Aan tafel

Print deze pagina

samen eten 

Overgang naar vaste voeding. In het eerste jaar verschuift de wijze van voeden van borst- of flesvoeding naar bijvoeding die met een lepeltje wordt gegeven. Voor de baby zijn die veranderingen wel groot, maar hij is er al na een paar maanden helemaal klaar voor. Eigenlijk kunnen kinderen al vanaf drie maanden via hun maagdarmkanaal probleemloos andere dingen dan melk opnemen. Hun mond- en slikbeweging is er ook toe in staat om vanaf een half jaar grovere voeding te verwerken. Deze veranderingen gaan samen met de geestelijke en sociale ontwikkeling van uw baby.

Plezier beleven aan de maaltijd. Als kinderen in gezelschap zijn genieten ze van de aanwezigheid van hun ouders en broertjes of zusjes. Ze nemen heel goed waar hoe de stemming aan tafel is. Ze herkennen of er spanningen zijn of dat het een vrolijke boel is. Heel begrijpelijk natuurlijk als je bedenkt dat ze ook in andere situaties dat heel goed in de gaten gaan krijgen. Hoe ontspannender het aan tafel is hoe beter het met het eten zal gaan. Het omgekeerde is uiteraard ook waar. Juist als er een negatieve ervaring is rond het eten dan wordt het eten hier iedere keer weer mee in verband gebracht.

Een moment voor het gezin. Voor een peuter is zijn wereld nog niet zoveel groter dan het gezin waartoe hij behoort. Hierin vindt hij zijn ritme van opstaan, eten, spelen en slapen. De wereld van peuters is nog een magische wereld omdat ze nog niet zoveel verbanden herkennen tussen oorzaak en gevolg. Het samen aan tafel zitten is voor jonge kinderen een rustmoment dat ze geleidelijk aanleren. In het begin hebben ze misschien wel helemaal geen zin om erbij te zitten en wurmen ze zich van hun plaats. Wordt daarover niet boos en geïrriteerd. Straffen is een wel erg overtrokken reactie op iets waarvan ze helemaal niet kunnen zien wat ze fout hebben gedaan. Hoe vaker u het echter blijft proberen hoe beter het lukt om uw peuter aan tafel te houden.

Het blijkt dat juist het samen zitten en samen eten heel goed werkt op het eetgedrag van jonge kinderen. Goed voorbeeld, doet goed volgen is het gezegde. Het geldt voor de hoofdmaaltijden, maar ook voor de tussendoortjes. Als u uw kind eraan heeft gewend om aan tafel te blijven zitten als het eet gaat het veel makkelijker. Kinderen die al etend door de kamer lopen missen het plezier van het samen zijn, maar leren ook niet dat er een begin en eind is aan de maaltijd.

Maaltijden hebben een begin en een einde. Voor peuters is duidelijkheid altijd troef. Door voor hen vaste tijden te nemen dat ze aan tafel zitten leren ze ook met tijd rekening te houden. Daarbij gaat het er heel simpel aan toe. Wordt er slecht gegeten, dan is dat helemaal niet erg. Het eten wordt als het lang genoeg heeft geduurd, of u ziet dat uw kind toch verder niet meer wil, gewoon weggehaald. U laat zeker geen boosheid of teleurstelling zien, maar de tijd is gewoon om. Het spreekt uiteraard vanzelf dat er voor het gedrag hierna geen beloning volgt met een lekker toetje, uit angst dat de kleine te weinig heeft gekregen.

Sommige kinderen eten de hele dag door kleine beetjes. Zij krijgen daarmee geen verzadigingsgevoel wat belangrijk is om overgewicht te voorkomen. Ongemerkt gaat er namelijk daarmee toch meer naar binnen dan wanneer min of meer strak voor hoofdmaaltijden en een paar tussendoortjes wordt gekozen.

Verzadiging. Het is normaal om een kind per maaltijd zoveel te laten eten als het wil. Het kind mag zoveel eten als het wil op de hoofdtijden die daarvoor door de ouders zijn gekozen. Zo raakt een kind eraan gewend dat het verzadigd kan zijn. Mogelijk wordt dit verzadigingsgevoel vertaald in een bepaalde mate van voedselinname. Als deze verzadiging niet optreedt blijven kinderen maar eten. Als er daarbij onbeperkt eten beschikbaar is zal dit begrijpelijkerwijs tot overgewicht leiden.

 

© Mijn Kinderarts 2010