Angst is pas abnormaal als het niet in verhouding staat met de realiteit, wanneer het erge inbreuk maakt op het gewone leven en een normale ontwikkeling in de weg lijkt te staan. We spreken dan van een angststoornis. Een angststoornis komt relatief vaak voor bij kinderen en in verhouding meer bij meisjes. Naast de angstproblemen kunnen er ook andere problemen bij voorkomen. Soms is het een probleem van een bepaalde leeftijdsfase, maar het kan ook jaren blijven voorkomen tot in volwassenheid.
De kinderarts wordt ook vaak met kinderen met een angststoornis geconfronteerd wanneer de angst met lichamelijke klachten gepaard gaat zoals, buikpijn, hoofdpijn, eet- of slaapproblemen.
In de eerste kinderjaren is het normaal als kinderen zich bij enge dingen of situaties op hun ouders richten. De eerste keer naar school gaan is zoiets. We vinden het heel normaal als kinderen dan moeilijk afscheid kunnen nemen. Na een zekere tijd als zij aan het naar school gaan zijn gewend moet een kind zijn ouder kunnen loslaten. Angstige kinderen kunnen hun ouders echter letterlijk en figuurlijk niet loslaten.
De angst kan ook algeheel aanwezig zijn en niet zozeer op iets speciaals gericht zijn. Kinderen kunnen zich over van alles zorgen maken. Denk dan aan de gezondheid van hun ouders, natuurrampen en schoolwerk. Bij zulke kinderen zijn er vaak lichamelijke problemen, door vermoeidheid, slapeloosheid, concentratieproblemen. Ook faalangst hoort hierbij. Er zijn leerlingen die de avond voor een repetitie alles prima weten, maar in de klas helemaal dichtklappen en alles kwijt zijn.
Soms moeilijk van contactproblemen te onderscheiden is de sociale angst. Kinderen zijn graag op zichzelf en willen niet graag met anderen optrekken. Ze ervaren het contact met hun klasgenoten als beangstigend en worden voor hun gevoel steeds buitengesloten.
De oorzaken zijn voor een belangrijk deel erfelijk bepaald. Hierbij is er ook kans op de zogenoemde pseudo-erfelijkheid. Als kinderen merken dat hun ouders in allerlei situaties angstig reageren zullen kinderen dat overnemen. Wanneer ouders voortdurend hun kind voorhouden dat het moet oppassen voor in hun ogen gevaarlijke situaties, draagt dit niet bij tot het als volwassene onbezorgd en open in het leven staan.
Een angsstoornis wordt vermoed door de beschrijving van het gedrag door de ouders. Door te vragen naar de specifieke situaties waarin het kind angstig wordt kan een indruk worden gekregen of dit wel bij een voor de leeftijd normale reactie past.
Angsten kunnen met psychotherapie worden behandeld. Hierbij zijn er een aantal methoden te gebruiken, waarbij ook de ouders kunnen worden betrokken. Doel is om niet de angstige situatie te voorkomen, maar om het kind te leren omgaan met de angstige situatie of datgene waarvoor het bang is.
Kan mijn kind ooit over de angst voor de dokter heen komen?
Antwoord: Veel kinderen vinden het eng en spannend om naar de dokter te moeten gaan. Zij zijn heel erg bang dat ze een prik gaan krijgen. Ook al komen ze vaak bij een dokter dan nog is een zekere spanning wel normaal. Tegenwoordig wordt op kinderafdelingen heel veel gedaan om kinderen zo min mogelijk angst en pijn te laten ondergaan.
Een angststoornis wordt ook gezien bij kinderen die ADHD hebben. Het staat dan naast de kenmerken van aandachtstekort en hyperactiviteit of impulsiviteit. Men moet er soms bij de keuze van de medicatie rekening mee houden.
Een aantal kinderen kan worden geholpen door behandeling met hypnose.
© Mijn Kinderarts 2010