Van verstopping, een vertraagde stoelgang of obstipatie wordt over het algemeen gesproken bij een ontlastingsfrequentie van minder dan drie keer per week. Door de vertraagde passage wordt de ontlasting vaster en meer compact.
De met ontlasting gevulde darm kan aanleiding geven tot chronische buikpijn en krampen.
Wanneer grotere hoeveelheden ontlasting in de darm achterblijven, kunnen er vegen ontlasting in het ondergoed komen of er komt een vrij grote hoeveelheid ontlasting die niet meer kan worden opgehouden in het ondergoed terecht. De medische termen voor deze situaties waren respectievelijk soiling en encopresis, maar tegenwoordig wordt het allemaal samengevat onder de term fecale incontinentie.
Jonge baby's hebben vaak iets dat erg op verstopping lijkt, maar het niet is. Ze liggen enorm te persen en te steunen, lopen rood aan maar er komt geen ontlasting. Als het wel komt is het zacht en vraag je je af waarom het zoveel moeite heeft gekost om het te produceren. Zie hiervoor ook meer weten.
Verstopping ontstaat doordat de normale passage van ontlasting in de darm vertraagt. Er wordt meer vocht aan de massa onttrokken en de ontlasting wordt hierdoor vaster.
Acute situatie.
Soms ontstaat verstopping in aansluiting aan een maagdarminfectie, waarbij een periode van de diaree de darm heeft leeg gemaakt. Ook kloven bij de anus kunnen omdat ze het ontlasten pijnlijk maken een kind een acute verstopping geven.
Chronische verstopping:
Hierbij is er over een langere tijd, vaak maanden tot jaren, een vertraagde stoelgang, waardoor het uiteindelijk tot vegen in het ondergoed of broekpoepen kan komen. Vaak klagen kinderen over een verminderde eetlust en hebben ze voortdurend enige buikpijn.
Veel kinderen met een ontwikkelingsachterstand of motorische handicap hebben problemen met de ontlasting.
Tenslotte zijn er een aantal ziekten die met verstopping kunnen samen hangen, zoals een trage schildklierwerking, of hele lichte vormen van de ziekte van Hirschsprung.
Zuigelingen:
Bij baby's is frequente voedingswijziging een oorzaak. Vaak zie je dat gebeuren als er een probleem is met het kind. Denk aan overmatig huilen, waarbij de oorzaak in de voeding wordt gezocht.
Ook wanneer baby's over gaan van borstvoeding op flesvoeding komt gemakkelijk verstopping voor.
Bij sommigen moet ook aan voedselallergie als uiting van verstopping worden gedacht, maar dit is zeldzaam. Er zullen dan ook andere verschijnselen aanwezig moeten zijn, die duiden op bijvoorbeeld koemelkeiwitallergie.
Bij het lichamelijk onderzoek wordt gekeken of in de buik vaste ontlasting kan worden gevoeld. Dat is lang niet altijd het geval, terwijl er toch wel veel aanwezig is.
Bij acute verstopping is het belangrijk om ook de anus te onderzoeken op kloven.
Er is een speciale plaats voor röntgenonderzoek. Het is aan de huisarts of kinderarts die uw kind behandelt ter beoordeling of hiervoor een indicatie is. Het is in ieder geval geen routine onderzoek om verstopping vast te stellen.
Bij een acute verstopping zal het er om gaan het voorste vaste deel van de ontlasting zacht te maken. Hiervoor kunnen kleine clysma's worden gebruikt. Geadviseerd wordt om goed te drinken en regelmatig naar het toilet te gaan.
Eventueel kunnen om de ontlasting zacht te houden voor een korte periode laxeermiddelen worden voorgeschreven.
Een chronische verstopping is een heel ander probleem en vergt een veel langere en intensievere behandeling en begeleiding.
Allereerst wordt de mate van verstopping vastgesteld en de bijkomende problemen die het geeft. Denk hierbij aan regelmatige buikpijn of dagelijkse grote hoeveelheden ontlasting in het ondergoed krijgen.
