Atopie

Print deze pagina

Atopie
Atopie


Ziektebeeld

Van atopie wordt gesproken als iemand een allergische aanleg heeft en waarbij er kenmerken zijn van voedselallergie, eczeem, astma en hooikoorts. Niet alles hoeft overigens voor te komen om toch een zoals dat genoemd wordt atopische aanleg te hebben.



Oorzaken

Wanneer men een atopische aanleg heeft, wil dat zeggen, dat als er een bepaalde prikkelende stof in de omgeving voorkomt daarop door het lichaam wordt gereageerd. De stof die de prikkel veroorzaakt noemen we een allergeen. Er zijn heel veel soorten allergenen. Denk aan huisstofmijt, huidschilfers van dieren, stuifmeelkorrels, bepaalde voedingsmiddelen of gif van sommige insecten.

 

Via een antistof wordt er een reactie tot stand gebracht in een bepaald orgaan. Dat kan de huid zijn bij eczeem, de longen bij astma of de slijmvliezen van neus en oog bij hooikoorts.

 

De aanleg om een atopie te hebben is deels erfelijk bepaald.

Zie voor het precieze mechanisme ook het onderdeel Meer weten.



Onderzoeken

Er zijn twee manieren om de reactie op een dergelijk antigeen aan te tonen. Het kan worden onderzocht in een bloedtest of men doet een zogenoemde huidpriktest (HPT). Bij voedselallergie is er ook nog een derde methode, namelijk een voedselprovocatietest. Zie Meer weten.



Behandeling

De gemakkelijkste behandeling van een kind dat een aanleg of constitutie voor atopie heeft, is dat men tracht zoveel mogelijk het contact met het bewuste allergeen te vermijden. Omdat het bekend is dat als men de aanleg heeft voor atopie op meerdere allergenen kan worden gereageerd, lijkt het verstandig om ook andere allergenen zoveel mogelijk te vermijden. Toch is de waarde van preventief allergenen uit de omgeving houden gering. Dit komt waarschijnlijk omdat er altijd in een ruimte of klas allergenen aanwezig zijn. Het enige dat iets doet om te voorkomen dat er allergie ontstaat is om noch in de zwangerschap, noch daarna in aanwezigheid van het kind te roken. Roken, actief of passief, speelt bij de ontwikkeling van allergie een duidelijke rol.

 

Is er eenmaal allergie voor iets ontstaan, dan kan men wel door het aantal prikkels uit de omgeving te vermijden de klachten doen verminderen. Het uit de omgeving houden van prikkels noemen we saneren.

Daarnaast worden er bij kinderen die veel last van de allergische reactie hebben ook medicijnen gegeven. Zie hiervoor constitutioneel eczeem, astma, hooikoorts.



Veelgestelde vragen

Is de bloedtest beter dan de huidpriktest?

Antwoord: Nee ze zijn qua uitkomst hetzelfde. Alleen kan het bij de practische toepassing verschil uitmaken of men kiest voor de één of de ander.

 

Als er in de IgE RAST test antistoffen worden gevonden tegen koemelk, is er dan sprake van een koemelkeiwitallergie? Volgens mijn kinderarts is dat niet zo.

Antwoord: Het hebben van antistoffen tegen met name voedselallergenen, zegt er eigenlijk niets over of je er echt allergisch voor bent. Hiervoor gebruiken we liever een voedselprovocatietest. Het beste resultaat krijgt men daarbij wanneer noch de ouders, noch het kind, noch de dokter die het resultaat ziet, weten of er een allergeen in de test werd gebruikt of niet. Dit wordt een dubbelblinde voedselprovocatietest genoemd. Zie ook voedselallergie.



Meer weten

De antistof die met het antigeen reageert, is in de meeste gevallen steeds hetzelfde type van een bepaald soort eiwit. Het is een immuunglobuline afgekort Ig van het type E. Dit IgE gehalte is in het bloed meetbaar. Het totale gehalte zegt er echter niet veel over of iemand allergisch is en in welke mate er klachten zijn.

Wel is er meer informatie te krijgen uit het specifieke IgE gehalte voor een bepaald antigeen. Dit is een laboratoriumtest die RAST wordt genoemd. Is er een bepaalde hoeveelheid specifiek IgE voor bijvoorbeeld grassen aanwezig dan weten we nog niet of iemand een heel heftige seizoensgebonden hooikoorts heeft of dat hij of zij er nauwelijks last van heeft. Het is jammer maar waar.

 

Bij verdenking op allergie kan ook de huidpriktest worden gedaan. Hierbij wordt er een druppeltje met bijvoorbeeld daarin graspollen op de huid gebracht. Vervolgens prikt men met een klein naaldje door de druppel in de huid. Na verloop van tijd (15 minuten) wordt gekeken wat er in de huid is te zien. Als er een reactie komt met roodheid en zwelling, van 3 mm of meer, spreekt men van een positieve test. Dat wil dan zeggen dat er in de huid antistoffen aanwezig zijn.

 

Bij de voedselprovocatietest wordt nadat eerst bedacht is welk voedingsmiddel een mogelijke allergische reactie heeft veroorzaakt dit uit de voeding weggelaten. Hierna moeten de klachten sterk verminderen. Wordt nu het betreffende voedingsmiddel weer gegeven, dan moeten de klachten weer als tevoren terugkeren. Zie ook Voedselallergie

 

Wanneer er antigeen in contact is gekomen met de IgE antistof komt er op bepaalde cellen in de slijmvliezen van de luchtwegen en darm een reactie op gang. Daarbij produceren deze cellen veel stoffen die de aanleiding vormen dat de allergische reactie verder op gang komt.

Veel medicijnen die bij atopie worden gebruikt werken ergens in op de verschillende stappen van de allergische reactie.

 

© Mijn Kinderarts 2010