Ook te vroeg geboren baby's kunnen profiteren van moedermelk. Hoewel als ze veel te vroeg zijn geboren het nog niet gelukt om ze zelf te laten drinken, wordt er wel meteen voor gezorgd dat moeder melk afkolft om zo de borstvoeding op gang te houden. Over de wijze van afkolven en het bewaren van melk staat elders meer te lezen.
De samenstelling van de melk is als een baby te vroeg wordt geboren anders dan bij op tijd geboren baby's. Zo zorgt de natuur ervoor dat de baby krijgt wat hij moet hebben.
Als een baby te vroeg is geboren, hangt het af van de zwangerschapsduur, of er borstvoeding geprobeerd kan worden. Er zijn daarvoor niet precies grenzen aan te geven, maar aanleggen kan vanaf 32-34 weken en vanaf 35 weken lukt het veel te vroeg geboren baby's al om goed uit de borst te drinken.
Als baby's veel te vroeg zijn geboren is de zuigreflex nog niet goed ontwikkeld. Ook drinken uit een flesje gaat dan overigens nog niet goed. Zij krijgen dan de afgekolfde moedermelk via een sonde.
Te vroeg geboren baby's verblijven nog in het ziekenhuis. Daar kijkt men hoe het met de voedingen van de baby gaat. Veelal wordt er al bij 32 weken gekeken of de baby de borst wil pakken. Vaak is het verrassend hoe goed zo'n kleintje dan toch al kan drinken.
Er moet wel altijd op worden gelet dat de baby niet teveel energie verbruikt met het drinken. Dat is de reden dat er in het begin niet meer dan twee keer op een dag een borstvoeding wordt gegeven. Doe je het vaker, dan gaat het de eerste dagen nog wel goed, maar zullen ze er daarna vermoeid bij raken, niet meer goed wakker te krijgen zijn en moet je weer gaan opbouwen.
De begeleiding van de moeder van een te vroeg geboren baby, ten aanzien van het geven van borstvoeding verloopt via de kinderverpleegkundige en eventueel de lactatiekundige op de couveuse afdeling.
© Mijn Kinderarts 2010