Erfelijke informatie zit op het DNA van de chromosomen. Van ieder chromosoom zijn er twee aanwezig. Ze vormen een paar. Je hebt een chromosoom van je vader en van je moeder gekregen. Het is van het toeval afhankelijk welke chromosomen van de twee bij elkaar komen. In principe heeft ieder chromosoom van de twee kans om te worden doorgegeven.
Als van een man en een vrouw twee van zijn of haar chromosomen zouden worden doorgegeven zou het kind er vier krijgen, wat niet kan. Daarom is in de geslachtscellen van de testikel en de eierstok, maar één enkel chromosoom aanwezig. Bij de bevruchting zijn het er dan weer twee geworden.
De genen op een chromosoom komen dus bij het kind weer in tweevoud voor. Nu is het niet zo dat er een gelijke inbreng is van de informatie. Sommige eigenschappen komen sterker tot uiting dan andere. Een dergelijke situatie noemen we dat de eigenschap dominant erfelijk is. Eén van de ouders heeft dan de ziekte en kan die overdragen aan zijn of haar kinderen.
Er zijn ook veel ziekten die niet dominant maar recessief overerven. In deze situatie weten noch de vader, noch de moeder dat zij de aanleg voor de ziekte hebben, maar komt de ziekte tot uiting bij hun kinderen.
De laatste vorm van erfelijke overerving is de geslachtsgebonden overerving. Hierbij is de ziekte gelegen in een gen van het X chromosoom. Op het Y chromosoom ligt weinig andere informatie dan dat het individu man wordt. Het maakt niet uit hoeveel X en er tegenover staan. Zodra je een Y hebt wordt je een man. Het kan zijn dat de ziekte bij de moeder niet bekend is. Zij draagt dan eventueel wel de ziekte over op haar zoons, maar haar dochters zijn niet ziek. Eventueel worden de dochters ook draagster, net als hun moeder, maar zij merken dat niet zelf.
Hierbij wordt de term draagster genoemd. Bij een geslachtsgebonden erfelijke ziekte kan de moeder draagster zijn van de aandoening. Iemand die drager is van een ziekte, heeft zelf daarvan geen last, maar kan wel de ziekte overdragen op zijn of haar kinderen.
Er komen op deze site regelmatig ziekten voor waarbij erfelijkheid een rol speelt. Er wordt dan verwezen naar de stukken over dominante, recessieve of geslachtsgebonden overerving.
© Mijn kinderarts 2010