De pleisters die op de neus zijn vastgeplakt, worden na verloop van enige tijd vies. Als ze los gaan zitten is er het risico dat de sonde niet meer goed op zijn plaats zit. Bij een gewone sonde is het gebruikelijk om de dag de pleisters te vervangen.
De neus moet geregeld worden schoongemaakt, zoadat er geen korsten of koeken gaan ontstaan. Het is het beste als de sonde vrij ligt van de rand van de neus. Anders ontstaat er daar snel irritatie.
Voor het toedienen van sondevoeding kan het volgende stappenplan worden gebruikt.
- Vertel aan uw kind in eenvoudige woorden wat u gaat doen. Kinderen zelfs als ze op de basisschool zitten, hebben geen idee hoe hun lichaam er van binnen uitziet. Termen als maag en slokdarm zullen hen waarschijnlijk niets zeggen.
- Was goed uw handen onder stromend water.
- Leg van tevoren alles klaar wat u nodig denkt te hebben. Vergeet niet twee spuitjes klaar te leggen.
- Controleer of de ligging van de sonde nog goed is. Dit gebeurt door een spuitje gevuld met lucht op het uiteinde van de sonde te zetten en terwijl u uw oor op de maagstreek houdt een beetje krachtig de lucht door de sonde te blazen. Als het goed is wordt er dan een borrelend of rommelend geluid gehoord.
- Hierna kan de op kamertemperatuur gebrachte voeding worden aangehangen aan de sonde of een spuit wordt aan de sonde gekoppeld.
- Wanneer er sondevoeding aan een kind wordt gegeven moet men altijd blijven letten hoe het kind dit ondergaat. Als het onrustig wordt, gaat hoesten of een kokhalsneiging krijgt moet het geven van de sondevoeding direct worden gestaakt.
- Zodra de voeding is gegeven wordt de sonde nog nagespoeld met lauw water (± 4 ml) om te voorkomen dat er voeding gaat vastkoeken aan de wand van de sonde.
Klaargemaakte of opengemaakte pakkken of zakken met sondevoeding zijn in de koelkast ten hoogste 24 uur te bewaren. Daarna moeten ze worden weggegooid. Lees hiervoor ook de instructie die op de verpakking staat.
© Mijn Kinderarts 2010