Algemeen. Om ervoor te zorgen dat de jeugd zich op een gezonde manier kan ontwikkelen krijgen voeding en beweging veel aandacht. Uit de in juni 2010 verschenen nieuwste groeigegevens, blijkt dat de Nederlandse jeugd niet meer langer is geworden maar wel dikker. Al een tiental jaren blijkt dat overgewicht en obesitas onder de jeugd steeds meer toenemen. Op de lange termijn leidt deze ontwikkeling ertoe dat een aanzienlijk deel van onze kinderen al vroeg diabetes type 2, hoge bloeddruk, hart- en vaatziekten en afwijkingen in het cholesterol gehalte kunnen krijgen.
Er is dus alles aan gelegen deze trend te keren. De overheid spant zich in het publiek er zich bewust van te maken welke de risico's zijn die deze toename in overgewicht uiteindelijk gaat geven.
Wanneer zich op jonge leeftijd een verkeerd patroon van weinig bewegen en veel ongezond eten inslijpt blijkt het op oudere leeftijd uiterst moeilijk te zijn hier nog van af te komen.Er moet veel meer worden voorkómen dat kinderen te zwaar worden, dan dat het later nog behandeld moet worden. De belangrijkste aanpak is dan ook: preventie.
Gezonde voeding. Het begint met het stimuleren van borstvoeding. Het blijkt dat kinderen die borstvoeding hebben gekregen minder kans hebben op overgewicht. Zij leren al vroeg hun voeding af te stemmen op hun behoefte. Deze eerste kennismaking met voeding leert kinderen van het aanbod dat er is naar behoefte te nemen. Kinderen hebben een natuurlijke aanleg dat ze hun grenzen weten. Voor later is dat een belangrijke ervaring.
Variatie. Er is in het aanbod variatie en er worden ruime hoeveelheden groente fruit en (volkoren)brood gegeven. Al vroeg worden kinderen in contact gebracht met veel verschillende smaken en samenstelling in de voeding. Dit loopt van glad, naar vezelig en van hard naar zacht. Het is helemaal niet ongewoon dat peuters er lang over doen voor ze een bepaalde smaak accepteren. Misschien moet u het wel tien keer aanbieden, maar zo voorkomje wel dat er eetproblemen ontstaan. Er zijn ouders die al bij de eerste weigering het niet meer proberen en terugkeren naar het enige wat zoon of dochterlief wenst te nemen.
Regelmaat. In de drie hoofdmaaltijden is er een duidelijke regelmaat te herkennen. Er worden maar drie tot vier tussendoortjes gegeven. Ook voor de tussendoortjes wordt een rustmoment genomen. Denk dan aan even samen aan tafel zitten met een van je ouders en broertjes of zusjes.
Opvoedingsstijl. Een opvoedingsstijl die bepalend is geeft het kind een duidelijke structuur en een kader waarbinnen het wel zelf keuzes kan maken. In een losse opvoedingsstijl zijn de maaltijden over een lange tijd uitgesmeerd en kunnen kinderen blijven rondlopen met etenswaar. Hoe losser hoe minder zorg er voor het kind is. Daarmee ook niet wetend hoeveel een kind zowel niet allemaal naar binnen krijgt. Wellicht is het onbedoeld gegaan, maar door terug te keren naar vaste tijden en maaltijden met een vast begin en eind brengt het kinderen uiteindleijk een gezonder leven.
© Mijn Kinderarts 2010