Met antisociaal gedrag wordt bedoeld dat een kind voortdurend regels en normen overschrijdt. Te denken valt dan aan afspraken niet nakomen, spijbelen, liegen en stelen. Er ontstaan gemakkelijk problemen door op schoolen thuis.
Agressief gedrag is gericht naar andere personen of voorwerpen. Voorbeelden zijn slaan, schoppen, schelden en vloeken of andermans spullen vernielen en kapot maken. Dat kan gericht zijn op iets van degene met wie er ruzie is of in het algemeen gericht op iets zomaar kapot slaan, zoals het glas van bushokjes of kapotmaken van gestalde fietsen.
Met oppositioneel gedrag wordt bedoeld dat er geen gezag of correctie van bovenaf wordt geaccepteerd. Deze kinderen voelen zich voortdurend verongelijkt. Zij gaan ervan uit dat altijd de schuld bij een ander ligt. Omdat het kind zich niet voegt naar de schoolregels, krijgt het straf of commentaar van de leerkracht. In plaats van het op zichzelf te betrekken, richt de agressie zich op degene die het kind herinnert aan de gemaakte afspraken.
Wanneer deze gedragingen in een matige, milde vorm voorkomen wordt er gesproken over een oppositioneel- opstandige gedragsstoornis of ODD(zie meer weten). Ongeveer 3% van de kinderen heeft in dit opzicht problemen. Wanneer het gedrag heel extreem is spreekt men wel van een conduct disorder CD of gedragsstoornis (zie meer weten). Dit komt bij ongeveer 2% van de kinderen voor. In beide groepen ziijn jongens meer vertegenwoordigd.
De oorzaak is zowel gelegen in omgevingsfactoren als in erfelijke factoren. Het heeft te maken met de manier waarop door ouders wordt gereageerd op de gewone fasen die kinderen in hun ontwikkeling doormaken. Bekend is de koppigheid die peuters kunnen hebben. Normaal gesproken gaat dat over wanneer een kind leert hoe het zijn gedrag moet aanpassen. Bij kinderen met een probleem in het aanvaarden van dit ouderlijk gezag blijven ze volharden in hun verzet en koppigheid. Hieruit voortkomende agressie wordt door de ouders ook weer met agressie beantwoord. Zo ontstaat er een vicieuze cirkel waarbij het niet verwonderlijk is dat ook de stap naar kindermishandeling niet ver weg ligt.
Kinderen die hardnekkig volhouden in hun verzet en het daarmee van hun ouders weten te winnen, ervaren dat als een positief signaal om de volgende keer ook weer door te gaan.
Vooral als ouders inconsequent zijn, en geen duidelijke grenzen stellen aan ontoelaatbaar gedrag van het kind, is het risico groot dat het gadrag blijft doorgaan. Inconsequent gedrag van ouders kan te maken hebben met onderlinge onenigheid, oververmoeidheid, financiële problemen of ziekte.
Voor een aantal ouders is het lastig zich te verplaatsen in de wereld van hun kind. Soms worden veel te hoge eisen aan het snapvermogen van peuters en kleuters gesteld. Omdat de kinderen daar niet aan kunnen voldoen wordt door de ouders met agressie of verbaal geweld gereageerd.
Een aantal kinderen heeft een verminderde reactie op stress. Zij ervaren niet de spanning die andere kinderen hebben als ze wat stouts hebben gedaan en een standje krijgen. Mogelijk is deze wijze van reageren aangeboren. Het is in ieder geval van oudere delinquenten bekend, dat ze hoegenaamd geen spanning ondervinden in situaties die dat voor anderen wel geeft.
Het beeld van de oppositionele stoornis is wel snel duidelijk uit het verhaal van de ouders of het kind zelf. Er kan wat de agressie factor betreft wel verwarring zijn met ADHD of met één van de vormen van autisme. Wanneer er ook kenmerken van ADHD aanwezig zijn is het mogelijk dat beide diagnoses worden gesteld. Dit is wel van belang vanwege de te kiezen medicijnen en aanpak. Op langere termijn is de combinatie vaak ongunstig. Door de impulsiviteit en neiging tot agressief gedrag komen deze kinderen eerder in contact met justitie.
De behandeling is vooral gericht op de ouders. Ouders wordt geleerd op welke manieren het gedrag van hun kind gunstig kan worden beïnvloed. Er moet een duidelijke structuur worden aangegeven. Goed gedrag wordt daarbij steeds beloond en negatief gedrag wordt ontmoedigd. Het vergt veel van ouders om iedere dag op te moeten boksen tegen een kind dat deze problemen heeft. Hulp hierbij is een absolute noodzaak, omdat veel ouders dit in hun eentje niet aankunnen.
Het is ook belangrijk dat ouders dezelfde aanpak voor hun kind hebben. Als een kind bij de ene ouder iets wel mag, maar het wordt door de ander verboden, zal daar meteen van die situatie gebruik worden gemaakt. Kinderen voelen direct aan als hun ouders van mening verschillen en buiten zo'n tweespalt direct in hun voordeel uit.
Helpt zwaarder straffen niet?
Antwoord: Deze kinderen hebben niet de neiging om het probleem bij zichzelf te zoeken. Zij zijn wantrouwend en boos naar ouders en school en ervaren en accepteren daarvan geen gezag. Er zijn gedragsmatige aanpakken nodig waarbij positief gedrag steeds wordt beloond en negatief gedrag wordt genegeerd. Uitsluitend zwaarder straffen zet verdere agressie aan en brengt de cirkel van toenemende agressie en verzet verder in gang.
Welke medicijnen zijn te gebruiken?
Antwoord: Alleen als er ook kenmerken zijn van ADHD, kan met methylfenidaat worden geprobeerd om de kenmerken van impulsiviteit en agressief gedrag te beïnvloeden.
Kenmerken voor het stellen van de diagnose oppositionele-opstandige gedragsstoornis(ODD).
- Is vaak driftig
- Maakt vaak ruzie met volwassenen
- Is vaak opstandig of weigert zich te voegen naar de vragen of regels van volwassenen
- Ergert vaak met opzet anderen
- Geeft vaak de anderen de schuld van eigen fouten of wangedrag
- Is vaak prikkelbaar en ergert zich gemakkelijk aan anderen
- Is vaak boos en gepikeerd
- Is vaak hatelijk en wraakzuchtig
Kenmerken van een gedragsstoornis.
Agressie naar mensen en dieren
- Pest, bedreigt of intimideert vaak anderen
- Geeft vaak de aanzet tot vechtpartijen
- Heeft een wapen gebruikt dat aan anderen ernstig lichamelijk letsel kan toebrengen
- Heeft mensen mishandeld
- Heeft dieren mishandeld
- Heeft in direct contact met slachtoffer gestolen(tasjesroof, gewapende overval)
- Heeft iemand tot sexueel contact gedwongen
Vernieling van eigendom
- Heeft opzettelijk brand gesticht met de bedoeling ernstige schade toe te brengen
- Heeft opzettelijk eigendommen van anderen vernield
Onbetrouwbaarheid of diefstal
- Heeft ingebroken in iemands huis, gebouw of auto
- Liegt vaak om goederen of gunsten van anderen te krijgen
- Heeft zonder direct contact met het slachtoffer voorwerpen van waarde gestolen
Ernstige schendingen van regels
- Blijft vaak ondanks het verbod van ouders 's nachts van huis weg, beginnend voor het 13e jaar.
- Is tenminste tweemaal 's nachts van huis of andere gezinsvervangende woonvorm weggebleven
- Spijbelt vaak, beginnend voor het 13e jaar
© Mijn Kinderarts 2010