Coeliakie, gluten-intolerantie

Print deze pagina

coeliakie

Coeliakie. Dit patiëntje vertoont de typische 

    kenmerken van een bolle met dunne

                  armen en benen.


Ziektebeeld

Eén op de honderd kinderen krijgt coeliakie. De ernst van de verschijnselen kan per kind sterk verschillen. Coeliakie, wordt veroorzaakt door een overgevoeligheid voor gluten. Het veroorzaakt chronische diarree, verminderde eetlust, gewichtsverlies, een bolle buik, dunne armen en benen en platte billen. Kinderen met coeliakie hebben daarbij een triest uiterlijk, zijn makkelijk geïrriteerd en huilen snel. Ze zien wat bleek, hebben een fletse blik en dof haar. Er wordt ook wel van failure to thrive gesproken als kinderen onvoldoende groeien en daarbij ook in hun ontwikkeling niet goed gedijen.

De hierboven beschreven toestand is echter vaak niet zo duidelijk aanwezig. Er zijn kinderen waarbij op oudere leeftijd pas de diagnose coeliakie wordt gesteld. Zij komen bij een arts vanwege vaak terugkerende buikpijn, onvoldoende gewichtstoename, of een onvoldoende lengtegroei.

Door de onvoldoende opname van kalk uit de darm, bevatten de botten te weinig kalk. We noemen dit osteoporose. Dit wordt echter vooral bij ouderen met coeliakie gezien.



Oorzaken

De oorzaak van coeliakie is overgevoeligheid voor het eiwit gluten dat in tarweproducten zit. Het gaat hierbij echter niet om een voedselallergie maar meer om de uiting van een auto-immuunziekte, waarbij er antistoffen het eigen weefsel aanvallen. Behalve in tarwe zit gluten in rogge, haver en gerst. Ook de hiervan gemaakte producten zoals brood, koekjes, macaroni en spagetti, bevatten daarom gluten. Doordat het darmslijmvlies reageert op gluten komt er een reactie in het slijmvlies waardoor dit zowel wat betreft vorm als functie achteruit gaat. Hierdoor kunnen voedingsstoffen niet meer goed uit de darm worden opgenomen. Dit leidt tot vermindering van de gewichtstoename of zelfs een gelijkblijvend gewicht over een langere tijd.

Bloedarmoede is aanwezig en ontstaat omdat ook ijzer niet goed uit de darm in het lichaam wordt opgenomen.

De chronische buikpijn en het tekort aan voedingsmiddelen die worden opgenomen, zorgt er waarschijnlijk voor dat jonge kinderen met coeliakie zich niet goed voelen en prikkelbaar zijn.

 

Door de onvoldoende opname van voldoende voeding gaat uiteindelijk ook de lengtegroei afbuigen van de bestaande groeilijn of is het kind al langer op een te kleine lengte.

 

Coeliakie komt bij kinderen met Down syndroom, Turner syndroom, diabetes en bepaalde schildklierziekten in verhouding meer voor.



Onderzoeken

Antistoffen1 tegen gluten-eiwit worden in het bloed bepaald. Het gaat om tTGA, (tissue transglutaminase antistoffen) en gliadine antistoffen (AGA). Het blijkt dat wanneer men in het bloed het HLADQ2 en/of-DQ8 gen heeft dit aanleiding kan zijn om coeliakie te krijgen. Andersom geredeneerd wil het ook zeggen dat wanneer men niet deze HLA genen bezit men géén coeliakie kan krijgen. 

Ook wordt gekeken naar het ijzer- en boedgehalte.

Wanneer de antistoffen in het bloed positief zijn moet er altijd nog een darmbiopsie worden gedaan.

Er mag niet eerder met een glutenvrij dieet worden begonnen, voordat de diagnose coeliakie zeker is. Immers bij een bestaande coeliakie geneest de darm onder invloed van het dieet. Vindt men dan bij onderzoek een normaal slijmvlies dan zegt dit niets over het al of niet bestaan van de ziekte, omdat het dieet alle sporen ervan heeft uitgewist.

Het is daarom ook te begrijpen dat het wel of niet goed reageren op een glutenvrij dieet niet mag worden gebruikt om de diagnose coeliakie te stellen.

1De antistoffen die men bij coeliakie onderzoekt zijn van de zogenoemde Ig A klasse. Er zijn kinderen die een Ig A tekort in hun bloed hebben. Bij hen zijn daardoor de antistoffen tegen gluten vaak niet aantoonbaar (negatief). In zo'n geval worden de Ig G antistoffen bepaald. Dit antistofprobleem kan een valkuil zijn bij het stellen van de diagnose coeliakie.



