Van incontinentie wordt gesproken als er onvoldoende controle over de blaas is en regelmatig de plas niet kan worden opgehouden. Dit komt meest overdag voor, maar kan ook wel 's nachts gebeuren, waardoor het wordt verward met het veel vaker voorkomende bedplassen.
Bij de meest voorkomende vorm merken kinderen vaak dat ze ineens aandrang krijgen en dan niet meer bijtijds het toilet bereiken en de plas in het ondergoed komt. In de meerderheid gaat het hierbij om meisjes. Vaak hebben ze ook blaasontstekingen gehad. Het wordt wel aangeduid met de term dysfunctional voiding.
Bij goed navragen blijkt er vaak ook verstopping bij ze voor te komen. Dit is soms zo vanzelfsprekend geworden voor ouder en kind dat het ze nog nauwelijks opvalt. Echter één tot hooguit twee keer in de week ontlasting krijgen is te weinig en behoort te worden behandeld.
Bij dit aandrangsyndroom is er sprake van een verkeerde plastechniek, waarbij er een te krachtige bekkenbodem activiteit is. Ook is de blaasspier te overprikkeld waardoor er heel vaak kleine plasjes worden gedaan.
Er wordt wordt begonnen met een plasdagboek bij te houden, waarbij er gedurende twee dagen wordt gekeken hoeveel er per keer wordt geplast. Voorts vindt er plasonderzoek plaats om te onderzoeken hoe het verloop van de kracht van een plasstraal is. Dit onderzoek wordt uroflowmetrie genoemd. Het is geen belastend onderzoek waarbij het kind alleen op een speciaal toilet een plas moet doen.
Wanneer er recidiverende urineweginfecties zijn, wordt er ook onderzoek van nieren en blaas gedaan met een echo en eventueel met een blaasonderzoek met contrastvloeistof.
De behandeling is erop gericht weer een normale plastechniek aan te leren, waarbij er zonder kracht wordt geplast. Een fysiotherapeut met speciale deskundigheid op het gebied van de bekkenbodem kan hierbij aan het kind leren hoe de bekkenbodem te ontspannen. Veel kinderen, met name meisjes, zitten op het toilet voorovergebogen en houden de bril met twee handen vast. Zo persen ze op de blaas, mede om snel klaar te zijn.
Door uw kind een (voeten)bankje te geven, waardoor de benen worden gesteund, komen de knietjes hoger te liggen. Hierdoor kantelt het bekken en is plassen en ontlasten gemakkelijker geworden, omdat de bekkenspieren niet meer zo worden aangespannen. Uw kind kan zo beter uitplassen en er is minder kans dat er urine in de blaas achter blijft als uw kind van het toilet af gaat.
Wanneer er sprake is van een overprikkelde blaas, kunnen hiervoor medicijnen worden gegeven, zoals oxybutynine.
Veelal moet ook verstopping worden aangepakt, die bij deze problemen veel voorkomt. Er worden dan voedingsadviezen gegeven voor een vezelrijk dieet met veel groente en fruit. Ook moet er goed worden gedronken. Medicijnen worden vaak nodig geacht om hardnekkige verstopping aan te pakken. Het soort medicijnen dat hierbij veel wordt gebruikt komen uit de groep van de zogenoemde macrogolen. Het zijn zakjes met een oplossing die het water in de ontlasting bindt, waardoor de ontlasting zacht van samenstelling wordt.
Waarom hebben zoveel kinderen met plasproblemen ook verstopping?
Antwoord: Dit komt waarschijnlijk omdat bij veel verstopping in het bekken de blaasfunctie ook verstoord raakt.
Behalve deze oorzaak zijn er nog vele andere oorzaken van incontinentie bij kinderen. Er is een grote groep die anatomische afwijkingen, of neurologische oorzaken heeft. Dit valt echter allemaal op nogal specialistisch gebied. Kinderen met neurologische afwijkingen van het ruggenmerg of de hersenen hebben zoals dat wordt genoemd last van een neurogene blaasstoornis.
© Mijn Kinderarts 2010