderwijspakket dat gericht is op het functioneren in de maatschappij. De leerlingen krijgen spelenderwijs opgaven te doen over situaties, die zij in het dagelijks leven kunnen tegenkomen.
  • Leerlingen leren taal toe te passen in alledaagse situaties. Het taal onderwijs sluit aan tijdens het verblijf op school met de ontwikkelingen die het kind doormaakt.
  • Het vak wereldoriëntatie is bedoeld de leerling kennis te laten maken met de wereld om hem heen. Afhankelijk van de leeftijd leert het kind over zijn woon- en leefomgeving, over het land en de geschiedenis.
  • Kinderen krijgen meestal van een vakleerkracht bewegingsonderwijs. Behalve de gewone gymnastiekoefeningen bestaat het ook uit sport en spel.

 

Op oudere leeftijd komen er vakken als:

  • Zwemmen. Zwemonderwijs wordt op veel scholen geboden en verloopt van een eerste kennismaking tot het behalen van een diploma.
  • Beweging en muziek. Hierbij gaat het om muziek beleven, maar om ook zelf muziek te maken, te zingen en te bewegen op muziek.
  • Kookonderwijs vormt onderdeel van een heel scala aan activiteiten. Kinderen kunnen eerst leren om de etenswaren klaar te maken, door middel van wassen, snijden en kneden. Later komt pas het echte koken aan bod.
  • Werkervaringsprojecten hebben tot doel om voor de oudere leerlingen meer inzicht te geven hoe op projectmatige wijze iets tot stand komt. Ook leren de kinderen hierin hoe ze door onderlinge samenwerking iets kunnen maken.
  • Stage plaatsen. In de laatste jaren kunnen kinderen via stage plaatsen, in contact komen met bedrijven of organisaties. Deze plaatsen worden door school met bedrijven uit de omgeving gemaakt. Mogelijk komen de leerlingen zo in contact met toekomstige werkplekken.

 

© Mijn Kinderarts 2010