De kenmerken van een snelle schildklierwerking zijn dezelfde als die ook bij volwassenen worden gezien.
Het zijn: een vergroting van de schildklier, die zichtbaar is in de hals (struma), gewichtsverlies, trillende handen, snelle polsfrequentie, uitblijvende ongesteldheid, met als klachten het snel warm hebben, transpiratie, gejaagdheid, moeheid, slechte schoolprestaties.
De oorzaak is onbekend. Het wordt het meest gezien bij meisjes vanaf hun tienertijd.
In het bloed wordt gekeken naar het schildklierhormoon, dat sterk verhoogd blijkt. Het stimulurend hormoon van de schildklier (TSH) is daarentegen zeer laag, omdat door het zelfstandig te hoog functioneren van de schildklier, deze niet meer behoeft te worden gestimuleerd. (zie ook Meer weten)
De behandeling bestaat uit het stilleggen van de schildklier met methimazol of propylthiouracil (PTU). Daarna als de schilklierhormoonproductie is gestopt wordt er schildklierhormoon (thyroxine) in tabletvorm bijgegeven.
Men wacht het beloop op deze manier enige jaren af. Soms komt hiermee de schilklier weer tot een normale gereguleerde productie. Als dat niet het geval is wordt een zogenoemde "slok"gegeven met radioactief materiaal dat de schildklier stil legt, waarna men schildklierhormoon bijgeeft, zoals bij een niet functionerende schildklier. Er is gebleken dat ook bij kinderen het toedienen van radioactief materiaal het risico op tumoren van de schildkier niet vergroot.
Bij kinderen wachtte men gedurende een aantal jaren af wat het effect van deze behandeling was. Momenteel is het advies om bij kinderen ouder dan vijf jaar, gedurende twee jaar te kijken of de schildklier weer normaal gaat functioneren en indien dit niet het geval is de radioactieve behandeling te geven.
Chirurgische behandeling wordt zelden toegepast. Dit met name ook omdat het risico op complicaties bij kinderen, groter is dan bij volwassenen.
Zit het in de familie?
Antwoord: Ja het komt vaker voor dat de moeders ook deze aandoening hebben gehad.
Waarom is het beleid anders dan bij volwassenen?
Antwoord: Men kijkt toch nog even of de functie niet terug komt. Bij kinderen is hierop wel enige kans, maar bij volwassenen niet meer.
De productie van schildklierhormoon (vrij T4) uit de schildklier staat onder invloed van een stimulerend hormoon (TSH) uit de hypofyse. Als er te weinig schildklierhormoon is wordt er meer TSH gemaakt. Daardoor neemt de productie van het schildklierhormoon toe. Als er genoeg is stopt de TSH stimulatie weer. Maakt de schildklier dan weer te weinig aan voor het lichaam dan komt er weer meer TSH en zo voort.
Bij onderzoek van de schildklier worden altijd deze twee hormonen samen bepaald. Als er een laag schilklierhormoon gehalte is en een heel hoog TSH gehalte wil het zeggen, dat er een forse stimulatie naar de schildklier nodig is om het schildklierhormoon aan te maken. Met andere woorden de schildklier heeft iets waardoor er te weinig hormoon wordt afgegeven.
Wanneer er een heel laag TSH gehalte is met een zeer hoog schildklierhormoongehalte , werkt de schildklier te snel. Dat wordt hyperthyreoidie genoemd.