Wanneer een kind aan intensieve sportbeoefening gaat doen is begeleiding door een professionele trainer, sportarts en diëtist aangewezen. Er is heel veel bekend over inspanning en energieverbruik bij volwassenen, maar bij kinderen zijn hierover minder gegevens beschikbaar. Het onderdeel voeding verdient zeker aandacht wanneer uw kind intensieve en langdurige training gaat verrichten om op een hoog niveau te gaan presteren.
Iets over inspanning. Alle beweging komt tot stand door spierarbeid. Onze spieren hebben daarvoor energie nodig dat wordt gehaald uit Koolhydraten en Vetten. Eigenlijk wordt de meeste energie aangevoerd doordat uit reserves glucose wordt vrijgemaakt. De hoeveelheid glucose die we in ons bloed hebben is maar enige minuten in staat om voor voldoende energie te zorgen.
Daarom worden zodra dat nodig is de voorraden aangesproken. Koolhydraten die we hebben gegeten zijn daarvoor in grote getale opgeslagen in de lever in de vorm van een stof die glycogeen heet. Het zijn zeer lange ketens, bestaande uit aan elkaar gekoppelde glucose moleculen. In de lever van volwassenen zit wel 300 gram glycogeen opgeslagen, die ons in staat stelt om minstens 1½ uur intensieve sport te beoefenen. Ga je daarna door met sporten, zonder dat energie via voeding wordt aangevuld, dan treedt er een snelle vermoeidheid op. Ik heb de man met de hamer ontmoet, of ik heb hongerklap zeggen wielrenners en hardlopers voelen dat ze pap in hun benen krijgen. Sommige mensen voelen zich ook trillerig en klam worden ten teken van een laag bloedsuiker gehalte.
Wordt er inspanning geleverd terwijl er onvoldoende koolhydraten en vetten kunnen worden verbrand dan gaat het lichaam Eiwitten of proteïnen verbranden. De belangrijkste bron hiervoor is gelegen in het spierweefsel. Bij verder gaande vermagering is dan ook te zien dat mensen heel dunne armen en benen hebben door de afbraak van het spierstelsel, dat is gebruikt voor de energielevering.
Inspanning en voeding. Het is niet zo dat er maar veel koolhydraten moeten worden gegeten. Om te beginnen is altijd een gezonde voeding de basis van voeding bij sport. Daarbij wordt aandacht besteed aan de hoeveelheden aan vetten en koolhydraten in de voeding. Mineralen in de vorm van extra ijzer wordt vaak toegepast omdat blijkt dat dit de prestaties verbeterd. Per tak van sport is de hoeveelheid energie die moet worden geleverd soms totaal verschillend van elkaar. Vergelijk een gewichtheffer, met een wielrenner en het verschil is meteen duidelijk. Zelfs bij loopnummers zijn er grote verschillen tussen training en voeding voor de 200m en de 5000m.
Uiterst belangrijk is het om voldoende vocht in te nemen. Dit kan gebeuren via water of via sport- of energiedrankjes. Water heeft het nadeel dat het minder snel kan worden opgenomen omdat het een lagere samenstelling heeft dan bloed. Zogenoemde isotone sportdranken zijn daarvoor meer geschikt.
Hieronder staat iets over de verschillen tussen sport- en energiedrank. Wanneer u veel energiedrank neemt zonder voldoende beweging, kunnen ze voor gewichtstoename zorgen.
Het verschil tussen sport- en energiedrank.
Er worden door de jeugd veel sportdranken gebruikt. Hierbij heb je de isotone dranken, die eenzelfde deeltjes concentratie (osmolariteit) aan suikers en zouten hebben als het bloed. Vanwege deze gelijke waarde worden ze snel na inname opgenomen in het bloed. De isotone sportdranken bevatten ongeveer 60-80 gram koolhydraten per 1000 ml.
Er zijn ook drankjes waarbij de concentratie lager is dan van bloed. Dit zijn de drankjes met een hypotone waarde. Gewoon kraanwater heeft nauwelijks deeltjes en is daardoor hypotoon. De hoeveelheid koolhydraten bedraagt ongeveer 0-60gram per 1000 ml. De opname in het bloed van hypotone drankjes maakt ten opzichte van water niet uit. Een nadeel kan daarom zijn dat enige tijd gedronken drank in de darmen blijft klotsen.
Vervolgens zijn er nog de energiedranken, die door hun hoge gehalte ( > 80 gram per 1000ml) aan koolhydraten, hypertoon zijn. Zij bevatten ook vaak cafeïne of taurine. De hoeveelheid koolhydraten bedraagt vaak wel een factor twee ten opzichte van de sportdranken.
Cafeïne heeft wel een stimulerend effect en verhoogt mogelijk ook de sportprestatie enigszins. Daar staat wel tegenover dat het de hartfrequentie stimuleert en klachten kan geven in de zin van hartkloppingen en buikklachten.
Taurine, carnitine en inositol worden soms toegevoegd vanwege hun spierversterkende eigenschappen. Wetenschappelijk bewijs voor de effectiviteit en veiligheid is onvoldoende aanwezig om ze geregeld voor kinderen te gebruiken.
Toevoeging van zout is eigenlijk niet nodig. Via zweet wordt wel enig zout verloren, maar dat is niet in verhouding tot het verlies aan vocht. Alleen bij extreme omstandigheden, waaraan kinderen of tieners nauwelijks toekomen kan het nodig zijn om zout in te nemen. Hierbij moet dan worden gedacht aan langdurige inspanning, in extreme hitte. Het zal duidelijk zijn dat dit soort inspanningen professionele begeleiding van een sportarts en diëtst vereisen.
Toevoeging van vitamines heeft op korte termijn geen effect, omdat als er al vitamine tekorten zouden zijn ontstaan het enige tijd duurt voordat het effect van een tekort wordt gecorrigeerd.
Meer weten.
Als uw kind intensief gaat sporten is het verstandig contact op te nemen met een sportarts en een diëtist met ervaring in trainingsprogramma's en voeding bij sport. Kinderen zijn nog in de groei en voor hen gelden er andere principes dan bij volwassenen. Een professional kan u adviseren over tal van aspecten van voeding en training.
Sites van de sportdiëtsten en sportartsen kunnen u wellicht verder helpen aan betrouwbare adressen.
© Mijn Kinderarts 2010