Wanneer wordt het gebruikt?

Print deze pagina

Er zijn een aantal situaties wanneer er sondevoeding wordt gegeven. Hieronder staan met uitleg de op de kinderleeftijd meest voorkomende redenen vermeld. Bedenk dat sondevoeding een over het algemeen tijdelijke oplossing is en dat in een volgende periode men altijd zal kijken of het mogelijk is dat uw kind weer gewoon drinkt of eet.

 

  • Te vroeg geboren baby's hebben vaak nog geen goede zuigreflex. Hierdoor kunnen ze nog niet goed aan de borst of uit de fles drinken. In deze overgangsperiode krijgen ze vaak sonde voeding. Meestal als de baby 33-34 weken is krijgt hij zowel sondevoeding als borstvoeding of flesvoeding. Hierna kan worden gezien dat een steeds groter gedeelte van de voeding op de gewone manier kan worden gedronken en wordt er met de sondevoeding gestopt.
  • Kinderen met een grotere behoefte aan calorieën en voedingstoffen dan ze zelf kunnen innemen. Deze situatie doet zich wel voor bij kinderen met een achterstand in geestelijke en lichamelijke ontwikkeling. Bij hen wordt er in bepaalde gevallen een permanente sonde gegeven, waardoor dan alle voeding kan worden gegeven.
  • Bij lichamelijke ziekten van het maag-darmkanaal, het hart, of de nieren kan er ook eetproblematiek zijn waadoor er wordt besloten een deel of alle voeding via de sonde te geven.
  • Kinderen met eet of slikproblemen zoals bij infecties van het mondslijmvlies. Hierbij is de mond erg pijnlijk geworden. Daardoor gaan zij kwijlen en willen niets meer eten of drinken. Omdat er als er niets wordt gedaan kans is op uitdroging krijgt het kind in de periode dat de mond pijnlijk is de voeding per sonde. Om sondevoeding te voorkomen schrijven artsen vaak goede pijnstilling voor waardoor er kans is dat er geen sondevoeding behoeft te worden gegeven.

In de bovenstaande situaties is sondevoeding een echte uitkomst. Als er via het slangetje alles kan worden gegeven wat het kind nodig heeft is er een einde gekomen aan strijd om het eten of drinken. Dat kan in huis voor veel rust zorgen. Te weten dat het kind voldoende van alles binnen krijgt schept de rust om van daaruit aan het eetprobleem verder te kunnen werken.

 

© Mijn Kinderarts 2010