Waterwratjes, ook wel bolhoedwratjes genoemd krijgen vrijwel alle kinderen een keer. Het zijn bleekrozekleurige kleine verhevenheden (papels) van de huid. Ze komen veel voor op de romp, de armen en ook wel in het genitaal gebied. De diameter van een waterwratje, is 2-5 mm. Ze zijn nog minder hoog en hebben als je goed kijkt in het midden een beetje een deukje. Er is een hele lichte schilfering op het wratje te zien.
Op plaatsen waar aan een waterwratje of molluscum is gekrabd, kunnen er meerdere gaan ontstaan. Ze vormen dan een spoor van meerdere wratjes achter elkaar. Ook zie je soms als er wratjes op de romp zitten, dat ze op de plaats op de arm die hier langs schuurt, dat er nieuwe wratjes ontstaan. Veel kinderen hebben er tientallen, anderen hebben er maar een paar.
Vooral als zich een waterwratje in de elleboogplooi heeft gevestigd, kan er daar eczeem omheen ontstaan.
Bij kinderen met een immuunstoornis zoals dat bij AIDS voorkomt, kunnen er zeer veel wratjes met name in het gezicht ontstaan.
Molluscum contagiosum of waterwratjes, ontstaan door een bepaald virus. Het gaat om het Molluscum contagiosum virus, dat tot de groep van de DNA pokvirussen behoort. Dit wordt van mens tot mens overgedragen door huidcontact, of door gemeenschappelijk gebruik van kleding of bijvoorbeeld een handdoek.
De tijd tussen besmetting en het ontstaan van een wratje is waarschijnlijk enkele weken. Nadat een wratje eenmaal is ontstaan, duurt het minstens een half jaar voor het is verdwenen. Een veel langer beloop tot een jaar of langer is echter geen uitzondering.
Waterwratjes zijn heel kenmerkend en zullen eigenlijk nooit aanleiding geven tot verwarring. Bij twijfel kan de inhoud van een molluscum worden onderzocht onder de microscoop. Er zijn dan door een bepaalde kleuring de zogenoemde "Henderson Patterson of molluscum bodies" te zien die kenmerkend voor waterwratjes zijn. Onderzoek naar het virus vindt eigenlijk nooit plaats.
Het beleid bestaat meestal alleen uit afwachten totdat er een spontane teruggang van de waterwratjes optreedt. Er zijn diverse middelen in gebruik, met meer of minder effect.
Een effectieve methode is het aanstippen van een wratje met vloeibare stikstof. Zijn er echter heel veel wratjes, dan is dit geen optie mer.
Vroeger werden de waterwratjes wel uitgelepeld met een scherp instrumentje, maar dit is erg pijnlijk en kan alleen met verdovende maatregelen gebeuren. Gezien ook de kans op recidief, of terugkeer van een wratje is dit eigenlijk niet iets om aan te bevelen.
Waarom noemen ze het een waterwratje? Komt dat omdat je het in het zwembad krijgt?
Antwoord: De term waterwratje doet vermoeden dat het ontstaan ervan iets met water te maken heeft. Misschien is er meer kans dat het virus op elkaar over gaat als je in hetzelfde badwater zit met iemand die de wratjes heeft. Het virus wordt waarschijnlijk via handcontact of via kleding van het ene op het andere kind overgebracht. We weten wel dat door veel contact met water de huid wat kwetsbaarder is voor allerlei infecties.
Hoewel het lichaam uiteindelijk antistoffen gaat maken die gericht zijn tegen het virus, kan dit wel erg langdurig zijn. Er is hierbij blijkbaar ook een individueel verschil tussen kinderen in de snelheid van antistofproductie. Bij de een is het met een aantal maanden weg, maar bij anderen duurt het soms wel tot twee jaar voordat ze helemaal zijn verdwenen.
© Mijn Kinderarts 2010