Na leukemie zijn hersentumoren bij kinderen de meest voorkomende oorzaak van kanker. Het gaat in Nederland om ruim honderd nieuwe gevallen per jaar. In de afgelopen jaren is het percentage kinderen dat na het stellen van de diagnose na vijf jaar nog in leven is (de vijfjaarsoverleving) gestegen van 58% in 1977 naar 74% in de periode 1996-2004.
In tegenstelling tot de situatie bij volwassenen, waar de tumor meestal in de grote hersenen is gelegen, komt in ruim de helft van de gevallen bij kinderen juist een tumor voor in de kleine hersenen of de hersenstam.
De localisatie in de hersenen is voor een deel bepalend voor de wijze waarop een tumor zich presenteert. Zo kunnen er verschijnselen komen doordat de tumor op bepaalde structuren drukt of ergens ingroeit. Ook komen er tekenen van verhoogde hersendruk bij voor, zoals hoofdpijn, met name in de ochtend, braken en neurologische verschijnselen. Deze laatste kunnen zich voordoen als onzeker lopen, duizeligheid, gezichtsuitval of afwijkende oogbewegingen.
Bij zuigelingen en peuters kunnen de schedelnaden nog van elkaar wijken. Hierdoor ontstaat er bij hen niet zo snel verghoogde hersendruk. Een tumor kan zich dan uiten in een snelle toename van de schedelomtrek, overmatig huilgedrag of prikkelbaarheid, slechte gewichtstoename of een achterstand in ontwikkeling. Deze verschijnselen zijn vaak niet zo gemakkelijk op te merken, of er wordt bij de combinatie ervan niet aan een hersentumor gedacht.
Omdat niet alle hierboven staande verschijnselen zich gelijktijdig voordoen kunnen de klachten lange tijd voor iets anders worden versleten, waardoor er gemakkelijk vertraging in verder onderzoek en behandeling voor kan komen.
Zie voor de verschijnselen die zich per locatie van de tumor voordoen ook de rubriek Meer weten.
Er worden op de kinderleeftijd een viertal soorten hersentumoren gezien. In volgorde van voorkomen betreft het een astrocytoom, medulloblastoom, ependymoom of craniofaryngioom en ponsglioom.
Bij verdenking op een hersentumor zal er het liefste een MRI worden gemaakt. Voor snelle diagnostiek kan ook een CT scan worden gemaakt met een contrast-middel dat via een infuus wordt gegeven.
Op grond van de plaats waar de tumor zit, wordt het vaak al wel waarschijnlijk met welk type men te maken heeft. Pas als de tumor door de neurochirurg is verwijderd of wanneer er als dat niet mogelijk is een biopsie uit is genomen kan de soort tumor worden vastgesteld.
Als eerste wordt er gekeken of de tumor niet te veel druk veroorzaakt, waardoor al direct maatregelen moeten worden genomen om de druk te verminderen. Hiervoor zijn er een aantal mogelijkheden. De meest voor de hand liggende is om de tumor te verwijderen. Door de ligging in de buurt van belangrijke hersengebieden is dat echter niet altijd mogelijk.
De behandeling wordt in een academische kinderkliniek door de neurochirurg tesamen met een kinderoncologisch team verricht.
Een astrocytoom wordt als dit qua localisatie in de hersenen mogelijk is door de chirurg verwijderd. Hierna wordt eventueel afhankelijk van de soort tumor en de omstandigheden nog gekozen voor bestraling (radiotherapie). De kans op genezing is bij astrocytomen groot te noemen.
Het medulloblastoom wordt eveneens chirurgisch verwijderd, waarna nog nabestraling en meestal ook chemotherapie volgt.
Een ependymoom wordt chirurgisch verwijderd met aansluitend bestraling.
Een ponsglioom, is een tumor in een belangrijk en kwetsbaar gebied. behandeling door chirurgie is vrijwel onmogelijk. Uiteindelijk overlijden kinderen hier aan. De behandeling door bestraling kan tijdelijk klachten doen verminderen.
Alle kinderen die een hersentumor hebben gehad worden langdurig op de polikliniek voor late effecten van kanker vervolgd. Daarbij is het belangrijk om te onderkennen of er door de chirurgie, of bestraling effecten op leerprestaties voorkomen. Emotionele problemen kunnen zeker ontstaan en behoeven dan begeleiding van psychologen of orthopedagogen.
Hoe weet ik dat mijn kind met hoofdpijn geen hersentumor heeft?
Antwoord: Bij hersentumoren is de hoofdpijn hevig, treedt dagelijks op, vaak in de ochtend. Soms is er een relatie met de houding. Bij tumoren is er een snel steeds verder verslechterend beloop. Het gaat bijvoorbeeld niet ineens maanden beter. Ook hoofdpijn die al maanden bestaat en verder geen andere verschijnselen geeft dan alleen pijn is niet verdacht voor een tumor.
Wordt er onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van metastasen?
Antwoord: Hersentumoren geven eigenlijk nooit metastasen naar andere organen toe. Wel kan een tumor in het zenuwstelsel doorgroeien.
De plaats waar de tumor zit en de leeftijd van het kind bepalen voor een groot deel de klachten waarmee kinderen zich met een hersentumor presenteren. Hieronder is aangegeven welke klachten dat kunnen zijn. De indeling gaat uit van de anatomie van de hersenen, met als grote onderscheid de ligging ten opzichte van het tentorium. Dit is een vliezige plaat, die de grote hersenen scheidt van de kleine hersenen en het verlengde merg. Structuren die boven het tentorium liggen worden daarom supratentorieel genoemd.
Klachten bij kinderen met een hersentumor, afhankelijk van de plaats van de tumor.1
Algemeen.
Hoofdpijn(33%), misselijkheid en braken (32%), abnormaal looppatroon, of gestoorde coördinatie (27%), papiloedeem (13%), convulsies of epileptische aanvallen (13%).
Tumoren van de achterste schedelgroeve.
Misselijkheid en braken (75%), hoofdpijn (68%), abnormaal looppatroon, of gestoorde coördinatie, papiloedeem (35%), anormale oogbewegingen (20%).
Supratentoriële tumoren, exclusief centrale tumoren.
Symptomen van verhoogde hersendruk (45%), convulsies of epileptische aanvallen (38%), papiloedeem (20%), neurologische haardverschijnselen (17%), hoofdpijn (11%).
Centrale tumoren.
Hoofdpijn (50%), scheelzien (21%), abnormale oogbewegingen (21%), misselijkheid en braken (20%), papiloedeem (19%).
Hersenstamtumoren.
Abnormaal looppatroon en gestoorde coördinatie (78%), uitval van bepaalde hersenzenuwen (52%), verschijnselen van de motoriek (33%), hoofdpijn (23%), scheelzien(20%).
1Naar Wilne S, Collier J, Kennedy C et al. Presentation of childhood CNS tumors: a systematic review and meta-analysis, Lancet Oncol. 2007;8: 685-95.
Stichting Semmy. Steunt onderzoek naar tumoren van de hersenstam bij kinderen.
Kinderneurologie.eu Geeft onafhankelijke informatie over veel kinderneurologische onderwerpen.