Het polycysteus ovariumsyndroom of PCOS is bij meisjes en vrouwen voor de overgang, één van de meest voorkomende hormoonafwijkingen, maar is toch desondanks maar weinig bekend. Geschat wordt dat ruim 5% van de vrouwen er in een zekere mate last van heeft.
De verschijnselen beginnen al voor de puberteit met een hardnekkige vorm van overgewicht. In de puberteit neemt het gewicht sterk toe. Er wordt al vroeg schaambeharing gezien en ook de eerste ongesteldheid komt al op jonge leeftijd. De menstruatiecyclus is in het begin regelmatig, maar wordt geleidelijk onregelmatig (oligomenorroe) en op een gegeven moment treedt het nog nauwelijks op (amenorroe). Dit uitblijven van de menstruatie zorgt voor een verminderde vruchtbaarheid.
Oudere meisjes en vrouwen met PCOS hebben vaak last van acné en haaruitval op de kruin en bij de inhammen op het voorhoofd. Er wordt verder een mannelijk beharingspatroon1 gezien. Hieronder wordt verstaan dat er beharing is op de bovenlip, kin, borsten, bovenbuik, bovenarmen, binnenkant bovenbenen en de rug. Het schaamhaar heeft een voor vrouwen ongebruikelijke uitbreiding naar de navel toe.
Bij oudere vrouwen is het opvallend hoe in de hals, oksel en nek kleine wratjes, zogenoemde skin tags gaan ontstaan.
Andere huidverschijnselen worden veroorzaakt door een ongevoeligheid voor het hormoon insuline. Dit heet acanthosis nigricans en is een donkerbruine verkleuring aan de achterzijde van de nek, of onder de oksels.
1Hiervoor wordt vaak de schaal volgens Ferriman & Gallwey gebruikt. Als een vrouw een mate van beharing met een score boven de 8 heeft wordt van een mannelijk beharingspatroon, of hirsutisme gesproken.
Eén van de hormonen uit de hypophyse, de klier onderaan de hersenen, die verschijdene hormonen produceert en andere reguleert, geeft een te hoge hoeveelheid van het zogenoemde luteïniserend hormoon (LH) af waardoor er in de eierstok een voorstadium van het mannelijk hormoon testosteron wordt aangemaakt. Deze mannelijke hormonen zijn verantwoordelijk voor het mannelijk beharingspatroon, dat bij het PCOS wordt gezien.
Het hormoon insuline wordt in een verhoogde mate aangemaakt, omdat het lichaam er in betrekkelijke zin ongevoelig voor is geworden. Er wordt gesproken over een relatieve insuline ongevoeligheid. De verhoogde insulinehoeveelheid, samen met het forse overgewicht maken deel uit van een combinatie die bekend staat om het ontstaan van verhoogde bloeddruk, afwijkingen in hart en bloedvaten en afwijkende cholesterol en andere vetwaarden in het bloed. Het zal duidelijk zijn dat deze situatie zich nog niet zo snel bij tieners zal voordoen.
Bloed- en urineonderzoek naar bepaalde hormonen kan worden ingezet. Het gaat hier vooral om het aantonen van bepaalde mannelijke hormonen (testosteron) terwijl het gehalte aan Sex Hormone-Binding Globulin (SHBG) is verlaagd. Bij één derde van de meisjes en vrouwen met PCOS worden overigens geen afwijkingen in het bloed gevonden.
Er wordt verder echografisch onderzoek van de eierstokken (ovariae) gedaan. Bij meisjes in de puberteit zijn de bij het polycysteus ovariumsyndroom kenmerkende afwijkingen nog niet altijd in de eierstokken te herkennen.
De behandeling is gericht op het weer terug brengen van de hormonale cyclus. Hierbij speelt gewichtsverlies ook een belangrijke rol. het kan gebeuren dat wanneer het lukt om het gewicht te verminderen hiermee de cyclus verbetert.
Daarnaast is gewichtsvermindering ook aangewezen om daarmee het risico op het ontstaan van diabetes type II te voorkomen. Bij veel vrouwen met PCOS ontstaat op oudere leeftijd diabetes.
De eisprong kan worden gestimuleerd door het innemen van clomifeencitraat.
Waardoor weet ik dat mijn kind PCOS heeft?
Antwoord: Als bij een meisje aanvankelijk de cyclus normaal is begonnen, maar in toenemende mate de cyclus gaat uitblijven kan dit komen door PCOS. Soms is het ook te zien dat het lichaamsgewicht flink toeneemt. Het mannelijke beharingspatroon, zoals dat hierboven is beschreven vormt ook een aanwijzing dat het mogelijk om PCOS gaat. Nader onderzoek door een gynaecoloog of met het beeld bekende kinderarts kan meer duidelijkheid verschaffen.
Het polycysteus ovarium syndroom, werd beschreven door Stein en Leventhal. Vroeger werd het daarom het syndroom van Stein Leventhaal genoemd, maar die naam is vervangen door PCOS.
De wijze van voorkomen kan het moeilijk maken om de diagnose te stellen. Daarom zijn er criteria opgesteld waaraan moet worden voldaaan omd de diagnose te mogen stellen. Dit zijn de zogenoemde Rotterdam criteria. Het wil zeggen dat er sprake is van een polycysteus ovarium syndroom bij de aanwezigheid van twee van de drie kenmerken. Dit zijn, aanwezigheid van een mannelijk beharingspatroon, weinig of nauwelijks optredende ongesteldheid en afwijkingen bij echografisch onderzoek van de eierstokken.
Echografie van de eierstokken (ovariae): Hierbij wordt er tijdens een bepaalde fase in de cyclus gekeken naar follikels. Men spreekt van een polycysteus ovariumsyndroom indien er meer dan 12 follikels zijn met een diameter van 2-9 mm. Ook een volume van het ovarium van meerdan 10 ml is bewijzend voor het syndroom.
© Mijn Kinderarts 2010