Zuurstof tekort rond geboorte

Print deze pagina

Ziektebeeld

Een baby die na een periode rond de geboorte, waarin er zuurstoftekort heeft bestaan wordt geboren, vertoont een aantal kenmerken waardoor er een lage Apgar score is. Deze baby's ademen vaak niet meteen goed door, hebben een slechte grauwe of bleke kleur, een trage hartfrequentie. Ze zijn slap en reageren slecht op prikkels van buiten af.

 

Na de geboorte wordt gekeken hoe de conditie van de baby is en of er nog directe aanvullende behandeling nodig is.

 

Baby's die zuurstoftekort hebben gehad lopen het risico na de geboorte complicaties te krijgen. Het belangrijkste is het om een indruk te krijgen over de toestand van de hersenen, omdat die erg kwetsbaar zijn voor zuurstoftekort.

Aanwijzingen dat er mogelijke beschadiging is ontstaan zijn:

  • Laat op gang komen van spontane ademhaling;
  • Lage spierspanning gedurende lange tijd;
  • Langdurig lage of zelfs afwezige reflexen;
  • Nauwe pupillen.;
  • Geprikkeld gedrag bij de verzorging;
  • Optreden van stuipen of convulsies;

Hoewel bij bovenstaande situaties er zeker een verhoogd risico bestaat is het niet zo dat er nu altijd beschadigingen zijn opgetreden. Sommige kinderen komen ondanks dat ze bijvoorbeeld enige tijd deze verschijnselen hebben gehad er toch goed vanaf. Bij anderen blijkt dat er toch veel ernstiger beschadiging is opgetreden dan op grond van hun gedrag zou worden verwacht. Hersenbeschadiging door zuurstoftekort is verantwoordelijk voor afwijkende spierspanning in het gehele lichaam of in delen ervan. Op oudere leeftijd geeft dit het beeld van een kind met spasticiteit1 (zie meer weten). Men moet zich echter wel realiseren dat niet alle kinderen met spasticiteit dit hebben gekregen door een moeilijke bevalling. Mogelijk waren er reeds omstandigheden ver voor de geboorte er de oorzaak van dat dit zich heeft ontwikkeld.



Oorzaken

Zuurstoftekort rond de geboorte (perinatale asfyxie) is qua oorzaak te verdelen in oorzaken voor en na de geboorte. Voor de geboorte is de baby geheel afhankelijk van het systeem baarmoeder, moederkoek (placenta) en navelstreng. Iedere verstoring hierin brengt langzaam of acuut de baby in direct gevaar. Hoe ingrijpender en acuter de toestand, hoe sneller er ook op moet worden gereageerd.

Factoren voor de geboorte zijn onder andere: Toenemende weeën, bij een slechte moederkoek (placenta) functie, hoge bloeddruk bij de moeder, gedeeltelijke loslating van de moederkoek (solutio placentae), een uitgezakte navelstreng of een navelstreng die strak om de hals zit (omstrengeling), druk op het hoofd van de baby.

Factoren na de geboorte zijn: onrijpheid van de longen, meconium in de longen, dichtgeklapte long.

 

Soms is er plotseling bij een baby een slechte start, terwijl er vooraf geen aanwijzingen waren dat het niet goed ging met de baby.

 

 



Onderzoeken

De lichamelijke conditie van de baby wordt direct na de geboorte vastgelegd door middel van de Apgar score. Baby's die zuurstoftekort hebben gehad voor de geboorte zullen daarna een lage score hebben. Zeker als er een lage score is en er is niet snel herstel, is dat een aanwijzing dat de baby het lange tijd niet goed heeft gehad, of dat na de geboorte de toestand nog onvoldoende verbeterd kon worden.

 

Wanneer de baby onvoldoende zuurstof krijgt en koolzuur kan kwijtraken via de navelstreng of na de geboorte via de longen treedt verzuring op. Hierbij stijgt de zuurgraad in het bloed en stijgt ook het gehalte aan melkzuur. Dit is in het bloed te meten. De hoogte van het melkzuur gehalte is een aanwijzing voor de mate waarin de baby zuurstoftekort heeft gehad.

 

Na de geboorte wordt vaak standaard het bloed in de navelstreng onderzocht op zuurgraad en melkzuur (lactaat). Hierbij is er een redelijke relatie tussen de mate van zuurstoftekort en de bloeduitslagen. Kinderartsen zien echter ook kinderen waarbij de waarden heel goed zijn, terwijl ze toch een ernstige vorm van zuurstoftekort laten zien. Ook het omgekeerde komt overigens voor.

 

Bij de onderzoeken hoort ook de Sarnatscore te worden genoemd, die speciaal is ontwikkeld om de lichamelijke conditie bij kinderen met zuurstoftekort rond de geboorte vast te leggen.

 

Later wordt een echo-onderzoek van de schedel gedaan. Eventueel wordt ook een MRI gemaakt.

Wanneer er twijfel is over de aanwezigheid van stuipen, wordt een continue registratie van de hersenactiviteit gedaan via een zogenoemde CFM registratie.

 



Behandeling

De behandeling is erop gericht weer snel voldoende zuurstof toe te dienen. Dit kan door zuurstof met een kapje te geven en zo de baby te beademen of door een echte beademing met een slang of tube in de luchtpijp. Hierbij wordt er goed voor gezorgd dat de baby niet afkoelt. Wanneer de ademhaling goed op gang is gekomen wordt de baby ter observatie naar de couveuse unit gebracht ter observatie.

 

Bij kinderen die ernstige zuurstofnood rondom de geboorte hebben opgelopen, kunnen zich in de eerste periode veel complicaties voordoen, zoals het optreden van stuipen of convulsies, of het optreden van lage bloedsuikergehaltes. Soms ook is het bloedsuikergehalte door de stress die de baby heeft gehad juist sterk verhoogd.

 

Momenteel worden onder gecontroleerde omstandigheden baby's die ernstig zuurstoftekort hebben gehad ook wel kunstmatig gedurende een aantal dagen op een lage lichaamstemperatuur van 33° gehouden. Het doel hierbij is om ervoor te zorgen dat na de opgedane beschadiging aan de cellen, verder letsel wordt voorkomen.

Deze behandeling vindt alleen in academische ziekenhuizen of neonatologische centra plaats.



Veelgestelde vragen

Hoe kan zuurstoftekort worden voorkomen?

Antwoord: Soms is een slechte conditie niet te voorkomen. Er zijn situaties dat er zich een zéér snelle verslechtering bij de baby voordoet. Dit kan komen door bijvoorbeeld een uitgezakte navelstreng, een knoop in de navelstreng of als plotseling de moederkoek loslaat van de baarmoeder.

In andere gevallen heeft men echter door de voortdurende bewaking van de moeder tijdens de baring door middel van het CTG snel een verslechtering in de gaten. Als zo'n verslechtering wordt vastgesteld kan er bijvoorbeeld snel een keizersnede worden gedaan.



Meer weten

1Achteraf gezien heeft het grootste deel van de kinderen die spastisch zijn geworden geen zuurstoftekort rond de geboorte gehad. Waarschijnlijk zijn ongunstige factoren ver voor de geboorte daarom van invloed geweest.

 

 

 

© Mijn Kinderarts 2010