Op zuigelingen-leeftijd veelvuldig terugslikken van maaginhoud, of regelmatig spugen. Problemen met de voeding, zoals halverwege stoppen met drinken, of huilen tijdens of na het drinken. Overstrekt liggen.
Door het slechte drinken kan de gewichtstoename verminderen.
Ouders merken vaak verschil met de houding. Als het kind wordt gedragen gaat het goed, maar zodra het wordt neergelegd gaat het huilen. Baby's hebben ook weleens een zure lucht om zich heen.
Bij oudere kinderen zijn er pijnklachten achter het borstbeen, of boven in de buik. Er is last van zuurbranden dat verbetert door wat te drinken. Ook hier ontstaan pijnklachten door liggen of bukken. Soms zijn kinderen hees, terwijl ze niet schreeuwen of hun stem verkeerd gebruiken.
Bij een gastro-oesophageale reflux(GOR), of terugloop van maag naar de slokdarm, komt er zure maaginhoud in de slokdarm terecht. Door de beweging in de maag naar boven, komt er zuur in het onderste deel van de slokdarm terecht. Het slijmvlies raakt hierdoor geïrriteerd. Dit veroorzaakt op den duur pijnklachten en onvoldoende voedselinname.
Er moet worden gekeken of de terugloop misschien door andere oorzaken optreedt, zoals een afsluiting verderop in de maag. Ook kan het zijn dat de maag voor een stukje, ten gevolge van een breuk in het middenrif in de borstholte is gelegen. Hierdoor is de afsluiting naar boven minder effectief en treedt GOR op.
Voor andere oorzaken van spugen, zie ook spugende baby
Door een draad in de slokdarm te leggen, is het mogelijk de zuurgraad in het onderste deel van de slokdarm te meten. Bij terugloop ziet men dat er veel vaker dan gebruikelijk voeding omhoog komt en dat er ook langere tijden achter elkaar zijn dat er zuur onderaan de slokdarm zit.
Dit onderzoek heet Ph-metrie. Het kan ook poliklinisch worden gedaan. De beoordeling van de resultaten is vooral bij jonge kinderen nog wel eens moeilijk en de uitkomst daardoor tegenstrijdig aan wat men verwacht te zullen zien. Dit heeft er mede mee te maken dat zuigelingen in verhouding tot oudere kinderen nog heel weinig zuur in hun maag hebben. Ook al komt het maagsap dan omhoog het wordt niet als zodanig door het apparaat herkend.
Men kan bij aanhoudende klachten die niet op de gebruikelijke medicijnen reageren ook met een kijkinstrument de slokdarm inspecteren (oesophagoscopie).
Verandering van de houding door buikligging helpt mee om de terugloop minder te laten worden. Toch kunnen jonge kinderen nooit op hun buik te slapen worden gelegd vanwege de kans op wiegendood.
Medicijnen die de zuurproductie van de maag remmen blijken effectief bij de behandeling te zijn. Ook voor jonge zuigelingen wordt gebruik gemaakt van middelen als omeprazol of esomeprazol, die ook bij oudere kinderen en volwassenen worden toegepast.
Het dikker maken van voeding, door het toevoegen van bijvoorbeeld Johannesbroodboompittenmeel, dat veel bij het mondjes terug geven wordt gegeven, blijkt niet te helpen bij reflux met klachten.
Waardoor hebben vooral jonge zuigelingen last van terugloop?
Het heeft te maken met hun lichaamsbouw. De anatomie bij zuigelingen is anders qua verhoudingen vergeleken met grotere kinderen of volwassenen.
Zijn de medicijnen die gebruikt worden niet gevaarlijk?
De medicijnen geven mits goed gekozen en gedoseerd geen gevaarlijke bijwerkingen. Ze worden altijd door een kinderarts voorgeschreven, als de diagnose wordt vermoed of wanneer is aangetoond dat er reflux bestaat.
Door de voortdurende invloed van het maagzuur op het onderste deel van de slokdarm, ontstaat daar irritatie van het slijmvies. Dit veroorzaakt pijnklachten. Als gevolg hiervan kan de baby huilerig zijn na de voeding. De pijnklachten die er zijn is vermoedelijk ook de reden dat kinderen minder voeding nemen. Zo kan het beeld ontstaan van een baby die veel huilt en onvoldoende in gewicht aankomt. Dit te samen wordt failure to thrive genoemd.
Het verschil tussen het mondjes teruggeven en de reflux-ziekte bestaat er vooral uit dat in het eerste geval kinderen hiervan geen last ondervinden en in het tweede geval wel.
© Mijn Kinderarts 2010