In grote lijnen worden de vitamines ingedeeld in de vetoplosbare en de niet-vetoplosbare vitamines. De eerste groep zit daarom vooral in vetten en oliën, terwijl de andere in fruit en groente, granen, vis en vlees voorkomt. De vitamines A, D, E en K behoren tot de vetoplosbare vitamines.
De vitamines B1, B2, Niacine, B6, B12, Foliumzuur en vitamine C behoren tot de wateroplosbare vitamines. Zij passeren heel goed de moederkoek en komen zo bij de ongeboren baby terecht. Bij een normale evenwichtige voeding van de moeder komen er in de Westerse wereld geen tekorten voor van de wateroplosbare vitamines. In de rest van de wereld zijn er echter veel volwassenen en kinderen die door éénzijdige voeding of ondervoeding wèl tekorten krijgen aan deze vitamines.
Vitamine A: Vitamine A, behoort tot de vetoplosbare vitamines. Het heet ook wel retinol. Vitamine A is van invloed op de ogen. Een tekort geeft onder andere nachtblindheid. Vitamine A zit in lever, zuivelproducten, bladgroente en wortelen.
Hoge doses vitamine A zijn tijdens de zwangerschap niet gewenst omdat het mogelijk gevaarlijk kan zijn voor de ongeboren baby. Het zou mogelijk aangeboren afwijkingen kunnen veroorzaken. Dat is de reden dat over het algemeen gebruik van leverproducten, zoals paté en worst wordt afgeraden.
In moedermelk komt ruim voldoende vitamine A voor. Aan flesvoeding wordt het door de fabrikant al in de goede hoeveelheid toegevoegd. Overdosering met vitamine A geeft tekenen van een verhoogde hersendruk. Sinds geen AD druppels meer voor baby's worden gebruikt is dit probleem voorbij.
Vitamine B1 of thiamine: Komt voor in graanproducten, groente, lever en fruit. Een bekende bron is het vliesje rondom de rijstkorrel. vitamine B1 speelt een rol bij de koolhydraatstofwisseling. Een tekort aan vitamine B1 leidt tot Ber beri.
Vitamine B2 of riboflavine: Komt voor in vlees, vis en melkproducten. Het vitamine B2 speelt een rol bij de stofwisseling, waar het van belang is bij de verwerking van aminozuren.
Niacine: Komt voor in melk, graanproducten en vis. Niacine speelt een rol bij de vetstofwisseling
Vitamine B6 of peridoxyne: Komt voor in granen en melkproducten. Het speelt een rol bij de stofwisseling van aminozuren. In de eerste maanden is de behoefte aan deze vitamine hoog. Een tekort aan pyridoxine kan bij kinderen stuipen veroorzaken.
Vitamine B12:Vitamine B12 komt vooral in dielijk voedsel voor. Er zijn bij kinderen alleen bij een zeer speciaal streng vegetarische dieet, of bij toestanden van ondervoeding tekorten van te verwachten. Een tekort van vitamine B12 leidt tot een bepaalde vorm van bloedarmoede, waarbij de rode bloedcellen in tegenstelling tot de situatie bij een ijzertekort juist relatief groot zijn. In de zwangerschap kan er een tekort aan vitamine B12 ontstaan als er veel wordt gebraakt, bij eenzijdige uitsluitend plantaardige voeding en bij bepaalde afwijkingen in het maagslijmvlies.
Foliumzuur: Komt voor in verse bladgroente en fruit. Lang koken maakt dat de vitamine verdwijnt. Foliumzuurtekort leidt tot een bepaalde vorm van bloedarmoede. Deze zogenoemde megaloblastaire anemie, is echter op de kinderleeftijd in West Europa erg zeldaam.
Vitamine C: Vitamine C, is een wel heel bekende vitamine. Een tekort aan vitamine C geeft tandvleesbloedingen en afwijkingen aan de botten door bloedingen onder het botvlies. Dit zijn de verschijnselen die vroeger scheurbuik werden genoemd. Vitamine C komt vooral voor in groente en fruit. De dagelijkse behoefte aan vitamine C bedraagt voor zuigelingen ongeveer 35 milligram (mg)per dag en voor tieners ongeveer 65 milligram (mg).
Vitamine D: Deze belangrijke vetoplosbare vitamine is betrokken bij de calcium (kalk)opname uit de darm en de inbouw van calcium in het skelet. In moedermelk is het gehalte vitamine D te laag. Kinderen die flesvoeding krijgen ontvangen voldoende vitamine D omdat dit er door de fabrikant aan is toegevoegd. Er is veel onduidelijk over de preciese hoeveelheid die kinderen nodig hebben. Mogelijk is er ook later in de voeding te weinig aanwezig. Daarom wordt geadviseerd om 400 IE vitamine D tot de leeftijd van 4 jaar te geven. Vitamine D wordt gevonden in vette vis, zoals makreel, zalm en in margarine. Een belangrijke bron van vitamine D is verder de aanmaak ervan in de huid onder invloed van het zonlicht.
In Nederland wordt vitamine D3 (cholecalciferol) van dierlijke oorsprong gebruikt in medicinale vorm. Hiervan komt 1 microgram overeen met 40 IE.
Vitamine E: Vitamine E komt voor in plantaardige oliën en bladgroente. tekorten worden nauwelijks gezien.
Vitamine K: Vitamine K, behoort tot de vetoplosbare vitamines, net als A,D en E. Vitamine K speelt een belangrijke rol bij de bloedstolling. Voor het stollen van bloed zijn behalve bloedplaatjes ook eiwitten nodig. Onder invloed van vitamine K worden deze zogenoende stollingsfactoren in de lever aangemaakt.
Baby's worden geboren met een te geringe hoeveelheid vitamine K bij zich. Daarom krijgen alle baby's na de geboorte vitamine K toegediend. Het gaat om de toediening van 1 mg, die via het mondje wordt gegeven. Daarna krijgen ze de vitamine uit de voeding. Bij flesgevoede kinderen, zit het al in de melk. Borstvoeding bevat te weinig vitamine K2 en daarom moeten baby's tot drie maanden het in druppelvorm toegediend krijgen. In februari 2011 is de hoeveelheid die baby's in deze periode krijgen herzien en bedraagt thans 150 microgram (µgr.) per dag.
De in onze darm levende bacteriën maken ook een beetje vitamine K2 maar dit is veel te weinig om in de behoefte te voorzien.