Mineralen

Print deze pagina

Mineralen zijn elementen die een belangrijke taak in het lichaam hebben. Het lichaam bevat veel mineralen en ook in de voeding komen veel mineralen voor. Als mineralen veel in het lichaam voorkomen spreekt men van macro-elementen.Tot deze groep behoren Natrium (Na), Kalium (K), Chloor (Cl), Calcium (Ca), Fospor (P) en Magnesium (Mg). Er zijn ook elementen die maar in een geringe hoeveelheid in het lichaam en in de voeding voorkomen. Dit worden spoor-elementen genoemd. De benodigde hoeveelheid ervan in de voeding is maar gering. Toch zijn ze belangrijk omdat er bij een te geringe inname via de voeding van deze spoor-elementen tekorten in het lichaam zullen gaan optreden.

Tot de spoor-elementen worden gerekend:  Chroom (Cr), Fluor (F), Jodium (J), Koper (Cu), Mangaan (Mn), Molybdeen (Mo), Selenium (Se), IJzer (Fe), Zink (Zn).

 

     Macro-elementen                                                        Spoor-elementen
   
    Calcium Chroom
    Chloor Fluor
    Fosfor Jodium
    Kalium Koper
    Magnesium Mangaan
    Natrium Molybdeen
  Selenium
  IJzer
  Zink

Calcium: Is nodig voor de botopbouw. Calcium zit vooral in melkproducten. Gedurende de eerste vijftien jaar wordt met name calcium opgeslagen in de botten. Aan het eind van de puberteit is de calciumhoeveelheid in botweefsel het grootst. Daarna daalt het langzaam. Calcium wordt uit de darm opgenomen door vitamine D. Een tekort aan vitamine D veroorzaakt door de onvoldoende kalkopbouw in het bot, te zachte botten, die gemakkelijk doorbuigen. Dit staat bekend als rachitis of Engelse ziekte. In West-Europa komt het door de goede voedingstoestand en de adviezen over vitamine D gebruik eigenlijk niet meer voor.

Leeftijd                                 

Ned. ADH

19921

mg

USA RDA   

19981-2

mg

UK DRV     

19921-2

mg

Nordic recom

19962

mg

Zuigelingen        
0- ½ jaar  75-90 mg/kg3   400   525 360 
½- 1 jaar 400-600  600  525  540 
Kinderen         
1-4 400-600  800  350  600 
4-7  400-600  800  450  600 
7-10  600-800  800  550  700 
Mannen         
10-13  900-1200  1200  1000  900 
13-16  900-1200  1200  1000  900 
16-19  800-1100  1200  1000  900 
Vrouwen         
10-13 700-1000  1200  800  900 
13-16  700-1000  1200  800  900 
16-19  700-900  1200  800  900 

1ADH = aanbevolen dagelijksehoeveelheid; RDA = recommended dietary allowances; DRV = dietary refence values

2De leeftijdsgroepen (USA, UK en Nordic Recommendations) vertonen enige overlap met die van Nederland

3Geldt voor zuigelingen die geen moedermelk krijgen.

Chloor Vormt een onderdeel van keukenzout NaCl. Het is een zeer belangrijk element in het lichaam. Als zoutzuur is het een belangrijk onderdeel van maagsap. Door veel braken kan er daarom een tekort aan chloor moleculen in het bloed ontstaan.

De geschatte minimumbehoefte per dag bedraagt voor de verschillende leeftijdsgroepen:

Leeftijd Chloor (mg)
Maanden                    
0-5 180
6-11 300
Jaren  
1 350
2-5 500
6-9 600
10-18 750
> 18 750

Chroom De opname van chroom uit het maagdarmkanaal is heel gering. Er wordt bij een tekort, dat overigens erg zeldzaam is een stoornis in het zenuwweefsel gezien 

 

Fluor: Komt in kleine hoeveelheden in bijna alle voedingsmiddelen voor. De belangrijkste rol heeft het bij kinderen bij de vorming van het tandglazuur. Vroeger werden er fluoride tabletjes gegeven, maar sinds de invoering van de fluorbevattende tandpasta is dat niet meer nodig.

Het schema voor fluoride tandpasta is:

  • 0-1 jaar éénmaal daags poetsen met fluoride peutertandpasta
  • 1-4 jaar tweemaal daags poetsen met fluoride peutertandpasta
  • > 5 jaar tweemaal daags poetsen met gewone fluoride tandpasta

Fosfor: Het grootste deel van het fosfor in het lichaam ligt opgeslagen in het skelet. Fosfor is voorts aanwezig in vele chemische verbindingen in het lichaam. het wordt bijvoorbeeld gevonden in ATP, (adenosinetrifosfaat) dat in de cel de enrgiebron is voor veel processen. Fosfor wordt uit de darm opgenomen waarbij vitamine D ook een rol speelt.

