
Kleine puntvormige bloedinkjes (petechiën) door een tekort aan bloedplaatjes.
Bloedplaates (trombocyten) worden net als alle bloedcellen aangemaakt in het beenmerg. De oorzaken voor een verminderd aantal bloedplaatjes kunnen zeer verschillend zijn. (zie Meer weten). Een tekort aan bloedplaatjes leidt tot een versterkte bloedingsneiging of stollingsstoornis. Een tekort aan bloedplaatjes uit zich in het ontstaan van puntvormige bloedinkjes in de huid en blauwe plekken. Ook zijn er slijmvliesbloedingen, zoals bloedneuzen bij mogelijk.
Bij kinderen is verreweg de meest voorkomende oorzaak voor een tekort aan bloedplaatjes gelegen in een plotselinge daling bij een overigens verder gezond kind. Het komt af en toe bij kinderen zomaar voor, waarbij de oorzaak veelal onduidelijk is. Soms is er een infectie aan vooraf gegaan. Dit ziektebeeld wordt ook wel ITP genoemd. Het staat voor Idiopathische Trombocytopenische Purpura. Per jaar krijgen ongeveer 130 kinderen in Nederland hiermee te maken. Het ziektebeeld duurt bij de meeste kinderen tamelijk lang, tot ongeveer een half jaar. Bij ongeveer 25% gaat het over in een chronische vorm ((>6 maanden).
Bij een ITP zijn er in het bloed antistoffen aanwezig, die gericht zijn op de bloedplaatjes en deze daardoor wegvangen.
Er wordt bloedonderzoek gedaan om uit te sluiten dat er andere ziekten aanwezig zijn. Bij een ITP is er uitsluitend een erg laag aantal bloedplaatjes. De aantallen rode- en witte bloedcellen zijn normaal. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld leukemie, waarbij er ook weinig bloedplaatjes zijn, maar waarbij er vaak bloedarmoede en een sterk verhoogd aantal wittte cellen voorkomt.
Als zowel het lichamelijk onderzoek als het bloedonderzoek uitwijst dat de verschijnselen geheel passen bij een ITP, behoeft er geen beenmergonderzoek verricht te worden. Is er twijfel over de diagnose, dan gebeurt dit wel.
Bij de meeste kinderen duurt het een aantal weken tot maanden dat de bloedplaatjes verlaagd zijn. Daarna is het aantal weer normaal geworden. Medicijnen worden gegeven als er slijmvliesbloedingen zijn, zoals bloedneuzen of nog ernstiger bloedingen.
Men geeft over het algemeen prednison bij grote bloeduitstortingen en als het bloedgehalte sterk daalt. Ook kunnen immunoglobulines worden gegeven. Zie ook meer weten.
Een aantal kinderen ontwikkelt een chronische ITP. Zij hebben de ziekte dan langer dan een half jaar. De behandeling hiervan is afhankelijk van een aantal factoren. Behandeling van dit toch tamelijk zeldzame ziektebeeld gebeurt door een kinderarts met specialisatie in bloedziekten.
Is het gevaarlijk als een kind dat zo weinig bloedplaatjes heeft komt te vallen?
Antwoord: Vroeger was men inderdaad bang voor hersenbloedingen, als gevolg van een val. Het blijkt echter dat hiervoor geen grote angst hoeft te bestaan. Dit neemt niet weg dat wel voorzichtigheid is geboden en er bij een val het kind wel goed in de gaten gehouden moet worden.
Bloedplaatjes, met een medische term trombocyten genoemd, worden in het beenmerg aangemaakt. Ze komen voort uit megakaryocyten, die als grote cellen in het merg geregeld plaatjes in de bloedsomloop brengen. De levensduur van een bloedplaatje bedraagt ongeveer tien dagen. De productie ervan per dag is met 180x109 enorm. Een groot reservoir van de bloedplaatjes bevindt zich in de milt waar ongeveer 30% van alle plaatjes voorkomt. Een tekort aan bloedplaatjes leidt tot een primaire hemostasestoornis.
Het is opgevallen dat kinderen die in een vroege fase van de ziekte werden behandeld met een infuus met Immunoglobuline (IVIG), minder kans hadden om in een chronisch beloop terecht te komen. Er wordt momenteel in Nederland onderzoek gedaan of deze veronderstelling juist is en kinderen daarom voortaan op deze wijze behandeld moeten gaan worden.
Dit is de reden dat er een groep kinderen wel met IVIG wordt behandeld en een groep die dit niet krijgt. Wie wel mee doet en wie niet wordt door loting bepaald. Veel ziekenhuizen doen momenteel aan dit onderzoek mee.
Een tekort aan bloedplaatjes kan vele verschillende oorzaken hebben.
Hieronder staan er een aantal genoemd:
- Bij een pasgeborene, door antistoffen tegen bloedplaatjes, gekregen van de moeder.
- Door massaal verbruik bij een bloeding.
- Verdringing door kwaadaardige cellen, zoals bij leukemie.
- Bij het zogenoemde hemolytisch-uremisch syndroom.
- Bij bepaalde infecties kan de aanmaak van plaatjes stagneren.
- Door eigen antistoffen, zoals bij ITP.
- Door een vergrote milt.
Veel informatie over ITP is te vinden op de website van de ITP Patiëntenvereniging Nederland .
© Mijn Kinderarts 2010