Blaasontsteking, urineweginfectie

Print deze pagina

Ziektebeeld

Artsen gebruiken vaker de wat meer algemene term urineweginfectie1 (u.w.i.). Van een blaasontsteking wordt gesproken als er een urineweginfectie is zonder koorts. Er is bij kinderen sprake van een nierbekkenontsteking als ze bij een urineweginfectie hoge koorts hebben en ziek zijn. Vaak is er bij een nierbekkenontsteking ook pijn in de flank.

 

Bij jonge zuigelingen, onder de drie maanden, uit een urineweginfectie zich vaak heel anders dan bij grotere kinderen. Zij hebben koorts, spugen regelmatig, hebben voedingsproblemen en zijn prikkelbaar, huilerig of maken gewoon een zieke indruk. Ouders vinden de luier nogal eens stinken. Soms kan een baby slecht drinkt, stilletjes zijn en slecht groeien door een urineweginfectie. Er moet dus bij niet zulke typische klachten altijd aan worden gedacht.

 

Bij oudere kinderen vind je meer de bij een urineweginfectie bekende symptomen, van pijn bij het plassen, het doen van kleine plasjes, buikpijn of flankpijn, koorts en troebele urine.

 

Een urineweginfectie1 wordt omschreven als een ziekte met bijpassende klachten, zoals pijn bij het plassen, kleine beetjes plassen en al of niet koorts. Als er een nierbekkenontsteking is heeft het kind vaak rugpijn. Daardoor kan het moeilijker in en uit bed komen. Als op de rug de onderkant van de ribben wordt beklopt is dat pijnlijk.

 

Er wordt van recidiverende urineweginfecties gesproken als er: A twee of meer periodes zijn met een urineweginfectie met koorts, of B één periode met een urineweginfectie met koorts en één of meer zonder koorts of C, drie of meer urineweginfecties zonder koorts.

 



Oorzaken

Oorzaken voor urineweginfecties kunnen zijn:

  1. Aangeboren afwijkingen, zoals klepjes in de urineleider bij jongens. Deze  kunnen verwijde urinewegen veroorzaken, en recidiverende infecties.
  2. Een vernauwing bij de afvoer van het nierbekken naar de urineleider kan voor een verwijding van het  nierbekken zorgen. Deze afwijking wordt tegenwoordig vaak al bij de 20 weken echo ontdekt.
  3. Dysfunctional voiding. Afwijkende blaasfunctie, met veel persen tijdens het plassen en urine niet kunnen ophouden.
  4. Verstopping is een vaak voorkomende oorzaak bij recidiverende urineweginfecties, zonder anatomische afwijkingen.


Onderzoeken

Het is heel belangrijk hoe urine voor een kweek wordt opgevangen. Het beste is het om een kweek te doen van urine die wordt opgevangen als het kind plast. De kweek van de urine moet dan > 105/ml bacteriën bevatten in een zogenoemde reincultuur. Dat wil zeggen dat er maar één enkele soort bacteriën is. Als er bij een door middel van een catheter afgenomen urine bacteriën worden gevonden is dit altijd afwijkend. Dat geldt ook voor een blaaspunctie.  Dit is een weinig gedaan onderzoek. 

 

Als röntgenonderzoek wordt er in ieder geval een echo van de nieren en blaas gemaakt. Als het kind zindelijk is moet de echo liefst met volle blaas worden gemaakt.

 

Terugloop van urine vanuit de blaas naar de nieren wordt reflux genoemd. Het is aan te tonen door middel van een zogenoemd mictiecysto-urethrogram. Hierbij wordt er bij het kind via de penis of de plasopening bij meisjes een dun slangetje (catheter) in de blaas gebracht. Daarna laat men contrast vloeistof inlopen en kijkt of het alleen in de blaas blijft staan, of dat het via de afvoerbuis van de nier naar boven gaat. Op de foto is te zien dat de volle blaas (witte vorm)  een afvloed heeft naar het nierbekken.     reflux

 

Een nierscan (DMSA scan) wordt gemaakt om beschadiginen in het nierweefsel ten gevolge van de doorgemaakte infectie op te sporen. Bij niet geheel typisch verlopen infecties, of bij recidiverende urineweginfecties wordt ook een dergelijke DMSA scan gemaakt. U krijgt hierover van uw kinderarts verdere informatie omdat het tijdstip waarop de scan moet worden gemaakt afhankelijk is van de leeftijd van uw kind.

 

De afgenomen urine moet binnen 4 uur na het verzamelen op kweek worden ingezet door het laboratorium, of direct worden gekoeld bij 4° Celcius. (Dat is de temperatuur van een koelkast)



Behandeling

De behandeling van een urineweginfectie vindt altijd plaats met antibiotica. Welke soort door de kinderarts wordt gekozen is afhankelijk van de leeftijd van uw kind en hoe ernstig de infectie wordt beoordeeld.

Bij een matig ziek kind boven de 3 maanden met een hoge urineweginfectie, wordt vaak gekozen voor behandeling met amoxicilline en clavulaanzuur of co-trimoxazol, beiden gedurende een week. De behandeling voor een hoge urineweginfectie met uitsluitend amoxicilline is achterhaald, vanwege het hoge percentage resistente bacteriën voor alleen amoxicilline. Is er alleen een blaasontsteking, dus een urineweginfectie zonder koorts, maar wel met klachten, dan wordt vaak nitrofurantoïne gegeven. 

 

Beschermende antibiotica om een infectie te voorkomen, worden alleen onder bepaalde omstandigheden nog gegeven. Bij kinderen bij wie er terugloop van urine naar het nierbekken plaats vindt is hiervoor een indicatie. Vroeger werden kinderen sneller op beschermende antibiotica gezet omdat er angst was voor nierschade bij receidiverende infecties. Dit is gebleken erg mee te vallen.



Veelgestelde vragen

Wanneer krijgt mijn kind antibiotica via een infuus?

Antwoord: Als het kind jong is en ziek, veel spuugt of voedingsproblemen heeft, wordt meestal voor de eerste dagen, behandeling via een infuus gegeven. Zodra kinderen aan het opknappen zijn kan op een drankje met het antibioticum worden overgegaan.

 

Wat zijn urethraklepjes bij jongens?

Antwoord: In het beloop van de plasbuis (urethra) komen bij jongetjes wel kleine slijmvies klepjes voor. Zij belemmeren de gewone afvloed van urine. Hierdoor komt de blaas onder druk te staan en kan ook de afvloed van de nieren naar de blaas verstoord worden. Dit leidt tot terugloop van urine naar de blaas als het kind perst tijdens het plassen. De hoge druk is schadelijk voor de nier(en).



Meer weten

In 2010 verscheen er van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde een nieuwe richtlijn urineweginfecties bij kinderen. De volledige richtlijn is te vinden op de site van de NVK.

Voor artsen is het niet altijd gemakkelijk om te beslissen of er sprake is van alleen een blaasontsteking of dat er ook een hoge ontsteking of nierbekkenontsteking is. Over het algemeen geeft aanvullend laboratorium onderzoek van het bloed aan dat er bij een infectie van het nierbekken meer ernstige infectie tekenen zijn.

 

Eventueel kan aanvullend onderzoek door middel van een zogenoemde DMSA scan worden verricht.

 

 

 

© Mijn Kinderarts 2010