De aanbevolen hoeveelheid fosfor bedraagt: Voor 0-½ jaar 300 mg/dag, voor ½- 1 jaar 500 mg/dag, voor 1-10 jaar 500 mg/dag en voor de groep 11-19 jaar 1250 mg/dag.

Natrium: Komt voor als NaCl of keukenzout. Vooral genoemd vanwege de rol van zout in de voeding van kinderen. Zuigelingen en jonge kinderen moeten nog geen extra zout in hun voeding krijgen. Bij het koken voor peuters moet daarbij rekening worden gehouden.

JodiumIs bekend vanwege zijn positie in het schildklierhormoon. Een tekort aan jodium veroorzaakt een tekort aan schilklierhormoon. Er ontstaat hierdoor een toename in grootte van de schildklier, dat te zien is als struma in de hals. Als een kind opgroeit zonder jodium en daardoor schildklierhormoon, ontstaat het beeld van het zogenoemde cretinisme. Hieronder wordt verstaan een ernstige vorm van dwerggroei, met een zware geestelijke achterstand. In vroeger tijden werd dit wel gezien in de Alpen.

De hoeveelheid jodium die voor kinderen per dag wordt aanbevolen is 0-½ jaar: 40 µgram, ½-1 jaar: 50 µgram, 1-3 jaar: 70 µgram, 4-7 jaar: 90 µgram en 7-10 jaar: 120 µgram.

Kalium: Dit is net als natrium een zeer belangrijk element van de celstofwisseling. In de cel zit een grote hoeveelheid kalium.

Koper: In het lichaam wordt koper gebonden aan eiwit. Tekorten aan koper zijn nauwelijks bekend. Er zijn wel stofwisselingsziekten bekend, waarbij er een tekort of juist stapeling van koper plaats vindt, maar dat is niet bepaald door de hoeveelheid die in de voeding voorkomt.

Magnesium: Magnesium is bij veel biochemische processen in het lichaam betrokken. Het is betrokken bij de overdracht van zenuwgeleiding en voor samentrekken van een spier. Vaak loopt de werking van magnesium samen met die van calcium. Magnesiumtekort uit zich in spierslapte, verhoogde prikkelbaarheid.

Mangaan: Speelt een rol bij veel processen in de stofwisseling. Vooral graanproducten bevatten veel mangaan. De hoeveelheid die door volwassenen wordt ingenomen per dag bedraagt ongeveer 2-3 milligram.

Er zijn geen verschijnselen bekend van een mangaan tekort bij kinderen die borstvoeding of kunstvoeding krijgen. De hoeveelheid  die een zuigeling in het tweede halfjaar gebruikt bedraagt ongeveer 0,7 milligram per dag

Molybdeen: Het komt voor in melkproducten, peulvruchten en granen. Het gehalte aan molybdeen in moedermelk is gering. Dit resulteert in een opname voor de zuigeling van ongeveer 1,1 microgram (μgram) per dag. Er zijn geen precieze hoeveelheden bekend die per dag moeten worden ingenomen. Ook het Voedingscentrum geeft geen hoeveelheden op. De geschatte dagelijkse behoefte voor oudere kinderen en volwasenen is 75-250 microgram per dag.

Selenium: Seleen vervult een rol bij de stofwisseling van cellen. Er zijn sporadische meldingen van een tekort aan seleen.

IJzer: Wordt in het lichaam heel efficiënt gebruikt. Wat met de voeding binnenkomt wordt indien nodig opgeslagen in voorraden. Hieruit wordt voor het lichaam naar behoefte het ijzer vrijgemaakt. Een deel gaat naar de rode bloedcellen. Daarom ontstaat er bloedarmoede als het lichaam te weinig ijzer heeft. Lang niet alle vormen van bloedarmoede ontstaan echter door ijzertekort. De dagelijkse behoefte van een peuter bedraagt 7 mg per dag, die van een volwassene 9 mg.

Bij de volgende groepen kinderen bestaat er een verhoogd risico op een te laag ijzergehalte:

  • vroeggeboorte;
  • laag geboortegwicht (onder 2500 gram);
  • veel infecties;
  • bij regelmatig bloedverlies;
  • kinderen met een onvolwaardige voeding;

Gevolgen van ijzertekort kunnen zijn:

  • vermoeidheid en gebrek aan energie;
  • slaapproblemen;
  • hoofdpijn;
  • verlies aan eetlust;
  • verminderde weerstand tegen infecties;
  • slecht geheugen;
  • vertraagde ontwikkeling;

Wanneer het ijzertekort in het lichaam niet al te ernstig is kan met een goede voeding en ijzerhoudende dranken ervoor worden gezorgd dat het gehalte weer op peil komt. Bij een ernstig tekort zal door de arts ijzer in de vorm van drank of tabletten worden voorgeschreven.

Zink: Zink is een zeer belangrijk element voor het lichaam. Tekorten verorzaken waarschijnlijk huidverschijnselen en groeistoornissen.