Het doel van de behandeling is gericht op:
- het weer zoveel mogelijk leeg maken van de darm,
- dieetadvies,
- begeleiding en toilettraining,
- medicijnen om de darm ook voortaan leeg te houden.
Leeg maken van de darm kan worden bereikt met clysma's en laxerende medicijnen.
Voor jonge kinderen worden kleine clysma's gegeven. Oudere kinderen krijgen als dat nodig is flacons met laxerende oplossing.
Daarna is het nodig om de ontlasting zacht te maken. Hiervoor gebruiken we thans vaak laxeermiddelen die het volume van de ontlasting vergroten. Dit zijnde zogenoemde macrogolen.
Dieetadvies is nodig om voor een gezonde voeding te zorgen, die een voldoende hoeveelheid vezels bevat. Goed drinken is belangrijk maar extra hoeveelheden hebben waarschijnlijk geen laxerend effect.
In een groot literatuuronderzoek bleken vezels nagenoeg geen effect te hebben. Ook probiotica, prebiotica en gedragstherapie hebben geen aanwijsbare positieve effecten1.
Begeleiding van deze kinderen over een langere periode is belangrijk om terugval te voorkomen. Bij de instructie wordt er onder andere ook op gelet dat kinderen goed op het toilet kunnen zitten. Jonge kinderen komen met hun voeten als ze op het toilet zitten niet op de grond. Een klein bankje of steun dat ervoor zorgt dat ze hun knieën hoger hebben, doet het bekken iets kantelen en maakt het ontlasten makkelijker.
Er zijn veel soorten laxeermiddelen. Sommigen werken prikkelend op de darm, anderen vergroten het volume van de ontlasting en weer andere hebben de eigenschap om vocht in de ontlasting vast te houden. De keuze wordt door het soort probleem en de leeftijd van het kind bepaald.
1Pediatrics 2011: 128 753-761
Wordt de darm niet lui als er steeds laxeermiddelen worden gegeven?
Antwoord: Nee het lijkt eerder dat de darm minder goed werkt als er veel verstopping is. De meeste problemen komen juist als er onvoldoende wordt behandeld.
Is het normaal als mijn kind nu al een jaar laxeermiddelen slikt en we hier terwijl het goed gaat mee door moeten gaan?
Antwoord: Langdurige behandeling is vaak nodig om de ontregelde darmfunctie weer te herstellen. Sommige kinderen hebben veel langer medicijnen nodig. Dat is niet ongewoon.
Wat is het verschil tussen broekpoepen bij verstopping en broekpoepen bij psychische oorzaken?
Antwoord: Als een kind ontlasting verliest door verstopping is het nodig daarop te behandelen. Als broekpoepen komt door een psychologische, geestelijke, oorzaak heeft laxeren niet veel zin en is gedragstherapie nodig.
De ogenschijnlijke problemen die jonge zuigelingen met de ontlasting lijken te hebben berusten niet op verstopping. Het komt doordat bij hen het persen en het ontspannen van de kringspieren nog niet goed samen werken. Daarom persen ze wel, maar omdat de kringspier gesloten blijft gebeurt er niets. Deze gang van zaken is bij baby's tot de eerste zes maanden heel algemeen. Er hoeven geen laxeermiddelen bij te worden voorgeschreven omdat er helemaal niet van verstopping sprake is. Tegenwoordig wordt dit aangeduid met de term infant dischezia. Een term die echter ook onder artsen beslist nog niet is ingeburgerd.
Biofeedback-training.
Hoewel veel over obstipatie bekend is, zijn er ook nog veel vragen. Methoden die in het verleden veel zijn gebruikt blijken toch minder effectief te zijn bij de behandeling. Zo is lang veel verwacht van Biofeed-back training, maar zijn de resultaten hiervan toch matig. De methode berust er op dat een kind beter reageert op aandranggevoel. Hoewel dit leerbaar is heeft het op lange termijn een vergelijkbaar effect t.o.v. gewone behandeling.
Ondanks vaak zeer intensieve aanpak blijven een aantal kinderen klachten houden. Voor deze groep zijn specialistische behandelpoli's aanwezig.
© Mijn Kinderarts 2010