HIV

Print deze pagina

Ziektebeeld

Door besmetting met het HIV virus ontstaat een stoornis in de afweer, waardoor behalve voor bekende ziekteverwekkers men ook geïnfecteerd kan raken door onschuldige bacteriën vanuit de eigen omgeving. Bij met HIV besmette kinderen kunnen langdurige koorts, longontsteking, schimmelinfecties van het mondslijmvlies, leverontsteking (hepatitis), chronische diarree, gordelroos en infecties als toxoplasmose en CMV voorkomen.



Oorzaken

Het humaan immunodeficiency virus (HIV) is de veroorzaker van AIDS (Aacquired Immuno Deficiency Syndrome). Het virus infecteert een bepaald type afweercellen, die een belangrijke rol spelen bij de afweer en bij de sturing van de afweer tegen micro-organismen, zoals virussen, schimmels en in de cel voorkomende bacteriën zoals de tuberkelbacil.

Deze zogenoemde CD4+ T lymfocyten, komen voor in lymfklieren, de neus- en keelamandel, lymfeweefsel in de darm en de milt.

Wanneer het percentage CD4+ cellen onder een bepaalde grens komt, kunnen er infecties gaan optreden.



Onderzoeken

Bloedonderzoek vindt plaats om het virus op te sporen. Bij een positieve test wordt deze herhaald om zekerheid te hebben dat er geen laboratorium fout is gemaakt.



Behandeling

Er zijn in Nederland vier behandelcentra voor HIV positieve kinderen; in Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Groningen. HIV positieve kinderen worden momenteel behandeld met diverse antivirale middelen. Deze zogenoemde HAART (Highly Active Antiretroviral Therapy) behandeling heeft ervoor gezorgd dat een HIV infectie thans meer als een chronische infectieziekte moet worden beschouwd.



Veelgestelde vragen

Hoe weet ik dat mijn baby geen AIDS heeft?

Antwoord: Vanaf 2005 worden in Nederland alle zwangeren getest op een HIV besmetting. Hierdoor kan er als de moeder het virus zou hebben begonnen worden met behandeling. Vanaf 20-24 weken kunnen zwangeren die HIV positief zijn behandeld worden met HAART. Daarnaast krijgen kinderen van zwangeren die hiermee zijn behandeld de zogenoemde Post-Exposure-Profylaxe. Met dit beleid is de overdracht van moeder op kind, tot minder dan 1% afgenomen. Met andere woorden minder dan 1% van de kinderen is met HIV besmet bij moeders die ervoor worden behandeld. Van de kinderen die besmet zijn ontwikkelt later maar een heel klein gedeelte AIDS.

 

Wat is het verschil tussen een HIV besmettingen AIDS?

Antwoord: Met HIV besmette kinderen hebben een HIV infectie. Men spreekt pas over AIDS als er verschijnselen zijn van ernstig verlopende infecties of vormen van kanker.



Meer weten

Het HIV virus is 1983 voor het eerst aangetoond. Het heeft sinds die tijd wereldwijd voor een geweldige epidemie gezorgd, waaraan tot nu toe ruim 25.000.000 kinderen en volwassenen zijn overleden. Het grootste aantal slachtoffers valt in Afrika. Wereldwijd hebben 2,5 miljoen kinderen een HIV infectie, van wie ook het grootste deel in Afrika wonen.

Het grootste risico lopen kinderen om besmet te worden via hun moeder. Dit kan gebeuren tijdens de zwangerschap, de geboorte of via borstvoeding. Een HIV infectie leidt zonder behandeling bij kinderen vrijwel zeker in een aantal jaren tot de dood.

Vanaf 1997 is behandeling mogelijk geworden met drie antivirusmiddelen, waardoor de kans op overdracht van moeder op kind sterk is verminderd. Deze zogenoemde HAART behandeling is in Westerse landen nu algemeen in gebruik.

 

Algemene informatie wordt gegeven door het Aids Fonds.

Informatie voor HIV positieve jongeren is te vinden bij Jong positief en bij HIV vereniging Nederland.

 

 

 

© Mijn Kinderarts 2010