Wanneer kinderen zijn blootgesteld geweest aan een ramp, een plotseling verlies, een ernstige verwonding door een ongeluk of getuige zijn geweest van geweld of dit zelf hebben ondervonden is het mogelijk dat na verloop van tijd sprake kan zijn van een posttraumatische stressstoornis (PTSS). Wanneer de gebeurtenis(sen) een dermate lange en intense invloed op het functioneren van een kind heeft is het nodig hiervoor het kind te behandelen. Over het algemeen houdt men aan dat als zich na een maand bij een kind nog duidelijke verschijnselen voordoen die in relatie staan tot wat zich heeft afgespeeld, er sprake is van een PTSS.
Tot rond 1990 meende men dat kinderen die een ernstige ervaring opdeden hier in de loop van de tijd wel overheen zouden groeien. Het blijkt echter dat bij ongeveer een kwart van de kinderen dit niet het geval is en dat zij nog lange tijd problemen ondervinden van hetgeen zij eerder hebben meegemaakt.
De uitingen van een posttraumatische stressstoornis bij kinderen kunnen tamelijk verschillend zijn. Onderstaande verschijnselen zijn een samenvatting van het DSM IV systeem. Dit is een systeem waarbij de verschillende aspecten die van een kind kunnen worden geclassificeerd staan genoemd.
Men moet daarbij denken aan situaties waarin hetgeen is gebeurd geregeld wordt herbeleefd:
- Steeds terugkerende en zich opdringende onaangename herinneringen aan de gebeurtenis;
- Terugkerende akelige dromen;
- Er naar handelen of voelen alsof de ingrijpende gebeurtenis opnieuw plaatsvindt;
- Intens geestelijk lijden ondervinden als zich de gebeurtenis weer lijkt voor te doen of wanneer er delen van worden herkend;
- Lichamelijke reacties vertonen wanneer er zich iets voordoet dat in meer of mindere mate lijkt op hetgeen het kind heeft meegemaakt.
Kinderen kunnen aanhoudend prikkels vermijden, die in relatie staan tot het trauma, zoals blijkt uit:
- Pogingen om gedachten, gevoelens of gesprekken, behorend bij het trauma te vermijden;
- Pogingen doen om plaatsen, activiteiten of mensen die herinneringen oproepen aan het trauma te vermijden;
- Onvermogen om zich belangrijke aspecten van het trauma te herinneren;
- Duidelijk verminderde belangstelling voor belangrijke activiteiten;
- Het hebben van gevoelens van onthechting of vervreemding van anderen;
- Beperking van gevoelens naar anderen toe;
- Het hebben van een beperkt gevoel over de toekomst;
Kinderen kunnen ook kenmerken laten zien van een verhoogde prikkelbaarheid, hetgeen zich uit in:
- Moeite met inslapen of doorslapen;
- Prikkelbaarheid of woedeuitbarstingen;
- Moeite zich te kunnen concentreren;
- Overmatige waakzaamheid of alertheid;
- Overdreven schrikreacties;
Bij een trauma moet er aan verschillende oorzaken worden gedacht. Zo is het mogelijk dat het kind getuige is geweest van een grote ramp, zoals een groot ongeluk, of een brand. Ook kan het gaan om seksueel misbruik, ernstig geweld op school of thuis, of om vormen van kindermishandeling.
Nadat een kind iets dergelijks heeft meegemaakt kan dit zich uiten in een PTSS, maar er kan zich ook een angsstoornis openbaren, waarin vooral de angst en de daarbij voorkomende gevoelens herkenbaar zijn.
Om een goed beeld te krijgen van wat zich heeft afgespeeld is het belangrijk hierover zowel door het kind als door de ouders of anderen die het iincident hebben meegemaakt te worden geïnformeerd. Wanneer het om seksueel misbruik of kindermishandeling gaat zal in veel gevallen de informatie hierover niet snel door de ouders worden verstrekt. Daarbij moet men ook als hulpverlener op de hoogte zijn van de wijze waarop kinderen op de verschillende leeftijden naar vreemden toe informatie afgeven .
Voor het herkennen van een posttraumitische stressstoornis (PTSS) wordt over het algemeen de hulp van een kinderpsychiater, kinderpsycholoog of orthopedagoog ingeschakeld. Er zijn voorts in Nederland vele traumabehandelaars, die ook gespecialiseerd zijn in de behandeling van kinderen.
Er zijn twee behandelingen die bij kinderen effectief zijn gebleken bij een posttraumatische stressstoornis.
De zogenoemde Cognitieve gedragstherapie (CG)en de Eye Movement Desensitization and Reprocessing (EMDR).
Cognitieve gedragstherapie. Hierbij wordt aan het kind uitgelegd welke psychische en lichamelijke klachten door het eerder doorgemaakte trauma worden veroorzaakt. Hierdoor kan het kind zich bewust worden welke uitlokkende situaties tot angst of spanning leiden.
Tevens worden vaardigheden aangeleerd om met de ontstane klachten beter om te gaan. In de neutrale omgeving van de behandelkamer leert het kind zich de traumatiserende situatie weer voor te stellen, doch daaraan vervolgens rustgevende gevoelens te koppelen. Het opnieuw voorstellen van de gebeurtenissen, die nu echter zonder de daaraan gekoppelde gevoels van spanning worden beleefd, maakt dat gelijdelijk de psychische en lichamelijke effecten uitdoven.
Door de nu andere beleving van de opgeroepen akelige gedachten wordt ook de door het kind toegepaste reactie aan die herinnering veranderd. Zo zal het mogelijk zijn om weer de plaats waar iets ingrijpends is gebeurd te bezoeken, of personen die een bepaald trauma bij het kind hebben veroorzaakt terug te zien.
EMDR is een methode waarbij aan het kind een repeterende beweging of geluid wordt aangeboden, terwijl het terugdenkt aan de traumatische ervaring. Door de afleiding van de repeterende beweging vermindert de emotionele spanning die aanvankelijk was gekoppeld aan het oproepen aan de gedachte van het trauma. EMDR kan worden toegepast bij alle vormen van posttraumatische stressstoornis. In de praktijk kan het gaan om het met een vinger heen en weer bewegen voor de ogen, of het laten bewegen van een voorwerp. Ook kan het kind afwisselend met de linker- of rechterhand tegen de hand van de therapeut slaan. Ook kan met een koptelefoon op afwisselend een geluidje aan het linker- en rechteroor worden aangeboden, terwijl et kind zich de traumatiserende ervaring voor de geest oproept.
EMDR heeft als voordeel dat het een heel effectieve methode is die snel tot resultaat kan leiden. Over de precieze werking van deze methode is nog niet alles bekend.
Komt een posttraumatische stressstoornis bij kinderen veel voor:
Antwoord: Hierover zijn onvoldoende gegevens bekend om juiste aantallen te noemen, maar er zijn bij onderzoeken in de Verenigde Staten wel percentages gevonden tot 25% van de jongvolwassenen.
In Nederland is door Carlijn de Roos, Jeanette Eland en Rolf Kleber veel onderzoek gedaan naar de behandeling van kinderen met een posttraumatische stressstoornis door middel van EMDR.