Behandeling

De behandeling bestaat uit het geven van een dieet waaruit alle gluten is verwijderd. De darm herstelt zich hierna van de ontstane beschadiging en het slijmvlies is na verloop van tijd weer helemaal normaal geworden.



Veelgestelde vragen

Moet het dieet levenslang worden gehouden?

Antwoord: Ja het dieet is levenslang. Er zijn patiënten die later smokkelen met het dieet. Zij voelen zich relatief goed. Omdat de opname van kalk (calcium) onvoldoende is zullen zij te weinig kalk in hun botten kunnen krijgen, (osteoporose)wat weer op oudere leeftijd sneller tot botbreuken leidt.

 

Moeten kinderen met Down syndroom aldoor op coeliakie worden getest?

Antwoord: Nee wanneer is aangetoond dat zij negatief zijn voor een bepaald gen, zie meer weten, is regelmatige controle niet nodig.  

 

Moeten broertjes of zusjes van kinderen met coeliakie hierop worden getest?

Antwoord: Allereerst is het hierbij van belang of zij klachten hebben. Verder kan door bloedonderzoek worden aangetoond of zij ook de aanleg om coeliakie te krijgen hebben. Tevens kan daarbij worden gekeken of er antistoffen zijn. Als zij niet de aanleg hebben is het daarmee klaar. Hebben zij wel de aanleg maar geen antistoffen, dan hoeft er nu niets te gebeuren, maar kan over een aantal jaren het onderzoek naar antistoffen worden herhaald.

Bij klachten is bloedonderzoek altijd nodig.



Meer weten

Coeliakie komt naar we nu weten veel vaker voor dan vroeger werd gedacht. De frequentie onder de bevolking is vermoedelijk 1:300 personen. Er blijkt een bepaald HLA gen nodig te zijn om coeliakie te kunnen krijgen. Dit zijn de genen op chromosoom 6, HLA-DQ2 en DQ8. Ongeveer 30% van de bevolking is positief voor deze genen. Toch krijgt niet iedereen coeliakie. Er moet dus nog iets anders zijn om het te ontwikkelen.

 

De beschadiging van het darmslijmvlies (A) komt door een immuunreactie met het gluteneiwit. Daardoor ontstaat er een ontstekingsreactie (B, C) in de slijmvlieslaag van de darm, die daardoor beschadigd raakt. Het slijmvlies heeft normaal een sterk geplooide structuur. Door de inwerking van gluten wordt het darmslijmvlies glad (D). Hierdoor neemt de opnamecapaciteit van voedingsstoffen sterk af.

Coeliakie progressie darmepitheel kleur

Omdat voedingsstoffen niet kunnen worden opgenomen, treden er tekorten op. IJzer, kalk, en vetoplosbare vitamines zijn daarvan voorbeelden. Omdat vetten onvoldoende worden gesplitst komen deze in de dikke darm en leiden zo tot vetdiarree. Ook suikers worden slecht afgebroken, waardoor er een lactose-intolerantie ontstaat.

 

Een dunnedarmbiopsie wordt onder narcose afgenomen uit het eerste stuk van de dunne darm. Als het onderzoek coeliakie aantoont, moet een glutenvrij dieet worden genomen. Recent zijn door de Nederlandse kinderartsen de nieuwe richtlijnen voor coeliakie van de European society for paediatric gastroenterolgy, hepatology an nutrition (ESPGHAN) overgenomen. De belangrijkste conclusie hiervan is dat als kinderen klachten vertonen die typisch zijn voor coeliakie, er positieve HLA genen zijn en ook in het bloed antistoffen tegen gluten tot tienmaal de normale waarde worden gevonden er kan worden afgezien van een dunne darm biopt. Vermoedelijk hoeven daarom 20% van de kinderen geen bioptie meer te ondergaan.

 

Coeliakie werd ontdekt door de Nederlandse kinderarts W.K. Dicke. Hij merkte tijdens de hongerwinter dat een groep kinderen, met slechte groei en chronische diaree, toen zij op de bekende schrale kost van wortelsoep en voederbieten werden gezet het ineens veel beter deden. Na het eten van het door vliegtuigen afgeworpen Zweedse witte brood verslechterden ze weer. Zo werd door hem de relatie gelegd dat iets in brood dit ziektebeeld moest veroorzaken.

Veel informatie geven de Nederlandse Coeliakie vereniging, de Belgische coeliakie vereniging en het Voedingscentrum.