
Scheefstand van het hoofd naar rechts.
Eeen torticollis of scheefstand van het hoofd, ontstaat vaak vanaf kort na de geboorte. Bij deze toestand is de spier, die van het borstbeen naar een plaats achter het oor loopt, verkort. Aan die kant is vaak een verdikking te voelen.
Hierdoor houdt de baby het hoofd gekanteld. Daarbij draait het achterhoofd in de richting van de kant waar de aangedane spier verloopt en kijkt het kind in de richting van de goede spier.
Ook kan de spier een stugge band hebben, die een goede bewegelijkheid in de weg staat.
Een scheefstand kan ook acuut ontstaan, door een verkeerde beweging, door een val of bij stoeien.
Ook komt het soms plotseling bij een infectie in het Keel-Neus-Oorgebied voor. Dit wordt dan het syndroom van Grisel genoemd.
Zoals bij ziektebeeld is genoemd, zijn er verschillende vormen van torticollis. De niet acute vorm ontstaat vanaf de geboorte en is tegen het eind van de eerste maand meestal wel als zodanig herkend. Waardoor de verdikking in de spier ontstaat is onbekend. Er wordt wel beweerd dat het meer bij stuitligging voorkomt.
De acute vorm, heeft mogelijk iets te maken met het gewricht tussen atlas en draaier. Er wordt verondersteld dat door stoeien of een val er een kleine ontregeling in dit gewricht optreedt. Bij een bovenste luchtweginfectie is er misschien sprake van prikkeling vanuit de keel.
Bij een dwangstand vanaf de geboorte is een verdikking te voelen in de halsspier. Hiernaar wordt verder geen onderzoek gedaan. Wel hebben deze baby's een verhoogde kans op heupdysplasie en daarom wordt er wel altijd een echo van de heupen gemaakt.
Bij het syndroom van Grisel is onderzoek nodig indien men twijfel heeft over de ernst of uitgebreidheid van de aandoening. Het is dan mogelijk om bloedonderzoek naar de ernst van de infectie of een CT scan of MRI te doen.
De vorm waarbij een scheefstand vanaf de geboorte bestaat, wordt behandeld door een kinderfysiotherapeut. Het gaat er daarbij om te voorkomen dat de scheefstand verder verslechtert. Ook wordt spelenderwijs door oefentherapie gezorgd dat de baby iedere keer net wat verder kijkt dan hij zou willen. Zodoende wordt de aangedane spier als het ware opgerekt.
Hebben alle maatregelen geen effect en blijft ook na een jaar behandeling in de spier een deel als een snaar gespannen staan, dan is het nodig dit deel chirurgisch los te maken. Als de scheefstand namelijk blijft bestaan leidt dit op oudere leeftijd tot een asymetrie in het gelaat.
Bij kinderen die na een ongelukje een dwangstand hebben, wordt wel met trek aan het hoofd getracht het genezingsproces te bevorderen. Uiteindelijk gaat het echter ook spontaan over.
Gaat het bij baby's om een spierbloeding?
Antwoord: Vroeger heeft men dit wel gedacht, maar er is geen bloeding. Waarom de verdikking in de spier ontstaat is onbekend.
Een torticollis of scheefstand van het hoofdje heeft een relatie met heupdysplasie. Ongeveer bij 30% van de baby's met een torticollis wordt dit gevonden. Het verdient dus aanbeveling om altijd bij een dergelijke situatie ook een echo van de heupen te maken.
© Mijn Kinderarts 2010