In Nederland krijgt iedere kraamvrouw standaard 49 uur kraamzorg verdeeld over acht dagen (vanaf de dag van de geboorte). Het aantal uren dat u krijgt wordt berekend door middel van het Landelijke Indicatie Protocol kraaamzorg (LIP). Op grond van uw persoonlijke omstandigheden wordt het aantal uren dat u zorg krijgt uitgerekend. Dit kan in principe variëren tussen minimaal 24 en maximaal 80 uur. Het totaal aantal uren wordt verdeeld over acht dagen.
Kraamzorg valt onder de basisverzekering. Dat betekent dat iedereen deze zorg kan krijgen. Wel wordt een eigen bijdrage gevraagd, van in 2010 €3,90 per uur. Onder kraamzorg wordt de hulp aan moeder en kind in de eerste acht dagen na de bevalling verstaan. De kraamverzorgster is opgeleid om specifieke problemen in de kraamperiode te herkennen en op te lossen. Ze heeft veel ervaring met instructie ten aanzien van borstvoeding, maar ook met het herkennen van ziekte bij de baby.
Naast deze medische zaken kan de kraamverzorgster licht huishoudelijk werk doen, de andere kinderen verzorgen en een buffer vormen tussen moeder en kraambezoek.
Bij een thuisbevalling komt de kraamverzorgster al even van tevoren om de verloskundige te helpen met alles klaar te maken. Ze is daarbij een extra hulp voor haar en voor de moeder.
Na de bevalling zorgt ze dat moeder is gewassen en in een fris bed komt, helpt ze met de verzorging van de baby en regelt ze alles zodat ouders zoveel mogelijk kunnen genieten van hun kindje.
Van verlengde kraamzorg wordt gesproken als de kraamzorg op advies van de verloskundige of gynaecoloog langer moet duren, dan de gebruikelijke periode. Hiervoor is overigens wel toestemming vereist van de ziektekostenverzekeraar.
Wanneer uw baby in de couveuse heeft gelegen of na de geboorte langere tijd in het ziekenhuis moest verblijven, is het mogelijk om zogenoemde couveuse nazorg te krijgen. Ook hiervoor moet de aanvraag via de ziektekostenverzekeraar zijn goedgekeurd.
Wanneer de kraamzorg moet worden aangevraagd hangt van de verzekering en de plaatselijke omstandigheden af. Het beste is het waarschijnlijk om het ergens tussen de 12 en 16 weken aan te vragen. U kunt dit overleggen met de verloskundige.
© Mijn Kinderarts 2010