
Ziekte van Henoch-Schönlein. De vlekjes zijn niet wegdrukbaar
en zitten vooral op de billen, boven- en onderbenen.
De ziekte van Henoch-Schönlein wordt gekenmerkt door paars-rode niet wegdrukbare vlekken op de huid van de benen en billen, nierafwijkingen, gewrichtsklachten en koliekachtige buikpijn. Hierbij is de huidafwijking altijd aanwezig, terwijl de gewrichten niet steeds mee doen en de buikverschijnselen ook niet altijd aanwezig zullen zijn.
Huid.
Op de huid verschijnen plotseling paars- rode vlekjes, die snel in grootte kunnen toenemen. Ze zijn niet wegdrukbaar. Het komt in meer of mindere mate voor op de bovenbenen en ook typisch op de billen. Ook opvallend is de aanwezigheid er van op drukplaatsen van bijvoorbeeld het elastiek van sokken. Als ze groter zijn lopen de plekken meer in elkaar over.
De duur van de huidafwijking is wisselend maar duurt bij de meeste kinderen enkele weken. Soms keert het terug nadat het aanvankelijk leek te zijn verdwenen.
Gewrichten.
Bij Henoch-Schönlein, zijn vooral grote gewrichten zoals knie, elleboog of pols betrokken. Het gewricht is pijnlijk bij bewegen en er is een lichte zwelling aanwezig. In combinatie met de huidafwijkingen is de diagnose dan niet moeilijk te stellen.
Nieren.
Afhankelijk van hoe men de diagnose hierop stelt, worden bij 20-100% van de kinderen ook nierafwijkingen gevonden. Deze nierafwijkingen kunnen nog tot binnen een half jaar na het begin van de huidverschijnselen optreden. Indien bij het urine onderzoek van een kind er geen afwijkingen worden gevonden, kan ervan worden uitgegaan dat de nieren niet bij het proces waren betrokken.
Buik.
Vooral als er uitgebreide huidafwijkingen zijn en er ook een gewricht meedoet, kunnen er buikkrampen of koliekachtige buikpijnen voorkomen. Als het hele beeld minder heftig wordt zakken ook de kolieken af.
De oorzaak is onbekend. Wel wordt vaak eerst een infectie doorgemaakt van bijvoorbeeld de luchtwegen. Het komt daarna tot een ontstekingsreactie in de vaatwand, waarbij er kenmerkende antistoffen van het IgA type zich aan de vaatwand hechten. Dit gebeurt dan niet alleen in de huid, maar ook in bijvoorbeeld de nieren. Een dergelijke reactie van de bloedvaten wordt met een medische term een vasculitis genoemd.
Algemeen bloedonderzoek heeft niet veel zin als de diagnose duidelijk is. Zodra zich afwijkingen in de urine voordoen, moet de nierfunctie worden onderzocht.
Er wordt altijd naar de urine gekeken. Ook in de nier kan de ziekte immers worden gevonden. Het uit zich dan in met de microscoop zichtbaar verlies van rode bloedcellen, of veel minder frequent voorkomend in eiwit verlies met de urine.
Als zich in de eerste fase afwijkingen in de urine voordoen zal dit in een latere periode de urine nog weer worden gecontroleerd.
Er bestaat geen behandeling voor de ziekte van Henoch-Schönlein. Gewrichtspijn kan als dit erg heftig is met pijnstillers, worden behandeld. Diclofenac wordt niet hierbij gekozen vanwege het effect dat dit op nieren kan heben.
Gaat Henoch-Schönlein wel eens over in een ernstige nierziekte?
Hoewel de nieren soms bij de ziekte zijn betrokken komt het bij kinderen niet veel voor dat dit ernstige beschadiging van de nieren geeft. Om eventueel zoiets op het spoor te komen spreekt de kinderarts voor een bepaalde periode af om de urine te onderzoeken.
Kunnen de niet wegdrukbare vlekjes met een bloedvergiftiging met meningococcen worden verward?
In het begin zou verwarring voor kunnen komen. Het is en blijft daarom naar mijn idee aangewezen om bij een kind met niet wegdrukbare vlekjes altijd een arts te raadplegen.
De vlekjes bij de ziekte van Henoch-Schönlein worden veroorzaakt door een soort ontstekingsreactie van de kleine bloedvaatjes. Zou men een dergelijk bloedvaatje bekijken, dan zitten er tegen de vaatwand antistoffen geplakt.
De antistoffen zijn van het type immuunglobuline A. Dat wordt geschreven als Ig A antistoffen. Er zijn bepaalde kleuringen mogelijk waardoor het IgA in de vaatwand kan worden herkend.
Het komt soms voor dat men twijfel heeft over de diagnose van de ziekte van Henoch-Schönlein. Er wordt dan een biopsie gedaan uit een stukje van de aangedane huid. Zoiets wordt door de dermatoloog gedaan, die hierin meer ervaring heeft dan de meeste kinderartsen. De aanwezigheid van deze antistoffen is dan bewijzend voor de ziekte.
De ziekte van Henoch-Schönlein verloopt nog wel eens met een golvend karakter. Nadat het aanvankelijk is afgezakt kan er na een aantal weken toch wel weer een opflakkering komen. Uiteindelijk gaat het bij vrijwel alle kinderen geheel over. Deze opleving heeft te maken met het nog niet geheel tot rust gekomen immunologische systeem waarbij de Ig A antistoffen zijn betrokken.
Als er bij een kind met de ziekte afwijkingen in de nieren worden gevonden is het beloop geheel anders. De controles worden dan veel langer aangehouden. Hierbij wordt er gelet op de nierfunctie en het verloop van het eiwitgehalte in de urine.
© Mijn Kinderarts 2010