Epilepsie bij kinderen

Print deze pagina

epilepsie


Ziektebeeld

Van epilepsie wordt gesproken als een kind meerdere aanvallen heeft gehad. Een aanval kan zich op zeer veel verschillende manieren voordoen. Het is daarom dat door artsen een indeling is gemaakt in de soorten aanvallen zodat er onderling vergelijking kan zijn.

Een andere naam voor een aanval is insult, convulsie, stuip, of toeval. In het Engels spreekt men over seizures.

Behalve epilepsie zijn er nog vele andere oorzaken aan te wijzen waarom iemand plots een aanval van  bewustzijnsverlies heeft.

 

Voor de vasstelling met welke vorm van epilepsie men te maken heeft is het voor artsen heel belangrijk om precies te weten hoe het beloop van een aanval is geweest, op welk tijdstip van de dag het zich voordeed, hoe lang het duurde en welke verschijnselen erbij het kind na de aanval waren. Deze informatie is lang niet altijd volledig aanwezig. Wanneer zich aanvallen herhalen is dat meestal steeds volgens een vast patroon waardoor het later duidelijker wordt met welke epilepsievorm men te maken heeft.

 

Bij jonge kinderen zijn de hersenen nog niet uitgerijpt. Er kunnen zich daardoor bij hen epilepsievormen voordoen, die typisch zijn voor de kinderleeftijd en die met het ouder worden weer verdwijnen. Dit kan verlopen van de typische epilepsievormen bij pasgeborenen, via absences, de zogenoemde Rolandische epilepsie, het syndroom van West of het syndroom van Lennox-Gastaut.  In dit opzicht zijn er dus betrekkelijk goedaardige epilepsievormen maar ook vormen waarbij er sprake is van een veel ernstiger onderliggende hersenafwijking.

 

Epilepsie kan op twee manieren worden ingedeeld: Naar de wijze waarop de aanvallen verlopen, in aanvalstype en in het soort epilepsie naar onderliggende oorzaak. Deze indeling verandert regelmatig en wordt hier niet precies besproken.

Globaal gaat het erom of de aanval in een deel van het lichaam optreedt (partieel) of dat alle spiergroepen meedoen (gegeneraliseerd) en of het bewustzijn erbij intact is of dat het afwezig is. De eerste vorm kan daarbij ook nog eens tijdens een aanval in de tweede overgaan.

 

Syndroom van West. Dit wordt ook wel salaamepilepsie genoemd, of infantiele spasmen. Het begint rond de zesde levensmaand en uit zich in een plotselinge buiging van het hoofd naar voren, waarbij de armen en handen naar elkaar toe worden bewogen. Het kan als een enkele aanval optreden, maar meestal komen er meerdere aanvallen achter elkaar voor. De kinderen vertonen in deze periode reeds een vertraging of stilstand in hun ontwikkeling. In het E.E.G. wordt een zeer kenmerkend chaotisch beeld van allerlei golven gezien, waarvoor de medische term hypsaritmie wordt gebruikt. Het syndroom van West wordt bij allerlei oorzaken gezien, zoals bij tubereuze sclerose, stofwisselingsstoornissen en ook bij aanlegstoornissenvande hersenen. De aanvallen zijn vaak met medicatie te stoppen,maar hebben ook neiging om uit zichzelf over te gaan. Hierbij zijn er wel vaak resterende neurologische afwijkingen, zoals autisme of een verstandelijke handicap.

 

Rolandische epilepsie. Dit is een goedaardige epilepsievorm die een kenmerkende presentatie heeft. De aanvallen beginnen zo rond kleuterleeftijd of wat ouder. Ze treden bij verder gezonde kinderen op. Ze komen voor net voor het wakker worden in de vroege ochtend. De aanval is te zien in het gelaat, aan de mond en keel. Er zijn een soort smakbewegingen, met kwijlen, terwijl het kind wel bij bewustzijn blijft. Later als de aanval vordert kan hij zich uitbreiden en wel met enig bewustzijnsverlies gepaard gaan. Op het E.E.G. zijn kenmerkende afwijkingen te zien. Het is de vraag of kinderen die deze vorm van epilepsie hebben wel met anti-epileptica behandeld moeten worden.

 

Absences. Dit zijn aanvallen waarbij een kind plotseling voor zich uit staart zonder contact met de omgeving te hebben. De duur is vaak maar enkele seconden. Er kunnen per dag zeer veel van deze aanvalletjes optreden, die door het kind, maar ook door zijn omgeving niet altijd worden opgemerkt. Bij verdenking op absences kan aan het kind worden gevraagd te gaan hyperventileren( heel snel in- en uitademen). Dit is een sterk uitlokkend moment voor absences, die dan ook op die manier in de spreekkamer als het ware op commando kunnen worden opgewekt. Het E.E.G. is daarnaast behulpzaam bij de diagnose. Medicatie is een heel doeltreffende therapie.

 

Gegeneraliseerde aanvallen met trekkingen in armen en benen. Dit is de vorm die vroeger wel Grand mal werd genoemd. Hierbij is er in alle hersengebieden epileptische activiteit ontstaan. Mogelijk begon het wel eerst in een enkel gebied maar is het snel overgegaan naar de gegeneraliseerde vorm. De patiënt valt plotseling op de grond (vallende ziekte), heeft schokbewegingen in armen en benen, is vaak incontinent voor urine en kan eventueel op de tong bijten. Er is een kaakklem aanwezig, waardoor de mond niet te openen is. De tijdsduur van eenaanval is verschillend.

