Gebruikelijke aanpak

Print deze pagina

Er wordt vaak over zindelijkheidstraining gesproken, maar eigenlijk is het helemaal geen training. Veel meer gaat het om het begeleiden van uw peuter in een bepaalde fase van zijn ontwikkeling. Dit onderdeel van de lichamelijke en geestlijke ontwikkeling van het kind gaat over het onder controle krijgen van de blaasfunctie en het poepen. 

Aanvankelijk zijn kinderen helemaal niet geïnteresseerd in ontlasting en plas. Ze hebben er nog geen idee van dat ze hierover controle kunnen krijgen. Beide functies verlopen nog geheel zelfstandig zonder dat er door de wil invloed op wordt uitgeoefend.

Vroege methodes waarbij kinderen al binnen een half jaar hun plas boven een wastafel doen, hebben niets met zindelijkheid te maken. Het gaat er dan meer om bij een baby een vast moment te kiezen waarop hij altijd een plas doet.

De gangbare idee is toch dat een kind er lichamelijk aan toe moet zijn om zindelijk te kunnen worden. Dat is ook de reden dat er niet wordt begonnen om een kind zindelijk te maken als het juist veel ziek is of als er op emotioneel vlak veel van hem gevraagd wordt. Dat laatste kan zijn bij schoolverandering of de komst van een broertje of zusje.

Voordat een kind zelf ermee aan de gang gaat is het goed om hemuit te leggen en te laten snappen waarvoor een potje of een toilet dienen. Als ze een paar keer hebben gezien hoe de wc wordt gebruikt door een ouder of een broertje of zusje heeft dat een prima voorbeeldfunctie. Ook kan er door in een boekje met plaatjes over te praten de aandacht van uw kind op het onderwerp worden gevestigd.

Het is een kwestie van aanvoelen wanneer een kind eraan toe is om met de zindelijkheid te gaan beginnen. Over het algemeen worden kinderen het eerst zindelijk voor ontlasting. Dat heeft ermee te maken dat de ontlasting zo'n één tot twee keer per dag komt en beter te beheersen valt dan de aandrang tot plassen, die hen vaak veel meer overvalt. Daarbij zijn de momenten waarop peuters moeten poepen vaak steeds hetzelfde. Dat kan bijvoorbeeld zijn kort na het ontbijt, of na het middageten, als de darmperistaltiek op gang komt.

Als er geregeld eenzelfde moment is waarop de ontlasting komt, dan kunt u het erover hebben dat het heel knap zou zijn als het zou lukken om in plaats van in de luier op het potje te poepen. Misschien wil uw kind daar niets van weten. Laat het onderwerp dan even rusten en kom er later weer op terug. Bedenk ook altijd dat er veel verschil bestaat tussen het moment dat het ene kind eraan toe is vergeleken met het andere.

Laat in ieder geval in deze fase niet merken dat u de ontlasting in de luier vies vindt en dat uw kind daarom maar snel zindelijk moet worden. Het zal uw misprijzen ervaren als een afwijzing en het niet zindelijk zijn ervaren als een tekortschieten. Het is daarom niet goed voor het zelfvertrouwen van uw kind en zal het ten opzichte van het zindelijk worden onzeker maken. Wordt ook niet boos als het allemaal wat lang duurt, want hoe meer spanning er rond het poepen en plassen ontstaat, hoe langer het proces van zindelijk worden duurt.

Veel kinderen vinden het in het begin fijn om nog met de luier om op een potje of een wc te zitten. Als dat zo is dan kan dat als een tijdelijke oplossing worden beschouwd en een opstapje zijn naar de volgende vaardigheid. Die bestaat eruit dat ze zonder luier op het potje gaan zitten. De stap hierna is dat ze zelf hun kleren omlaag doen om op de pot of de wc te gaan zitten.

In het begin gaat het vast wel een keer mis. Reageer daarop neutraal, zonder boos te worden. Als het goed gaat is dat natuurlijk fantastisch en als uw kind ervaart hoe hij u daarmee een plezier kan doen zal hij het vaker willen proberen. Hiermee voelt hij iets geweldigs te hebben gedaan, wat het zelfvertrouwen versterkt voor de volgende stap: het zindelijk worden voor de plas.

Meestal komt dit een paar maanden na het zindelijk woorden voor ontlasting. U zult merken dat de luier steeds vaker droog is als u ernaar kijkt. Dat is het moment om uw peuter zonder luier te laten lopen. Het kost een kind meer moeite om de wat meer snelle aandrang van de plas te controleren. Ze zijn dan ook in de eerste periode te laat met het bereiken van het potje of de wc. In de loop van de tijd krijgen ze er meer controle over en lukt het om de plas uit te stellen. Als het daarmee dan lukt om wel op tijd op een potje te komen is daarmee eigenlijk de zindelijkheid overdag een feit geworden.

Een oude wijsheid is dat kinderen in de zomermaanden gemakkelijker zindelijk voor urine worden, omdat ze dan in hun blote billen kunnen blijven lopen. Zo zouden ze zich sneller ervan bewust worden dat ze een plas doen. Waarschijnlijk maakt het tijdstip niet zoveel uit, maar er is natuurlijk niets op tegen om de zomer voor dit doel te gebruiken.

 

© Mijn Kinderarts 2010