Ofschoon er wel tegen kinkhoest wordt gevaccineerd, komt kinkhoest in een wat mildere vorm nog erg veel voor. Er zijn zelfs een aantal jaren terug heel duidelijke epidemieën van kinkhoest geweest. Kinkhoest komt vooral in het voor- en najaar voor.
Men onderscheid bij kinkhoest wel drie fasen of perioden in het beloop van de ziekte.
De incubatietijd, dat is de tijd tussen het oplopen van de besmetting en het echt ziek worden, bedraagt een kleine tien dagen. Hierna kunnen er de volgende fasen worden onderscheiden:
- Catharale fase, waarin er een lichte temperatuurverhoging is, met daarbij verkoudheid en een geringe hoest. Deze periode duurt ongeveer twee weken en is eigenlijk helemaal niet zo goed te herkennen, omdat het op een gewone verkoudheid lijkt. In deze periode is een kind echter wel al besmettelijk.
- Paroxysmale fase, met toenemende hoestaanvallen. De hoestaanvallen komen vaak 's nachts voor of na inspanning. Er is een opeenvolgende hoestbui waarin het aan het eind van de hoestaanval zeker in het begin van de ziekte gemakkelijk tot braken komt. De kinderen hebben tussentijds een gierende inademing, omdat ze snel even tussendoor moeten inademen. Er wordt vaak nogal taai draderig slijm bij opgehoest. Omdat het bijna iedere nacht voorkomt en kinderen er zo vaak bij moeten spugen, zetten ouders wel alvast een emmer naast het bed klaar.
- Herstelfase, waarin het hoesten afneemt, maar nog wel voorkomt bij inspanning en lachen. Deze periode kan nog wel maanden duren. In het Engels, wordt kinkhoest ook wel hundred day cough genoemd. In ieder geval zakt het langzaam af en uiteindelijk verdwijnt het hoesten helemaal.
Voor baby's onder drie maanden is een kinkhoestinfectie risicovol. Door infectie met de bacterie kunnen er problemen met de ademhaling ontstaan. Dit uit zich in plotselinge stilstand van de ademhaling (apnoe aanvallen). De hoestaanvallen uiten zich bij deze leeftijdsgroep ook meer als heftige stikbuien.
Kinkhoest wordt veroorzaakt door een bacterie, de Bordetella pertusis, maar er zijn ook familieleden van deze bacterie zoals de Bordetella parapertusis, die hetzelfde beeld veroorzaken. Dat is ook de reden dat het vaccin minder effectief is geweest in het verleden. Deze andere bacteriën worden dan niet door het vaccin herkend.
De kinkhoest bacterie is moeilijk te kweken. Deze methode wordt daarom nauwelijks nog toegepast. Als de hoest in hevigheid al een tijdje aan de gang is kan er bloedonderzoek worden verricht naar de aanwezigheid van antistoffen gericht tegen de bacterie.
In de beginfase als de bacterie nog aanwezig is, kan ook met een wattenstokje snot of slijm worden opgevangen uit de neus keelholte, waarna met een speciale techniek (PCR) de aanwezigheid van de bacterie kan worden vastgesteld.
Antibiotische behandeling heeft alleen in de beginfase zin. Daarna is de bacterie niet meer bij het kind aanwezig. Op de hoestbuien hebben antibiotica geen effect. Ook geneesmiddelen die wel bij astma worden gebruikt helpen helaas volstrekt niet bij kinkhoest.
Noscapine siroop, een centraal op het hoestcentrum werkend medicijn, met weinig bijwerkingen, kan de nachtelijke hoestbuien wel verminderen. Het doet de hoest enigszins afnemen, maar laat het niet geheel verdwijnen.
Omdat voor baby's onder de drie maanden kinkhoest een risico vormt, kan erover worden gedacht om hen als er een geval van kinkhoest in hun omgeving voorkomt, hen uit bescherming te behandelen met antibiotica.
Hoe kan mijn kind kinkhoest krijgen terwijl het toch is ingeënt?
Antwoord: Het hangt van het vaccin af of het dekt tegen alle voorkomende soorten kinkhoest bacteriën. In Nederland is een tijd een vaccin gebruikt dat niet voldoende effectief was.
Van wie krijgt mijn kind deze infectie?
Antwoord: Het kan worden verkregen van een ander kind op school, van een broertje of zusje of van één van de ouders.
Waarom moet je nog zo hoesten terwijl de bacterie al is verdwenen?
Antwoord: De bacterie laat in de luchtwegen een verhoogde prikkelbaarheid achter. Deze neemt maar langzaam af. Vooral op atypische prikkels, zoals snelle ademhaling, bij inspanning of lachen, of bij droge lucht treedt een versterkte hoestprikkel op.
Na 1995 trad een sterke stijging op van het aantal kinkhoestgevallen, tot ruim duizend gevallen per jaar. Vermoedelijk is dit te wijten geweest aan een onvoldoende dekking van het vaccin tegen de in de bevolking voorkomende kinkhoeststammen. Met de invoering van het huidige vaccin enige jaren geleden hoopte men dat dit verbeterde.
Toch bedraagt het aantal geregistreerde kinkhoestinfecties in het afgelopen jaar in Nederland altijd nog een kleine drieduizend gevallen. Dit is de geregistreerde kinkhoest bij zowel volwassenen als kinderen. Het werkelijke aantal zal echter waarschijnlijk veel hoger zijn.
© Mijn Kinderarts 2010