Na de aanval is er geen herinnering aan het gebeurde. Deze vorm van epilepsie wordt veelvuldig gezien en zal meestal wel met medicijnen worden behandeld.

 

 

 

 



Oorzaken

Aanvallen kunnen worden uitgelokt of ontstaan door koorts, infectie, zoals hersenvliesontsteking, of een ontsteking van het hersenweefsel, een te laag glucose- of calcium gehalte in het bloed, tijdens de geboorte of later ontstaan hersenletsel of onderliggende afwijkingen in de hersenen.

In een groot aantal gevallen wordt er geen oorzaak gevonden.

 

Meestal is een E.E.G. onderzoek een ondersteuning  om uit te maken met welke epilepsievorm men te maken heeft.



Onderzoeken

Bij alle kinderen bij wie er verdenking op epilepsie bestaat, zal er een E.E.G. (Electro Encefalogram) worden gemaakt. Het hebben van een normaal E.E.G. sluit echter de aanwezigheid van epilepsie niet uit. Bij gegronde twijfel is het ook mogelijk een E.E.G. na slaaponthouding te maken. Dit zogenoemde slaapdeprivatie E.E.G. wordt gemaakt als het kind in slaap is, nadat het een nacht is opgebleven.

 

Een andere mogelijkheid van E.E.G. registratie, die vooral in academische centra of in epilepsiecentra wordt gedaan, is de gelijktijdige registratie van het E.E.G. terwijl het kind ook met een videocamera wordt gefilmd. Op deze wijze kunnen ook aanvallen die zich anders niet goed zouden laten herkennen worden gevonden.

 

Behalve het E.E.G. zal er ook afhankelijk van de soort epilepsie röntgenonderzoek plaatsvinden. Dit kan bestaan uit een MRI onderzoek of CT scan.

 



Behandeling

Bij epilepsie worden diverse medicijnen gebruikt. Men spreekt van anti-epileptica en de bekendste zijn valproïnezuur, carbamazepine, lamotrigine, topiramaat, clobazam en clonazepam.

Medicijnspiegels in het bloed worden op indicatie gedaan. Redenen hiervoor zijn:

Bij bepaalde medicijnen is het in het begin nodig om te weten of de dosering goed aankomt, of het kan zijn dat de aanvallen aanhouden, ondanks voldoende medicatie, of er kan twijfel bestaan over de therapietrouw.

 

Bij sommige kinderen is het nodig dat de behandeling in een daartoe gespecialiseerd centrum plaatvind. Dit kan nodig zijn omdat er een epilepsievorm bestaat, die met medicijnen niet voldoende onder controle is te krijgen. Er kan ook behoefte zijn aan een langere observatie van het kind, omdat de poliklinische aanpak niet goed aanslaat. In een epilepsiecentrum, zijn ook mogelijkheden voor het beoordelen van de invloed van epilepsie op het schoolwerk. Zie ook de rubriek: Meer weten.



Veelgestelde vragen

Is een epileptische aanval voor de hersenen gevaarlijk?

Antwoord: Het doormaken van een epileptische aanval heeft voor zover we weten geen beschadigend effect op de hersenen. Er moet een zeker voorbehoud worden gemaakt bij langdurige aanvallen en zeker bij een zogenoemde status epilepticus (zie meer weten). Vermoedelijk is het zo dat kinderen de epileptische aanval krijgen omdat er in hun hersenen iets aan de hand is. De aanval is daarvan het gevolg maar niet de oorzaak.

 

Waardoor hebben kinderen met epilepsie soms leerproblemen?

Antwoord: Bij epilepsie kunnen schoolproblemen voorkomen doordat het kind een lagere intelligentie heeft, of dat er specifieke leerproblemen voorkomen die ook bij andere kinderen worden gezien. Er moet dan worden gedacht aan bijvoorbeeld dyslexie. Ook hebben kinderen met epilepsie vaak problemen met hun werkgeheugen. Dat wordt bijvoorbeeld aangesproken bij hoofdrekenen. Bij de som 13X4, rekent men eerst 3X4= 12. De twee en de één moeten tijdelijk worden onthouden. Vervolgens rekent men 4X1=4. Maar hierbij moet worden bedacht dat er nog een één bij de vier moet worden gedaan. Dit is een simpel voorbeeld, waarbij zowel de twee als de één een tijdelijke opslagplaats in het wergeheugen krijgen. Vergeet men de één, dan is de oplossing van de som 42.



Meer weten

Status epilepticus. Wanneer een epileptische aanval langer dan 30 minuten duurt, wordt er gesproken van een status epilepticus. De oorzaak kan liggen in een plotseling stoppen met anti-epileptica, koorts, of onderliggende hersenafwijkingen. Om een aanval te stoppen wordt over het algemeen begonnen met het rectaal of via een infuus toedienen van diazepam. Ook kan worden gekozen voor midazolam. Intussen krijgt het kind zuurstof. Duurt de aanval voort dan kan worden gekozen voor het langzaam via een infuus toedienen van difantoïne. Heeft ook dit geen effect dan moet overwogen worden het kind op een intensive care afdeling te beademen.

 

Meer informatie is ook te vinden op de website van het Nationaal Epilepsie Fonds.

 

Kinderen die voor een moeilijk behandelbare vorm van epilepsie, slaapproblemen of leerproblemen verwezen worden naar een centrum kunnen hiervoor onder andere terecht bij Kempenhaeghe met vestigingen op meerdere plaatsen in het land.

 

 

 

© Mijn Kinderarts 2010