Bij de pasgeborene is al snel na de geboorte een versterkte bloedingsneiging mogelijk. Deze kan zich uiten in rectaal bloedverlies, bloedingen van de navelstomp en zelfs door een hersenbloeding. Daarom krijgen alle baby's direct na de geboorte 1 mg vitamine K toegediend. Er zijn landen in Europa waar baby's 2 mg krijgen en ook is door de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde een nieuw advies afgegeven om hier toe over te gaan.
Later kan er in de voeding een tekort bestaan aan vitamine K. Ook hierdoor kan dan een versterkte bloedingsneiging ontstaan.
Vitamine K is één van de vetoplosbare vitamines. Hierbij behoren ook de vitamines A,D en E. Vitamine K is betrokken bij de vorming van stollingsfactoren in de lever. Deze vitamine K afhankelijke stollingsfactoren zijn wanneer er een tekort aan de vitamine is in het bloed verlaagd. Hierdoor treden de stollingsproblemen en daardoor de bloedingen op.
Wanneer er een stoornis in de darm is waarbij vet niet goed wordt opgenomen, komt er ook een tekort in het lichaam van de vetoplosbare vitamine K. Deze toestand komt voor bij een aangeboren afsluiting van de galwegen en bij cystic fibrosis.
Met bloedtesten kan gekeken worden of de bloedstolling normaal is. Wanneer er een verdenking op vitamine K bestaat kan er ook naar bepaalde eiwitten (PIVKA's) in het bloed worden gekeken om te zien of het probleem inderdaad door vitamine K wordt veroorzaakt.
Ter voorkoming van vitamine K tekort en daardoor ernstige bloedingen, krijgen alle baby's na de geboorte 1 mg Vitamine K toegediend. (Misschien wordt deze hoeveelheid binnenkort verdubbeld.)
In flesvoeding zit voldoende vitamine K en daarom hoeft het niet van buitenaf te worden bijgegeven. Baby's die borstvoeding krijgen moeten wel extra vitamine K krijgen. Zij krijgen iedere dag totdat ze drie maanden zijn 25μg vitamine K in druppelvorm. Er is ook hierover een nieuwe richtlijn gemaakt, maar de uitvoering wacht nog op het beschikbaar komen van een geschikte concentratie vitamine K in druppelvorm. Ook heeft de overheid hierover nog geen definitief besluit genomen.
Waarom moet er bij borstvoeding toch nog van buitenaf een vitamine worden bijgegeven?
Antwoord: Moedermelk blijkt voor de baby te weinig vitamine K te bevatten. Wel maken darmbacteriën ook vitamine K, maar de soort die juist bij borstgevoede kinderen groeit, maakt in verhouding weinig vitamine K.
Het advies om meer vitamine K aan borstgevoede kinderen te geven, berust op de problemen die kinderen met een opname stoornis van vitamine K hebben. Bij geheel of gedeeltelijke afsluiting van de galweg, of bij cystic fibrosis, is de opname gestoord. Een ernstige bloeding in de hersenen is daarom soms het eerste kenmerk van een door vitamine K tekort veroorzaakte stoornis van de bloedstolling. Kinderen kunnen hieraan overlijden of gehandicapt raken.
Een afsluiting van de galweg is soms te herkennen aan enige geling van de baby of aan wittige ontkleurde ontlasting, maar vaak ook is dit niet het geval en is een bloeding het eerste kenmerk.
Door de hogere hoeveelheid vitamine K hoopt men hiermee deze zeer ernstige bloedingen te voorkomen.
Behalve de "gewone" vitamine K1 is er ook vitamine K2, die door darmbacteriën wordt gemaakt. Baby's die flesvoeding krijgen hebben veel E. coli bacteriën in hun darmen in tegenstelling tot de borstgevoede kinderen die vooral lactobacillus bacteriën hebben. Deze laatsten maken in verhouding veel minder vitamine K2 aan.
© Mijn Kinderarts 2010