Hoofdmaaltijden en tussendoortjes. Vanaf het eerste jaar kunnen kinderen gewoon met de pot mee-eten. De gewone etenstijden die in het gezin gebruikelijk zijn kunnen worden aangehouden. Daarbij krijgen peuters tot maximaal drie tussendoortjes. Meestal zullen dat peuterkoekjes, soepstengels, een doosje rozijntjes, fruithapjes en dergelijke zijn. Voor de tandjes is het belangrijk dat er niet de hele dag door wordt gegeten. Als er steeds enige tijd tussen de maaltijden ligt kunnen de tandjes zich herstellen van de zuurproductie in de mond.
Zie hiervoor ook gebitsverzorging.
Drinken. Voor peuters is veel melk drinken niet meer nodig. De totale hoeveelheid melk komt uit op maar 300 ml per dag. Dat is ongeveer de inhoud van een limonadeglas. De meeste Nederlandse kinderen krijgen te veel melk. Wij zijn allemaal opgevoed met Joris driepinter en Melk moet, maar niet in zulke grote hoeveelheden. Melk bevat veel eiwit en ook veel calorieën. Het gehalte aan ijzer in hafvolle melk is relatief laag. Daarom kan er dan ook beter voor opvolgmelk worden gekozen dat meer ijzer bevat.
Limonade en frisdrank zijn als geregelde tussendoortjes ongeschikt. In limonade zit veel suiker en frisdrank bevat veel zoetstof. We weten nog te weinig of grotere hoeveelheden zoetstof voor peuters wel geschikt zijn. Vers sap is heel goed, maar sap uit een pak is vaak kunstmatig gezoet. Appelsap leidt bij kinderen soms tot dunne ontlasting en buikramp
Zelf eten en drinken. Peuters kunnen wel zelf eten en drinken. Door iedere keer wat anders aan te bieden zullen ze leren met de verschillende samenstellingen die er in voeding zijn om te gaan. Het zelfstandig laten eten is in het begin niet gemakkelijk want u zal al wel snel merken dat ook de vloer zijn deel krijgt. Een zeil of iets dergelijks voorkomt dat u de restanten na afloop overal weer uit en af moet halen.